Mass Effect 2: Ilo'Nar Olo
Artikel | -We weten nu onderhand wel dat het Mass Effect-universum een interessant verhaal vertelt en dat BioWare veel moeite heeft gedaan de spelwereld geloofwaardig te maken door uitgebreide geschiedenissen te schrijven. Bij BioWare weet men wel hoe je iets moet vertellen en Mass Effect is een franchise met mogelijkheden. Met de game is er een totaal nieuw universum gekomen waarvoor allerlei games, films en boeken gemaakt kunnen worden. Er zijn inmiddels twee games, twee boeken, één stripboek en er komen nog minstens een game, een boek en twee stripboeken. Voor een film is blijkbaar veel interesse. Zoveel fictie met de grandeur van Mass Effect is inspirerend, en één van de geïnspireerden ben ik. In dit artikel kun je een stukje fictie lezen gebaseerd op en geïnspireerd door Mass Effect.
Ergens ligt iets zo erg te rotten dat het bijna onmogelijk is om door de kamer te lopen. De geur van het lijk is drukkend en voelbaar, zo sterk dat de ademhalingsapparatuur van Ilo’Nar Olo moeite heeft te blijven functioneren. Hoewel, is het wel een lijk? Ilo stapt de kamer binnen en kijkt rond. Niemand te zien. Het licht is nog aan, ergens vanuit de verte klinken vreemde tonen door, maar verder lijkt alles rustig. “Rustig een stap zetten”, denkt Ilo. Stapje voor stapje betreedt hij de kamer en observeert het vertrek. De kamer is ruim, stijlvol ingericht met verschillende roodtinten en exotische planten. Het zou een erg vredig vertrek kunnen zijn, ware het niet dat de kamer een dodelijke kilheid uitstraalt. Daar, in die hoek. Is dat rood niet iets te rood? Ilo loopt door de kamer en ziet tot zijn afgrijzen het verminkte, opengereten en half verorberde lichaam van wat een Krogaan lijkt te zijn.
Wat voor wezen kan een Krogaan op zo’n beestachtige manier doden en toetakelen zonder niet eerst de hele kamer overhoop te halen? Ilo kijkt om zich heen, maar alles staat en blijft stil. Gebiologeerd kijkt hij naar wat er over is van de Krogaan. Hij is ontdaan van zijn kleding en zijn borstkas is afwezig, evenals zijn gezicht en linkerarm. Het is een afschuwelijke aanblik. Ilo wendt zijn gezicht af, draait zich om, loopt naar de dichtstbijzijnde bank en ploft er op neer. De bank is rood als de kamer en zacht, kleverig. Wat gek. Hij staat weer op en kijkt naar het meubelstuk: twee levenloze ogen staren hem aan vanuit de bekleding terwijl een rottende vloeistof druiperig vanuit de ogen koers zet richting bank . De scène wordt Ilo te veel en hij verlaat de kamer. Buiten wil hij zijn gedachten ordenen. De koele avondlucht en het rustige aanzicht van de omliggende woestijn doen wonderen voor iemands gestel zegt men, en na een paar lange momenten Ilo voelt zich al een stuk rustiger.
Iets of iemand heeft die Krogaan vermoord. “Het is bizar”, zegt Ilo. “te gek voor woorden.” Ilo moest hier een mens treffen die hem kon helpen op zijn bedevaartstocht. Hij moest hier zijn, omdat het huis hem discretie een rustig onderkomen bood. Dat dacht Ilo ten minste, want hij kreeg het adres alleen maar aangereikt. Het huis, gebouwd in de vorm van een heuvel, staat net buiten de hoofdstad van de planeet Amra. Ilo zou hier gewoon een mens moeten ontmoeten, en wat hij vindt is een even lugubere als klinische afrekening! De mens – namen werden nooit uitgewisseld – weet iets over de Geth dat zijn volk zou kunnen helpen. Althans, dat werd hem in de stad verteld.
Een aantal weken geleden was Ilo in een ruimtehaven, waar hij een gesprek tussen een Salariaan en een mens afluisterde vanaf het moment dat hij het woord ‘Geth’ hoorde. De twee personen hadden het over een zekere controle die een of andere Sovereign had over de Geth. Toen ze uitgepraat waren en elk hun eigen weg gingen, achtervolgde Ilo de mens. Na een half uur langzaam als een roofdier zijn doelwit gevolgd te hebben, draaiden de rollen om: de mens draaide zich naar Ilo om en keek hem woedend aan. “Wat wil je van mij?” riep hij uit. “Zeg het me nu, smerige Quariaan! Als je me niet binnen tien seconden hebt uitgele–”
“Bedaar”, zei Ilo. “Ik hoorde wat jij en die Salariaan zeiden over de Geth. Ik moet weten hoe die Sovereign de Geth wist te leiden. Het is heel belangrijk voor mijn volk, zoals je waarschijnlijk wel weet.” De man bedaarde. “Ja, dat weet ik”, zei hij bruusk. “Mij moet je niet hebben, wat dat aangaat.” Hij haalde papier en een pen uit zijn pak, schreef wat op, liep naar Ilo toe en duwde het in zijn hand. “Hier, ga naar dit adres op de planeet Amra. Daar zal iemand van mijn soort zijn die je meer kan vertellen”. Het vreemde gedrag van de man ontging Ilo ietwat. Dit was immers een grote kans, ondanks het risico. Hoe wist hij of de bedoelingen van deze mens goed waren? Maakte het eigenlijk uit? Hij waagde het er maar op, en moet je nu zien: helemaal alleen in een onbekende stad met een groteske moordplaats een paar meter van hem verwijderd. Ilo voelt dat hij erin is geluisd Hij moet hier weg. Na een paar meter van het huis weggelopen te zijn, voelt hij een tik op zijn rug. Hij draait zich om en ziet dat het de man was die hem hiernaartoe had gestuurd, en er is iets vreemds met hem aan de hand.
Zijn ogen puilen uit, er staat schuim op zijn lippen en er loopt bloed uit zijn oren en over zijn kleren. Over zijn kleren? Nee, dat bloed is droog. Het is vast van de Krogaan! Dreigend zwaait de man met een lange ijzeren buis. Ilo doet een paar stappen achteruit en slaat een kreet uit. “Doe me niets! Alsjeblieft, doe me niets!” Ilo weet niet wat hij moet doen. Uit angst zet hij nog een paar stappen achteruit, want de man lijkt niet van plan Ilo met rust te laten. “Kijk naar me”, schreeuwt de man, “kijk naar me en zie wat indoctrinatie doet”. Ilo snapt er niets van. Indoctrinatie? “Waar heb je het over?” vraagt Ilo. “Autonomous! Autonomous deed dit! Sovereign is niet de enige voorbode, er zijn er meer”, stamelt hij maniakaal. De man schaterlacht en vervalt weer in zijn gestamel: “Meer. Véél meer. Honderden. Maar niet allemaal bekend, nee, nee! Cerberus heeft Autonomous gevonden en mijn team en ik mochten hem hebben. Ha ha!” Plots rent de man weg. “Wacht jij maar, Quariaan, die Krogaan heeft z’n portie al gekregen, en jij zal het ook krijgen”, schreeuwt hij over zijn schouder terwijl hij in een voertuig stapt en wegscheurt
Ilo moet snel beslissen. Weggaan en die gek laten voor wat hij is, of achter hem aan gaan. Hij voelt dat wat deze mens uitkraamt meer omvat dan alleen Geth of rare mensen. Dit is absurd, vreemd en de wartaal van de man was te intrigerend om niet onderzocht te worden. Ilo stapt in zijn voertuig en achtervolgt de man, opnieuw. Net zo snel als hij de achtervolging inzet, komt deze alweer tot een einde.. Bij een ruimtehaven niet ver buiten de stad stapt de mens uit en rent naar een klein schip. Hij opent een luik en gaat naar binnen. Ilo zet een sprint in en vlak voor het luik zichzelf helemaal heeft gesloten, kan nog maar net binnenraken. Voorzichtig neemt hij het schip in zich op. Het is een eenpersoonsschip van de oude stempel. De indeling is grijs en kaal; functionaliteit is het enige dat telt. Er is één deur en die leidt naar de stuurkamer, waar het schip simpel en alleen vanuit bestuurd wordt. “Ha, Autonomous! Hij is binnen! Hij is binnen”, hoort Ilo de man schreeuwen. “Ik zal hem naar u toebrengen. De koers is al gezet”, kermt de man, alsof het hem pijn doet. Ilo hoort iets kapotgemaakt worden en hoort de man lachen.
De deur gaat open en daar staat hij: benen wijd, ogen vreemd gedraaid en een bebloed mes in zijn handen. Ilo neemt zijn pistool in de aanslag. “Doe rustig aan”, zegt Ilo. “Laat dat mes op de grond vallen en ga dan tegen de wand staan”, gaat hij verder. De man kijkt hem even aan en stormt op hem af. Bam. De mens ligt op de grond. Dood. Ilo is een goede schutter, en bedenkt zich wel twee keer voordat hij een aanvaller als deze in het been schiet. Dit soort personen blijven gevaarlijk en al hebben ze geen ledematen meer, dan vinden ze nog een manier om je wat aan te doen. Een kogel precies tussen de ogen is dan toch beter, hoe definitief en onomkeerbaar die beslissing ook mag zijn. Rustig loopt Ilo naar de stuurkamer. Tot zijn schrik zijn alle panelen vernield. Er is geen mogelijkheid om er iets mee te doen of ze te repareren. Hij zit vast op een schip met een onbekende koers, met als vooruitzicht de ontmoeting met een of andere Autonomous.
Ruimte is iets vreemds. Men kan nooit genoeg hebben en toch, als het oneindig is… als er niets om je heen is dan zwarte, ontastbare en oneindige ruimte, dan stopt je hart bijna. Het is eenzaam. Ruimte is eenzaamheid en Ilo begeeft zich in de oneindige vergetelheid. Zijn waarschijnlijk laatste reis verloopt langzaam en de verstikkende stilte omarmt hem als een troostende vriend. Ilo kijkt door een raam naar buiten. Er is iets vreemds met dit deel van de ruimte: er zijn geen sterren, het is er donker. Toch kan Ilo vreemde silhouetten onderscheiden. Overal om het schip zweven gigantische dingen. Ze lijken hem te observeren en in te sluiten. Het licht gaat uit. De duisternis is compleet. Plotseling is er overal licht, maar niet in ‘zijn’ schip. De vormloze dingen die hem omcirkelden zijn ineens verlicht door miljoenen kille lichten. Ze zijn koud en doods, niet zoals licht hoort te zijn. Uit het niets schiet er een brede lichtstraal op hem af. Nu is er niets. Ilo is er niet meer. Niets is er meer.




Registreer nu!