Call of Duty: World at War

Artikel | -

De nieuwe Call of Duty gaat weer eens terug naar de Tweede Wereldoorlog. Been there, done that zou je dan misschien denken, ware het niet dat het slagveld zich in dit geval voor een groot deel afspeelt rondom de Pacific. Oost-Azië en Rusland om nauwkeuriger te zijn, een compleet ander strijdtoneel dan bij ons in Europa dus. Zo beland je in deze game bijvoorbeeld in de jungle. Dat dit weer een compleet nieuwe Tweede Wereldoorlog-ervaring opriep, ervoer ik zelf tijdens een korte speelsessie met Call of Duty: World at War.

Mijn speelsessie begon in één of ander drassig gebied in de jungle, omringd door hoge bomen waarvan de wortels tot ver boven mij en m’n team uitstaken. Het kleine beetje licht dat tussen de bomen door op het troebele water glinsterde, wist de moerassfeer goed te benadrukken. Eén van mijn teammaten vroeg hoe lang we nog door de bagger moesten ploeteren. ‘Niet zo zeiken, scherp blijven’, zei Jack Bauer….eh, ik bedoel natuurlijk Kiefer Sutherland. Nee wacht, ik zei het zelf! In dit level speelde ik namelijk met het personage waarin 24-acteur Kiefer Sutherland zijn zeer herkenbare stem heeft verleend, en dat klonk vet.

Naast de krekels op de achtergrond was het stil, té stil. In de verte lag een neergestort vliegtuig nog na te roken en ik beveelde één van mijn teammaten een kijkje van dichtbij te nemen. Op dat moment voelde ik dat er iets niet in de haak was, maar ik was te laat. Ik hoorde een klik gevolgd door een explosie. AMBUUUUSH! Compleet gecamoufleerde Japanners kwamen als gekken vanuit het struikgewas op ons afrennen. Teamgenoten schreeuwden rondom me, kogels vlogen in het rond, het was pure chaos. En dan te bedenken dat dit pas het begin van het level was.

Mijn manschappen en ondergetekende hadden ons een weg door de jungle geschoten. We kwamen aan bij een zanderig gebied. Bunkers in de verte onthulden dat er weer weinig goeds op ons stond te wachten. En ja hoor, daar kwamen de Japanners weer. Na een hectische shoot-out leken we eindelijk wat rust te krijgen. We vervolgden ons pad om uiteindelijk te belanden op een veldje met hoog gras en wat palmbomen. Eindelijk rust, tijd om te hergroeperen dus.

Net op het moment dat ik eens rustig adem wilde halen sprongen er wat soldaten uit het gras. Amper bijgekomen van de heftige strijd daarvoor, moesten de wapens weer snel herladen worden en volgde er een strijd op leven en dood. De Jappen kwamen overigens niet alleen opduiken uit het hoge gras, ze hadden zich ook verscholen in de palmbomen. Gelukkig had ik vlak daarvoor een vlammenwerper weten te bemachtigen en niet veel later stond alles in de fik. Geen gras meer om in te schuilen, geen palmboombladeren meer achter te verstoppen, alles was weggevaagd. Het enige dat overbleef waren wat verschrompelde vijanden, sommigen nog naschreeuwend van de pijn. Gelukkig voor hen zat ik ruim in m’n kogels en verloste ik ze met een paar schoten uit hun lijden. Inmiddels kon ik de conclusie trekken dat we in dit level geen rust zouden krijgen totdat we het einde hadden gehaald en we hadden nog een lange weg te gaan.

De conclusie die ik trok klopte. De route die we nog af te leggen hadden was chaotisch en gevarieerd. We moesten ons nog een weg banen door loopgraven en kwamen we uit in een half afgebroken pand. Overal lagen brokken puin en dit maakte het de ideale schuilplek voor de vijand. Gelukkig bood de vlammenwerper ook hier weer uitkomst, want de heftige vuurstraal wist op vrijwel alle plekken te komen.

Nadat we het verlaten gebouw hadden veroverd, volgde de échte veldslag pas. We kwamen voor een groot open veld te staan. Tanks reden af en aan. Zowel aan onze kant als die van de Japanners. Opgeblazen tanks, al dan niet veroorzaakt door een raak bazookaschot, werden door de tegenstanders slim gebruikt om dekking achter te zoeken. Mijn vlammenwerper toonde echter geen genade en na enkele minuten lag ook dit veld vol met verbrande lichamen. De laatste stop was het luchtafweergeschut, een leuk detail was dat je deze reusachtige wapens ook zelf kon bemannen om zo de laatst overgebleven vijanden met een regen van kogels uit te roeien. Eindelijk kon ik rustig ademhalen, mijn handen knepen de controller van de Xbox 360 bijna fijn. Heftig!

Zo eindigde mijn zeer korte speelsessie. Het was een adrenalinerush van een minuut of tien á vijftien. Als ik Call of Duty: World at War op basis van de korte sessie in twee woorden mag samenvatten, dan zouden dat hectisch en variatie zijn, hoewel gruwelijk en vet ook prima zouden passen. Vooral met de gedachte in het achterhoofd dat je de game offline met zijn tweeën co-op kunt spelen en online zelfs met vier spelers, kan ik alleen nog zeggen dat het zeker naar meer smaakte.

Geplaatst op 31 oktober 2008 om 16:00 door


Plaats een reactie