Skyrim: 'Ik heb er de kracht niet meer voor'

Artikel | -

Het is ondertussen twee maanden verder en ik durf het eindelijk wel te zeggen: ik heb Skyrim niet veel gespeeld. Alle gebruikelijke excuusjes zijn niet van toepassing. De stapel met andere games was vrij rap weggewerkt, ik heb zat vrije tijd gehad en de game ligt al sinds dag van release in huis. Nee, dat de winteravonturen slechts een paar uur hebben geduurd ligt volledig aan mezelf: ik kon het niet aan...

Het eerste dorpje heb ik met plezier verkend. Ik kreeg inkijkjes in de enorme spelwereld en de slepende conflicten. Met goede moed en een hoofd vol informatie reisde ik af naar de eerste stad en niet lang daarna kwam ik oog in oog met mijn eerste draak. Een draak die ik met een versgekochte spreuk en een magisch zwaard vrij eenvoudig de baas was. Ik werd als held ontvangen in de stad en na wat gesprekjes met de lokale bevolking kwamen de ‘points of interest’ als paddenstoelen uit de grond op mijn wereldkaart. En daar begon het probleem: want waar moest ik in godsnaam naartoe?

Ervaringen uit het verleden leerde me dat ik de hoofdverhaallijn beter even kon laten voor wat het was. Dus koos ik ervoor om naar het magische gilde, daar hoog in het Noorden te gaan. Maar nog voordat ik uit het stadje trok, begon een bewoner tegen me aan te kletsen. Of ik op speciale stenen kon letten in de spelwereld. Geen probleem. Twee stappen later, een wachter kletst wat over dat ze nog vrijwilligers voor het leger zoeken. Ow, eehh, ik zet hem op mijn to do-lijst...

Eenmaal buiten de stadspoorten zette dit ritueel zich voort. Verdwaalde verkopers, schuilplekken met bandieten, opdoemende draken, ex-avonturiers met pijlen in knieën, de verzoeklijst werd langer en langer. Op een gegeven moment was het zelfs beslissen: of nu eerst eens al die open eindes wegwerken of ze negeren en linea recta naar het Noorden reizen. Ik koos er stom genoeg voor om iedereen in de spelwereld te gaan helpen.

Tijdens een van de klusjes kwam ik terecht in een stadje waar het dievengilde zich bevond. Nog steeds in de veronderstelling dat Skyrim wel gas zou terug nemen, sprak ik een man aan die me voorstelde aan zijn collega’s. Collega’s die stuk voor stuk ook weer allemaal wensen hadden. Dat er zoveel in de wereld te doen was, ging voelen als een last. Alsof ik in mijn eentje steeds weer de kar moest trekken. Ik wist niet meer wat belangrijk was, waardoor alle verzoekjes steeds onbelangrijker leken. Overbelast door alle prikkels besloot ik dat ik nog maar één rol kon aannemen in de wereld van Skyrim om onverschilligheid te voorkomen. Ik zou de eenzame doler worden, op zoek naar zijn plek binnen de wereld.

Gevoelsmatig zou ik nog altijd in het Noorden antwoorden vinden op mijn vragen, al weet ik nu achteraf eigenlijk niet eens waarom. Hoe het ook zij, ik trok richting het Noorden. Mensen negeerde ik en dorpjes ontweek ik zoveel mogelijk. Een paard kocht ik niet, want wie weet wat daar weer voor mogelijke gevolgen of opdrachten aan vast zouden zitten.

De rol van eenzame zwerver voelde als een warme deken, eindelijk voelde ik me op mijn plek. Ik was gewoon die ongelukkige ziel die op zoek was naar rust in het koude Skyrim, maar stuitte op een bruisende wereld die me teveel werd. Het Noorden zou mij antwoorden verschaffen, of me verder helpen. Mezelf vastklampend aan die ijdele hoop liep ik uren richting het Noorden.

Bandieten konden me niets maken, gevaarlijke magische wezens ook niet. Efficiënt en zonder mededogen werden ze gedood. Ik maakte zelfs geen tijd om de lichamen te ontdoen van waardevolle voorwerpen, daarvoor was geen ruimte in mijn nieuwgevonden schema. Mijn blik was immer op het Noorden gericht, de opstekende sneeuwstorm deerde me niet.

Maar toen kwam de sabeltandkat. Ik vocht – haast ironisch – als een leeuw. Ik ontweek zijn aanvallen, gromde terug en mepte hardhandig raak. Maar de strijd was ongelijk. Iets dat ik ook inzag en ik probeerde mezelf in veiligheid te brengen. Maar omdat ik alles en iedereen had vermeden, wist ik niet waar die veiligheid was. De adrenaline maakte denken moeilijk, ik rende terug vanwaar ik kwam. Eigenlijk doelloos. Een korte blik achterom leerde me dat de kat de achtervolging had ingezet. Ik draaide me om. Een laatste bliksemschicht kwam uit mijn rechterarm. Ongedeerd sprong de kat op me af.

De eenzame zwerver zeeg ineen. Niemand zou me missen. Vervulde heldendaden waren er nauwelijks, ik was slechts iemand die op zoek was naar een reden om te bestaan in de wereld van Tamriel. Mijn rol bleek voortijdig uitgespeeld. En daar heb ik vrede mee; ik zal nog vaak genoeg een wereld redden... maar niet die van Skyrim.


Plaats een reactie


X
Lees meer over The Elder Scrolls V: Skyrim: