Hunted: The Demon's Forge
Artikel | -Men neme een kale spierbonk met een gigantisch zwaard, een rondborstige dame die – ondanks haar ferme voorgevel – wonderbaarlijk goed kan boogschieten, een stel ranzige orks, een paar agressieve skeletten en nog wat ander smerig tuig. Deze combinatie plaatst men in een wereld vol donkere crypten en obstakels waarachter dekking kan worden gezocht en de brug tussen een dungeon crawler en moderne actiegame is geboren.
Een jaar geleden was ik aanwezig bij de geboorte van deze ‘brug’ en verliet ik de presentatie met sterk gemengde gevoelens. Die gevoelens zijn na een recente speelsessie met Hunted: The Demon’s Forge, want daar sloeg de inleiding natuurlijk op, helaas nog steeds aanwezig.
De schuld ligt onder andere bij de twee hoofdpersonages die eigenlijk net wat te simpel zijn om een episch verhaal te vertellen. De terughoudende Caddoc is een echte dertien-in-een-dozijn spierbundel met een kale kop en een ringbaardje. Ik vind alleen zijn gigantische zwaard vet en de rest kan mij gestolen worden en dat lijkt me geen goed teken. E’Lara, de vrouwelijke boogschieter en durfal, daar voel ik al ietsjes meer. Ze heeft net wat meer diepgang en is iets minder saai, al zou dat heel goed kunnen komen door haar gigantische voorgevel die bijna schermvullend is. Met deze twee ietwat stoffige helden doorspeel je de hele game en word je om de haverklap geconfronteerd met conversaties van het niveau likmevestje.
Dat is jammer, want voor de rest zit Hunted: The Demon’s Forge best oké in elkaar. Zo zijn er de diverse toffe locaties. Voor een groot deel zijn dit sterk beklemmende kerkers, maar regelmatig worden de nauwe grotten en gangen afgewisseld met wat ruimere buitenlocaties, inclusief indrukwekkende panorama’s. Deze vergezichten zien er goed uit, maar die vlieger gaat jammer genoeg niet op voor personages en omgevingen die zich dichterbij bevinden. Noem me pervers, maar wanneer ik vol in de boezem van E’Lara keek, was op pijnlijke wijze zichtbaar hoe haar bustehouder op slordige wijze was ‘samengesmolten’ met haar borsten. En zo zijn er wel meer dingen mooi van een afstandje, maar wat minder mooi van dichtbij.
De matige outfit van E’Lara is niet haar enige probleem op korte afstand. Als boogschutter is ze in nauwe omgevingen namelijk een supermakkelijke prooi. Ze kan wel omschakelen naar haar korte zwaard, maar feit is dat ze beter tot haar recht komt als boogschutter op grote afstanden. Bij Caddoc is het eigenlijk net andersom: hij moet midden in het strijdgewoel staan om echt het verschil te maken. Deze wisselwerking tussen de twee hoofdpersonages is wel leuk en komt goed tot zijn recht wanneer je de game coöperatief doorloopt. In zo’n geval kan de speler die met Caddoc speelt op een horde vijanden afstormen, terwijl E’Lara vanachter dekking allemaal pijlen afvuurt.
Het doel van hun gezamenlijke avonturen is om een dorp (en wellicht meer) te verlossen van allerlei demonen, orks en skeletten. Hierbij ligt, naast het betere hak- en schietwerk, de nadruk op verzamelen. Allereerst liggen overal door de wereld rekken en kratten met nog betere wapens en schilden verspreid, maar nog belangrijker is het om op zoek te gaan naar kristallen. Met de kristallen kan je namelijk allerlei magische spreuken vrijspelen en upgraden, waardoor je je hand niet meer omdraait voor een orkje meer of minder.
De vraag is natuurlijk of Hunted: The Demon’s Forge meer behelst dan het afslachten van orks en het verzamelen van wapens en kristallen. Tijdens mijn speelsessie heb ik, naast het oplossen van een simpele puzzel, namelijk nog weinig anders gedaan. Mogelijk gevaar is dus dat je hetzelfde kunstje de hele game door moet herhalen. Zit er wel wat meer diversiteit in, dan is het te hopen dat Hunted: The Demon’s Forge daarmee het niveau van ‘aardige game’ ontstijgt. Ik loop namelijk liever over een goede, veilige brug dan over een brug die aardig veilig is.

Registreer nu!