Sega Rally
Artikel | -Met een kop zo rood als een verbrande Brit en een huid als een sticker, hijs ik mijn bezwete lichaam uit de Playseat. Het is tegen half vijf als de rest van de pers al lang en breed naar huis is. Over een paar minuten staat onze taxi klaar om ons terug te brengen naar het vliegveld van Birmingham, dus ook ik moet het stuur nu echt loslaten. En dat is maar beter ook, want na zo’n vier uur (onderbroken door wat korte pauzes uiteraard) in die stoel te hebben gezeten, hebben onze vrienden van Sega het volgens mij wel een beetje gehad met hun gasten uit de Benelux.
Wij niet met hun trouwens. Want zet zes dikke racepods met de nieuwe Sega Rally naast elkaar, koppel de PS3’s aan elkaar voor multiplayer en je hebt een middag vol chaotische races en complete fun. Voor ik het over Sega Rally zelf ga hebben, moet ik er wel meteen bijzeggen dat de racepods daar misschien een te grote bijdrage aan hebben geleverd. Racen met die dingen is namelijk al een unieke ervaring op zich. Want wanneer zit je nou met z’n zessen in zo’n luxe Playseat Sega Rally te spelen? De game komt niet in de arcadehal en bijna niemand heeft zo’n dikke Logitech-set of racestoel. Laat staan allebei.
Wat wel zonde is. Ook al zit ik hier nu spontaan met spierpijn in m’n rechterbovenbeen van het gas geven. Eigenlijk zou je Sega Rally alleen in zo’n set-up moeten spelen. Niet alleen omdat het gewoon veel leuker is om te doen, maar vooral omdat de beleving er gewoon tien keer heftiger door is. En daar draait het toch om in Sega Rally. Om de feeling, om het gevoel ín die Peugot, Ford of Mitshubishi te zitten. Door die set-up komt het spel ook vele malen beter uit de verf. En dan vooral de tracking deformation-techniek waar Sega zo trots op is.
Terecht overigens. Want het ziet er niet alleen leuk uit dat je na twee rondjes door de modder scheuren het grondwater naar boven ziet komen, het heeft ook nog eens invloed op de gameplay. In de sporen die je achterlaat heb je meer grip op je auto en kun je dus beter en sneller door de bochten racen dan wanneer je over een stuk ‘ongerept’ parcours rijdt. Van de drie omgevingen waarin wij mochten rijden (in totaal zijn er zes, welke drie anderen wilde Sega nog niet verklappen), merkte ik dit het beste in de sneeuwomgeving van Alpine. Daar rijd je over een dik pak sneeuw en als je daar een paar keer overheen rijdt, wordt het echt een zooitje met diepe geulen. Zodra je wat meer van die geulen afwijkt en over het vlakke sneeuw racet, glijd je met je auto als een pinguïn over het ijs.
Dat heeft Sega dus goed voor elkaar. Maar er is meer: ik heb me kapot gelachen die middag. En dat komt omdat Sega Rally een pure arcaderacer is die voor een berg fun zorgt. Zoals we gewend zijn dus. Niet teveel gezeur met instellingen, gewoon zitten en gassen. En dan maar zien wat er gebeurt. Wij waren die middag allemaal redelijk aan elkaar gewaagd (op één iemand na, die wonderbaarlijk genoeg de racestoel en bijbehorende accessoires heel heeft gelaten) en dan is Sega Rally het leukst. Dat je constant op elkaars lip zit, wachtend op die ene bocht of dat rechte stuk waar je er langs kunt. Of op die ene fout van degene die voor je ligt. Zolang je niet een rondje achterligt weet je gewoon dat je nog een kans hebt geen laatste te worden en dat zorgt ervoor dat het de hele race spannend blijft.

Registreer nu!