E3: Spore

Artikel | -

Bepaalde spellen staan meer in de belangstelling door de mensen erachter dan door de game zelf. Zo kunnen spellen van (bijvoorbeeld) Kojima en Molyneux altijd rekenen op veel aandacht. Met Sim goeroe Will Wright (SimCity, The Sims) is dat natuurlijk niet anders. Zijn nieuwste project heet Spore. We kennen de game al een tijdje en op de E3 kregen we van de goeroe himself een presentatie en zagen we Spore voor het eerst echt uitgebreid in actie.

Spore is natuurlijk, zoals je van Will Wright mag verwachten, een simulatiegame. Beter: Spore is dé simulatiegame. Wat is namelijk het maximale wat je zou kunnen realiseren in een simulatie? Het echte leven helemaal nadoen. Dat gaat voor Spore niet op, maar het idee is wel hetzelfde; begin als minuscule cel en evolueer je richting ruimtereizen. Daartussen zitten natuurlijk allerlei verschillende stappen, die allemaal even interessant zijn.

Centraal staat dat je als speler alles aan kunt passen. Dan is het natuurlijk belangrijk dat je daarvoor de juiste middelen tot je beschikking hebt. Spore is uitgerust met editors voor alle facetten van het spel, variërend van je eigen beestje tot gebouwen die later verschijnen in het City-tijdperk. Dat aanpassen werkt erg goed. Om maar de creature-editor als voorbeeld te gebruiken: je kunt je beest er echt zo uit laten zien als je zelf wilt. Er zijn een aantal standaard ‘onderdelen’ die je aan je beest kunt hangen, die dan effect hebben om zijn eigenschappen. Zo zullen grotere poten goed zijn voor meer snelheid, een kleine omvang is goed om jezelf verborgen te houden, en ga zo maar door. Als je wezen inhoudelijk klaar is, heb je al evenzoveel mogelijkheden om het diertje er leuk uit te laten zien. Er zijn veel verschillende textures die je kunt toepassen op het lichaam van je wezen. Het leuke daarbij is dat de engine zelf weet waar welk onderdeel zit; zo zal het spel zelf de textures op de buik bijvoorbeeld iets grover maken, en wat extra accent aanbrengen bij het gezicht. Ook rekent de engine automatisch het evenwicht en de manier van voortbewegen uit, afhankelijk van wat voor onderdelen je eraan hebt gehangen. Al met al werken de editors enorm makkelijk en snel, wat synoniem is voor gebruiksvriendelijkheid.

De volgende stap is het feitelijke begin van het spel. Je bent één beest, maar ook een heel soort. Je hebt directe controle over één wezen, maar zijn doen en laten heeft invloed op de rest van jouw soort. Gedraag je je asociaal, dan hoeft jouw ras niet op veel sympathie te rekenen. In het begin ben je vooral bezig je eigen planeetje te verkennen en eten te scoren. Als je eenmaal met een soortgenootje gaat paren, komt er een tweede generatie. Je gaat dan automatisch naar de editor, waar je wat wijzigingen aan kunt brengen. Als je bijvoorbeeld niet tevreden bent over hoe snel je beestje is, kun je hem wat grotere poten geven. Zo evolueert je beestje dus in een steeds beter en uitgebalanceerder wezen.

Zo ga je na een tijdje wat verder in de ontwikkeling. Je wezens bouwen huizen, gaan voertuigen gebruiken en worden zo steeds meer geciviliseerd. Vroeg of laat komt dat het moment dat je huidige planeet niet meer voldoende is, en je op zoek moet naar andere plekken. Het ruimtereizen is eigenlijk een spel op zich. Je kunt met je ruimteschip bijvoorbeeld wezens van je eigen planeet meenemen om te zien hoe die het elders doen. Wright’s eigen wezen werd een paar lichtjaren verderop zonder pardon opgevreten, waarna Wright met zijn ruimteschip het vuur opende. Helaas had het volkje dik afweergeschut, maar als een volleerd piloot ontweek Wright de laserstralen en legde hij de halve planeet plat. Veelzijdig spelletje dus.

Het meest indrukwekkende aspect van Spore moest toen echter nog komen. Het is namelijk niet zo dat je maar een paar planeetjes kunt verkennen. Het bezoeken van je eigen zonnestelsel is een logische (maar niet noodzakelijke) eerste stap, maar daarna kun je nog véél verder reizen. Spore is namelijk virtueel een oneindig spel. Omdat de engine van het spel wezens en gebouwen van andere mensen automatisch download en integreert in het spel (in de vorm van meer planeten) komen er steeds weer nieuwe plekken bij om naar toe te reizen. Wright redeneert namelijk dat ongeveer tien procent van de Spore-spelers echt veel aan de slag gaat met de editors. De overige negentig procent profiteert dus van hun creaties. Dit element draagt, áls het inderdaad zo aanslaat, enorm bij aan de houdbaarheid van het spel.

Is Spore een nieuwe meesterwerk van goeroe Will Wright? Het lijkt er in elk geval sterk op. Of de game hetzelfde (mainstream) publiek aanspreekt als bijvoorbeeld The Sims-serie doet, valt nog af te wachten, omdat Spore veel minder lijkt op het echte leven. Want welke planeet begint nou met een zooi kleine organismen, die zich langzaam ontwikkelen in geciviliseerde wezens en dan vervolgens proberen andere planeten te verkennen..?

Geplaatst op 15 mei 2006 om 17:55 door


Plaats een reactie


X
Lees meer over Spore: