Jumping Flash!
Artikel | -Het eerste spel dat ik bij de lancering van de PlayStation in 1995 speelde was niet Ridge Racer, Wipeout of één van de andere ‘stoere’ launchgames. Als jongetje van acht leek de grappige robbit op het hoesje van Jumping Flash! me namelijk veel toffer. Tot op de dag van vandaag denk ik aan dit spel terug als de bron van mijn op zijn minst originele smaak in games. Misschien is mijn passie voor videospellen zelfs pas écht tot ontwikkeling gekomen op het moment dat ik dit spel voor het eerst speelde.
Het leek net misschien op een typefout, maar het personage dat jij bestuurt in Jumping Flash! is weldegelijk een robot-rabbit, kortweg robbit. Nu weten we allemaal dat een gewoon konijntje best stevige achterpoten heeft, maar deze robbit kan toch nét iets hoger springen. Op zijn gemak springt hij tot drie keer achter elkaar de lucht in, steeds hoger. Diep vanbinnen blijf het echter nog altijd een rasecht konijn, het hoofddoel in elke wereld is namelijk het verzamelen van gigantische wortels. Dit klinkt heel gek, maar in de context van het spel past het gewoon. Bij al de maffe vijanden die je bekogelt met bijvoorbeeld ontploffende eikels en de mierzoete achtergrondmuziek hoort gewoon een tripple-jumpend robot-konijndat op zoek is naar enorme wortels.
Jumping Flash! is een platformspel in hart en nieren, maar deed destijds toch iets heel unieks met het concept. Zo was het namelijk bij mijn weten niet alleen één van de eerste, zoniet de eerste, échte 3D-platformer, maar bewees het ook toen al dat platformers met een First Person-view niet zo gek zijn als ze klinken. Velen onder jullie denken misschien dat Metroid Prime de eerste game was waarin je vanuit de ogen van je personage van het ene naar het andere platform moest springen, maar onze metalen robbit-vriend gaf Samus een tiental jaar geleden al het nakijken.

In de wereld van Jumping Flash! is er één of andere slechte baron aan het werk geweest. Hij wil jouw planeet omvormen tot een reusachtig buitenaards vakantieoord. Daarom heeft hij hele stukken aardkorst de lucht in gestuurd, om daarop zijn snode plannen te kunnen verwezenlijken. Door deze vreemde verhaallijn is het logisch dat elk level een soort vliegend eiland is, waarmee de ontwikkelaars de beperkingen in draw distance (hoe ver je in de verte kunt kijken zonder dat het beeld vervaagd of verdwijnt) van de PlayStation slim opgelost hebben. Het toffe aan deze eilanden is dat je op de meeste hiervan met een paar sprongen op het hoogste punt bent, waar je als je robbit’s driedubbele springcapaciteit gebruikt het hele eiland van bovenaf kunt aanschouwen.
Hoewel er in mijn ogen amper minpunten zijn aan Jumping Flash! moet ik toch toegeven dat het spel aan de korte kant is. Als ervaren gamer ben je er in een uurtje of twee wel doorheen. En als je weet waar je heen moet kan je het spel op twintig minuten uitspelen. Met dit laatste kan je je echter dagenlang bezighouden. Tenminste, als je bereid bent al je vooroordelen opzij te schuiven en je te verdiepen in een spel dat tot op heden zijn gelijke niet kent op gebied van innovatie.
Misschien is het de nostalgie die nu de bovenhand krijgt, maar de stijl, sfeer en vrolijkheid die Jumping Flash! uitstraalt wekt bij mij altijd een speciaal gevoel op. Dit gevoel heb ik sinds 1995 bij geen enkel ander spel teruggevonden, ook niet in de sequel, want die heb ik spijtig genoeg nooit gespeeld. Voor mij valt er aan Jumping Flash! niets te verbeteren, misschien durf ik het spel wel perfect te noemen. Eén ding is zeker, in het lijstje van mijn lievelingsspellen schittert Jumping Flash! trots in de top drie.
Registreer nu!