Aliens: Colonial Marines Review

Recensie | -

Aliens: Colonial Marines moet volgens Gearbox het gat overbruggen tussen de sciencefictionklassieker Aliens (1986) en Alien³ (1992). In een ideale wereld is het de waardige opvolger in interactieve vorm waar fans jarenlang op hebben gewacht. En met zo’n licentie weet Gearbox zich wel raad. Dachten we.

Aliens: Colonial Marines speelt zich af na de gebeurtenissen in James Camerons Aliens. De kolonie Hadleys Hope is na de kernexplosie verwoest, de USS Sulaco geeft geen antwoord meer en het is aan korporaal Winter de taak om met een groep stoere mariniers uit te zoeken wat voor vreselijke dingen zich hebben plaatsgevonden. Het resulteert zich in het neermaaien van Xenomorph-gespuis en het bezoeken van een hoop iconische locaties.

Oorah to ashes

Voor fans van de films staat een feest van herkenning te wachten. Een natte droom wordt werkelijkheid wanneer je langs de kluisjes van de Sulaco-bemanning loopt, in de naargeestige gangen van het vervallen Hadleys Hope een gele driewieler vindt of de mysterieuze Space Jockey van dichtbij bewondert. Daarnaast zijn de geluidseffecten grotendeels authentiek waardoor die onmiskenbare sfeer zich meteen meester van je maakt; de nerveuze bliepjes van de bewegingsdetector, de ratelende wapens, de intrigerende muziek, het klopt allemaal. De mariniers die mee op pad gaan hangen weer heerlijk de naïeve ‘bad ass’ uit en denken net als hun onfortuinlijke voorgangers het klusje wel even te klaren. Kortom, alles wat je in een Aliens-game verwacht tegen te komen.

De typische sfeer gaat echter snel gebukt onder de grafische malaise. We vermoedden al dat de game geen schoonheidsprijs zou winnen, maar dat het op grafisch gebied zelfs in Aliens vs. Predator uit 2010 zijn meerdere moet erkennen hadden we niet verwacht. De ‘chicks & dicks’ van de USS Sephora zijn verschrikkelijk houterig geanimeerd en zien eruit als emotieloze buikspreekpoppen. Fletse texturen in het decor en objecten die van dichtbij een lage resolutie blijken te hebben doen verder afbreuk aan de in potentie interessante omgevingen.

Waar je het ene moment nog claustrofobische gangenstelsels en sinistere laboratoria doorkruist, in het halfduister deuren open last en Xenomorph-aanvallen moet afhouden met turrets, bevindt je je even later op het fletse toneel van een alledaagse first-person shooter. Ineens vecht je op uitgestrekte vlaktes met rotspartijen tegen Weyland Yutani-soldaten, moet je gepantserde legervoertuigen ontwijken en dient luchtafweergeschut uitschakelt te worden met raketwerpers. Dat wapens als de Pulse Rifle en de Smartgun niet zo overtuigend voelen als dat ze klinken is nog niet eens het grootste probleem. Het niveau van de zes uur durende campagne dwaalt tegen het einde af naar dat van een ongeïnspireerde schiettent in de ruimte en strookt totaal niet meer met de gedachte achter de Aliens-film.

Ondanks al het beschikbare bronmateriaal doet Gearbox weinig moeite om met een interessant plot voor de dag te komen. Het begint veelbelovend, maar zakt net als de gameplay steeds verder af. Dat megacorporatie Weyland Yutani alles in de doofpot wil stoppen om naar hartenlust Dokter Bibber met de Xenomorphs te spelen zal niemand verrassen, evenmin als de ‘grootse plottwist’ die je ongetwijfeld uren van tevoren ziet aankomen. Dat het verhaal eindigt met een enorme anticlimax en wordt opgevuld door de meest zielloze karakters die je maar kunt bedenken is wel het toppunt van gemakzucht.

They used to come outta the walls

Net zo gemakzuchtig is de kunstmatige intelligentie waarmee vijanden zich in de strijd gooien. De Weyland Yutani-huurlingen zoeken weliswaar dekking, maar steken regelmatig hun hoofd erbovenuit om een kogel op te vangen. Met gevechten van dichtbij weten ze zich geen raad. Ook de Xenomorphs lijken meer op koppig kanonnenvoer in plaats van de gewiekste, moordlustige wezens die we kennen uit de films. Bijna nooit kiezen ze voor een benadering via muren of plafonds, ze kruipen dikwijls in polonaise recht op je af. Als ze dan ook nog eens met slechts een paar welgemikte schoten tegen de grond gaan is het niet zo verwonderlijk dat je nooit een opgejaagd gevoel krijgt.

De bewegingsdetector schiet zijn doel daardoor een beetje voorbij. Het is nergens noodzakelijk om hem te gebruiken en fungeert meer als een leuke eigenschap voor fans. Tijdens het grootste gedeelte van de game ben je bovendien samen met één of meerdere mariniers en die leveren onbedoeld het meeste speurwerk. Tijdens de sporadische momenten waarop je wél alleen bent is het de bedoeling om confrontaties te vermijden en is de spanning dus ver te zoeken.

De meest beklemmende momenten – ze zijn er weldegelijk – komen vreemd genoeg voor in de multiplayer. Op het eerste gezicht brengt dit gedeelte niets nieuws ten opzichte van de gevestigde online grootmachten, want ook hier zijn typerende dingen als perks, challenges en aanpasbare wapens te vinden. De grootste troef is echter het kat-en-muisspel dat je aantreft tijdens Escape en Survivor. In deze modi moeten de mariniers respectievelijk samenwerken om zo snel mogelijk een bepaald einddoel te bereiken, of zo lang mogelijk te overleven. Qua opzet doet dit veel denken aan de situatie in Aliens en als marinier zijnde zit je regelmatig op het puntje van de stoel.

Toch is ook dit gedeelte niet onberispelijk. Zo is de shotgun iets te sterk en is de aanval van de Spitter Xeno – één van de drie speelbare Xenomorph-klassen - te misbruiken omdat je vanaf onbereikbare posities en zeer lange afstanden een marinier kunt raken. Desondanks zitten de speelvelden - met diverse sluiproutes en hoogteverschillen - goed in elkaar. Dat de multiplayer het leukste onderdeel is zegt veel over het vernuft waarmee het in elkaar steekt, maar nog altijd meer over de staat waarin Aliens: Colonial Marines zich verkeert.

Het is namelijk lastig om op een positieve noot te eindigen, zeker als we bedenken dat Gearbox meer dan vijf(!) jaar heeft gewerkt aan deze game. Dat is in het rommelige eindproduct niet terug te zien. Zo loopt het geluid tijdens filmpjes niet synchroon met de beelden en kunnen de stemacteurs met vreemde uitschieters ons evenmin overtuigen. De ongeïnspireerde en trage menu’s zijn geen pretje om te navigeren en de haperende beeldverversing gooit tijdens de co-op campagne roet in het eten. Vijanden die vastzitten in het decor, de abrupte overgang naar scripted-events en de onbeholpen kunstmatige intelligentie: het rammelt aan alle kanten. Het zijn de druppels die de emmer met zuur doen overlopen.

Deze game is getest op de Xbox 360.

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van

Als je een fan ben van de sci-fi klassiekers is Aliens: Colonial Marines dankzij de vele verwijzingen en authenticiteit een nostalgisch tripje waard. De multiplayermodi komen daarmee verrassend sterk voor de dag, waardoor ze meer opzien baren dan de hele generieke hoofdmoot van de singleplayer bij elkaar. Op vrijwel elk vlak schiet de game tekort, waarmee het met zijn plaats in de licentie en in het FPS-genre eigenlijk weinig toevoegt.

5+
  • Authentieke locaties en geluiden
  • Treffende Escape- en Survivormodi
  • Grafisch ernstig achterhaald
  • Generieke actie voert boventoon
  • Slechte kunstmatige intelligentie
  • Verhaal en personages erg gemakzuchtig

Plaats een reactie


X
Lees meer over Aliens: Colonial Marines: