James Cameron's Avatar: The Game

Artikel | -

Jarenlang was de Canadese regisseur Cameron aan het broeden op een ambitieus sciencefictionmeesterwerk. Het zou gaan over een exotische, maar levensgevaarlijke planeet waarop de mensheid een onrechtmatige strijd uitvecht met de oorspronkelijke bewoners. Avatar zou het moeten gaan heten en na een lange pauze in het maken van films werd er besloten dat de tijd rijp was voor dit project. De wereld kreeg de afgelopen maanden langzaam maar zeker meer te zien van Avatar. In de bioscoop, op internet maar ook op de E3 waar de excentrieke regisseur een gepassioneerd en behoorlijk lange monoloog begon over het universum waar het geheel zich afspeelt. Het was daarnaast ook de trotse onthulling van de gelijknamige game die door Ubisoft wordt ontwikkeld.

Misschien kwam het door Camerons overenthousiaste gebabbel, of door het feit dat blauwe ruimtewezens deden denken aan iets dat voortgekomen is uit het brein van een smurf, maar Avatar: the Videogame wist niet meteen heel veel indruk te maken. Dat ligt niet in ieder geval niet zozeer aan het verhaal van de game dat mooi inhaakt op wat er allemaal in de film gebeurt door je als twee verschillende facties te laten spelen. Avatar speelt zich namelijk af op de nieuwste kolonie van de mensheid, een buitenaardse planeet genaamd Pandora die bevolkt wordt door meterslange blauwe figuren en levensgevaarlijke wilde wezens.

De mensen die onder de naam RDA op de planeet actief zijn gaan in hun kolonistische praktijken weinig zorgzaam met de planeet om. Pandora herbergt veel waardevolle grondstoffen, maar met zijn giftige atmosfeer en ondoordringbare jungles vol met verschrikkelijke wezens, niet de meest prettige plek in het universum. Alleen de Na’vi , de oorspronkelijke bewoners en de andere speelbare factie weten zichzelf staande te houden op deze gevaarlijke planeet. Vandaar dat de RDA gebruik maakt van Avatars, een soort reageerbuis-Na’vi die bestuurd worden door mensen. Het uitgangspunt van de film en de game is dan ook dat een Avatar door zijn verschijning als Na’vi tussen twee werelden gevangen zit.

Terwijl James Cameron voor de film gebruikmaakt van de modernste camera’s in combinatie met een staaltje indrukwekende special effects, probeert de game het ook ambitieus aan te pakken. In het spel speel je namelijk als een vers aangevlogen ruimtemarinier die de mensheid moet bijstaan in de strijd om de planeet. Net als het hoofdpersonage van de film kruip je in de huid van een Avatar. Iets wat ook meteen een van de uniekere onderdelen van Avatar oplevert, afhankelijk van je verschijning reageert de wereld anders, eens gevaarlijke planten doen je als Avatar geen kwaad en ook de exotische wezens die door de jungles scharrelen zijn ineens een stuk vriendelijker. Je voelt het misschien al aankomen: door het feit dat je als Avatar tussen twee werelden in zit bevat het spel keuzemomenten waarin je moet kiezen bij welke kant je aan wil sluiten. De invloed van deze keuzes is echter niet enorm voelbaar, wat vooral komt door het feit dat er niet zo heel erg veel verschil is tussen het spelen als mens of Avatar.

Dit komt omdat de hoofdmoot van de game bestaat uit het schieten vanuit Third Person-perspectief. Hierbij vallen twee dingen onmiddellijk op. De eerste is dat het spel geen coversysteem heeft zoals we dat bij iedere shooter tegenwoordig wel gewend zijn. Het gevolg hiervan is dat je ouderwets rommelig loopt te knallen. Het andere opvallende punt is het feit dat er eigenlijk behoorlijk weinig verschil is tussen de Na’vi en de RDA. Beide facties beschikken over allerlei wapens plus een boel extra power-ups zoals de mogelijkheid om onzichtbaar te worden of even een stukje te sprinten. Als het puntje bij het paaltje komt, spelen ze eigenlijk bijna hetzelfde en zijn de vaardigheden nauwelijks verschillend.

Het grote verschil tussen de twee facties zou hem dus in het verhaal en de missies moeten zitten. In het eerste stuk van het spel waren de missies nog niet bepaald meeslepend en werd je vooral van de ene naar de andere kant van de jungle gestuurd om daar vervolgens voorwerpen te verzamelen of om een groepje aanvallende wezens af te maken. Het oerwoud zelf ziet er goed en behoorlijk exotisch uit, maar ruimte om te verkennen is er niet. Je zit helemaal vast aan de gebaande paden en wegen in de jungle. Voertuigen kunnen vanuit de menselijke factie ook gebruikt worden om de bossen te doorkruisen en het is daarom extra jammer dat je zo vast zit aan smalle paden waar je nauwelijks vanaf kan, waardoor er nauwelijks wat te scheuren valt.

Ik houd mijn hart vast voor deze ambitieuze licentiegame. Extra’s zoals het feit dat het spel ook een multiplayerstand bevat of de mogelijkheid om in 3D te spelen, wijzen er alleen maar op dat Ubisoft zich op teveel verschillende onderdelen richt. Omdat Avatar zoveel probeert te doen, maar nergens in uitblinkt, zou de game precies in de valkuil van middelmatige licentiegames kunnen vallen. Een kuil waarin geen enkele game met ambitie in vast hoort te zitten. Als dat maar goed komt...


Plaats een reactie