Animal Crossing: Let's Go to the City

Recensie | -

De middelbare school was, in de tijd dat ik er op zat, een waar Walhalla voor plagiaatplegers. Het internet was nog lang niet ingeburgerd en docenten hadden totaal geen kaas gegeten van ‘googlen’, ‘browsen’ of ‘surfen’. Als een boekverslag in elkaar geschreven moest worden over De Avonden van Gerard Reve, bood internet je een samenvatting, een diepgravende analyse, intelligente vragen over het boek en een gegarandeerde acht. Nintendo leeft met Animal Crossing: Let’s Go to the City nog duidelijk in die tijd en is tegelijkertijd de sluwe leerling en de naïeve leraar.

Sluw is het namelijk van Nintendo om deze franchise weer lekker op te blazen en groots te promoten voor het ‘nieuwe publiek’. Grote kans dat die mensen toch nog nooit een Animal Crossing-game hebben gespeeld, dus wat zou het hen schelen als het grotendeels hetzelfde is gebleven. Voor hen is deze game een openbaring. Ongekend hoe leuk en ‘vernieuwend’ het wel niet is om in een dorpje real-time rond te banjeren en vissen te vangen, insecten te vinden, dorpsbewoners aan te spreken en ook nog een mooie stad te bezoeken!

Ondertussen is er ook nog een hardcore publiek dat hondstrouw een Nintendo GameCube heeft aangeschaft, stond te juichen om de Nintendo DS en met de aankondiging van de Nintendo Wii zielsgelukkig waren. Dat publiek mort al tijden en het is eigenlijk ongelofelijk (naief/onverschillig/achterbaks) dat Reggie himself doodleuk beweerde dat Animal Crossing voor de Wii een belangrijke pion vormt in de huidige najaars line-up en écht een game voor het hardcore publiek is. Hoe durft ie? Animal Crossing op de Cube was al een gemakzuchtige port van de Nintendo 64-game Animal Forest (alleen in Japan verschenen) en nu is Let’s Go to the City een copy-paste-werkje waar mijn vroegere medescholieren nog een puntje aan kunnen zuigen. Mijn god zeg!

De vernieuwingen zijn namelijk in één zin te noemen: een paar nieuwe visjes, insecten, schilderijen en fossielen, een veilinghuis, de Happy Room Academy, een winkel van de giraffe Gracie en natuurlijk niet te vergeten: Wii Speak. Als ik echter zou moeten opnoemen wat allemaal hetzelfde is gebleven, dan zou je scrollwiel het begeven door de wrijving. Dus laten we dat maar niet doen.

Wii Speak is vreemd genoeg door Nintendo niet gepromoot als een unique selling point, terwijl het voor hardcore gamers toch wel belangrijk is. In games was lekker babbelen met anderen tot nog toe onmogelijk en hoe casual en onhandig Wii Speak dan ook mag lijken, het werkt best goed. Er zit een vertraging van ongeveer een seconde in wat er gezegd en ontvangen wordt, maar de geluidskwaliteit is verbazingwekkend goed. Het apparaatje weet handig om te springen met achtergrondruis en het gebabbel van de ander komt eigenlijk altijd goed door. In ieder geval heb ik lekker tegen Shoarmaboer zitten kletsen over het gebrek aan vernieuwing in Animal Crossing en wat voor flauwe opmerking (‘Wie dit leest is Ajacied’) ik op zijn Town Messsage Board had neergezet. En natuurlijk even hardop balen dat hij ook sinaasappels had, net als ik. Wii Speak is zeker een toevoeging, maar het voelt dan wel weer achterbaks dat er twintig euro extra (of dertig als je hem los koopt!) voor betaald moet worden.

Het enige wat je dan ook tijdens je belevenissen in Animal Crossing: Let’s Go to the City doet is mopperen. Waarom kun je niet zwemmen? Waarom is er geen schelpensectie in het museum? Waarom kan je bewoners de huid vol schelden in brieven waarna ze me doodleuk vertellen dat het de leukste brief is die ze ooit hebben ontvangen? Waarom kun je online niet met zijn tweeën naar de stad gaan (de titel is verdomme Let’s Go to the City!)? Waarom kun je niet een vast baantje aannemen bij een winkeltje? Waarom kun je geen extra bruggen laten bouwen, land verhogen of verlagen? Waarom kun je je huis niet laten herbouwen? Waarom kun je een bank geen andere kleur geven? Waarom kun je geen Poolse beesten inhuren om het fruit voor je te plukken? Waarom kan ik geen shotgun gebruiken om die wasberenkop van Tom Nook eraf te knallen? Waarom kan ik geen Partij voor de Dieren oprichten? Waarom sterft mijn poppetje niet aan honger? WAAROM????

Er zijn eigenlijk slechts een paar elementen die hinten naar wat in het verschiet zou kunnen liggen voor een nieuwe Animal Crossing. Het veilinghuis is hiervan het beste voorbeeld. Je zet je spulletjes online te koop en als Joe the Plumber uit de Verenigde Staten genoeg Bells neertelt, dan heeft hij er een item bij en ben jij weer wat rijker. Het voelt aan als een vernieuwing, maar je bent er zo vertrouwd mee. Eigenlijk laat het perfect zien hoe de rest van de game zou moeten zijn.

En voor de rest gniffel ik nog steeds om de stomme woordgrapjes, vind ik het grappig om het stopwoordje van elk beest in ‘or do I?’ te veranderen en nog steeds verzamel ik braaf mijn vissen, fossielen, schelpen, insecten en schilderijen. En nog steeds voel ik de verslavende factor die de game heeft. Het is net als een spreekbeurt die je oudere broer twee jaar geleden al heeft gebruikt, na een paar kleine aanpassingen is het nog net zo effectief als toentertijd.

Conclusie en beoordeling

Animal Crossing: Let’s Go to the City kent nog minder vernieuwing dan een uitbreidingspakket van De Sims. Voor het nieuwe publiek absoluut geen probleem, maar voor de doorgewinterde gamer een dolk door het hart. Wii Speak mag dan een pluspunt zijn, maar daar moet weer extra voor worden betaald. Voor de rest is het een herhaling van (wel leuke) zetten. We moeten maar dromen van een betere toekomst. Lekker blijven dromen.

7-
  • Wat leuk was, blijft leuk
  • Wii Speak...
  • wat je twintig euro extra kost
  • Let’s Go to the City...in je eentje!
  • Copy, paste, klaar.

Plaats een reactie


X
Lees meer over Animal Crossing: Let's Go to the City: