GC: Resident Evil 5

Artikel | -

We kennen Capcom als een onderneming dat gewaagde producten ontwikkelt . Noem een bedrijf dat nu nog een 8-bit game uitbrengt op machines waarvan we weten dat ze in staat om de realiteit na te bootsen, of dat unieke projecten als Okami en Killer7, ondanks lage financiële verwachtingen een kans geeft, of die haar bekendste vechtserie afstoft en opnieuw uitbrengt met een totaal andere stijl, maar trouw blijft aan de oude formule. Een dergelijke transformatie onderging de Resident Evil-serie in 2004 met Resident Evil 4, wat volgens velen één van de beste games was van de vorige generatie. Bij het aanschouwen van Resident Evil 5 op de Leipzig Games Convention 2008, waar ondergetekende (lees: dolgelukkige) het spel een half uur mocht spelen, werden alle aanwezigen herinnerd aan die topgame van een paar jaar terug.

Resident Evil 5 is op het Westen georiënteerd, net zoals Metal Gear Solid, The Legend of Zelda en Devil May Cry dat stiekem ook zijn. Je merkt het aan alles: de westerse gamers krijgen precies wat ze graag willen: snelheid, dramatische camerahoeken, keiharde actie, paniek en vooral heel veel bloed. De actie voelt ontzettend robuust aan, zeker in combinatie met de vertrouwde ‘over-the-shoulder-view’ waarmee Capcom in 2004 een heuse trend startte. De knoppen zijn ook alle iets logische gepositioneerd. Interessant is dat de speler niet helemaal het spel hoeft te pauzeren om van wapen te wisselen of om een voorwerp te gebruiken, maar dit nu tijdens het spelen moet doen. Dat is natuurlijk voordelig voor het tempo van het spel, maar hierdoor moet de speler ook een stuk voorzichtiger omspringen met het benaderen van vijanden.

Overigens valt op dat hoofdpersoon Chris Redfield zo breed is als een grizzlybeer op steroïden; Marcus Fenix wordt er bang van. De kreet “well… I’m obviously not as big as you are” is dan ook niet geheel onterecht van zijn nieuwe partner: Sheva Alomar. Deze dame assisteert Chris op zijn missie door Kijuju, een afgedankt proletenstaatje in Afrika. Spelen met Chris, en dan vooral het schieten met wapens voelt eerlijk waar, ‘lekker’ aan. De verschillende wapens, waaronder shotguns, UZI’s, snipers en handgeweren hebben een aangename terugslag en worden ondersteund met heerlijke geluidseffecten die je echt het gevoel geven dat je bruut aan het knallen bent. Als explosiefetisjist moet ik ook opmerken dat ook dit onderdeel voor elkaar lijkt te zijn. Een welgemikt schot op een gasfles of op een traditionele explosieve ton laat de camera schudden, omstanders in het rond vliegen en het ontplofte vat laat een mooie, smeulende schroeiplek achter op de grond.

Resident Evil 5 wordt een bloedmooie game. De techniek waar het spel mee werkt is tot heel wat in staat, vazen, dozen, potten, kannen, flessen zijn kapot te schieten, elektriciteitsgenerators zijn van hun statief te schieten zodat ze op tegenstanders vallen, kratten en kasten zijn voor deuren en ramen te duwen zodat tegenstanders niet binnen kunnen komen en meer. Op het gebied van interactie doet je collega ook een duit in het zakje. Ben je dodelijk gewond, dan komt de ander aangehold om een dosis medicinale middelen stevig in je borst te spuiten. Hetzelfde kun je overigens bij haar doen indien zij op het punt staat het loodje te leggen.

Via simpele commando’s kun je je partner overigens roepen, ergens laten wachten of gewoon (tijdelijk) opsplitsen. Zo nu en dan komen er missies die om wat meer ‘samenwerking’ vragen. Zo speelde ik een stuk waarin ik met Chris op de verdieping van een gebouw moet staan om met een sluipschuttergeweer de mutanten van Alomar af te houden in het andere gebouw. Alomar bleek ook bijzonder praktisch te zijn tijdens het gevecht met de beruchte kettingzaagman, waar ze de aandacht van deze grote gemenerik weet te trekken, zodat jij goed op zijn hoofd kan mikken. Ook voorziet ze je, indien nodig, van extra ammunitie en kun je elkaar ‘voetjes’ geven om een muurtje over te komen.

Resident Evil 5 vernieuwt de serie niet zoals Resident Evil 4 dat deed, zoals velen wellicht al hadden opgemerkt. Maar deze speelsessie bewees dat het allerminst ouderwets aanvoelt. De actie voelt veel vloeiender aan in vergelijking met het vorige deel, de mate van interactie is vele malen hoger, en visueel is dit met afstand de mooiste game die ik heb gespeeld op de Xbox 360 en PlayStation 3.


Plaats een reactie