Transformers: War for Cybertron

Recensie | -

Ik vind het vreemd dat mijn camera niet plots pootjes krijgt en rond begint te springen. Waarom maakt mijn iPhone niet de ene na de andere stoere oneliner? Ook mijn Golfje Vier is te beroerd om af en toe in robotvorm te helpen in het huishouden. In Transformers: War for Cybertron zie ik wel robot na robot uit het niets verschijnen. Soms zijn het eerst auto’s, soms zijn het eerst vliegtuigen. Maar het ergste schrik ik als ik de lift pak en de bondgenoot die ik op de begane grond achterliet opeens naast me staat.

De onbedoelde teleporteerkrachten zijn niet de enige slordigheden in deze Third-Person Shooter. Zo blijken Bumblebee en Ratchet volleerde straatartiesten, als ze af en toe als menselijk standbeeld laten zien hoe stil ze in de weg kunnen staan. Het zijn kleine tekortkomingen in de kunstmatige intelligentie van je twee medestrijders, die overigens ook voor geen meter kunnen mikken. Tekortkomingen die je teniet doet door online twee vrienden te zoeken. Tekortkomingen die je al snel door de vingers ziet als je jezelf eenmaal in de hectische futuristische robotactie stort.

In War for Cybertron heb je altijd het gevoel dat het drie tegen honderd is. Vijandelijke robots zijn altijd zwaar in de meerderheid en duiken op uit alle hoeken en gaten. Er zit niets anders op dan knallen, knallen, opzij stappen en nog meer knallen. Het heeft wat weg van Gears of War, maar dan zonder het schuilen. Er is een flink arsenaal aan verschillende geweren beschikbaar en het schieten werkt misschien wel iets te heerlijk. Je blijft maar doorschieten en schieten en schieten. Persoonlijk had ik zelfs een minicursus item management nodig (nogmaals bedankt, Simon!) om niet steeds kogelloos te raken.

Af en toe moet je met een dubbele sprong een platformpje op klimmen of is het een goed idee om in autovorm weg te racen. Maar de meeste tijd ben je je magazijnen aan het legen op hordes mechanisch kanonnenvoer. Er zijn mobiele robots, vliegende robots en robots met een schild die alleen zijn te raken op hun rug, om er maar een paar te noemen. Je zult daardoor wel degelijk tactisch te werk moeten gaan om nog een volle energiebalk te hebben als de rook wegtrekt.

Levels die met een straaljager/robot gespeeld worden, bieden nog net wat extra variatie. De besturing van het vliegtuig is dusdanig anders dan die van de robot dat je even moet omschakelen en toch werkt ook deze gedaantewisseling uitermate vloeiend en soepel. Het geeft een extra dimensie die we nog niet eerder zagen in het genre. Vooral als je onder platformen doorvliegt om vijanden te verrassen is de meerwaarde hiervan bijna tastbaar. Maar ook krijg je als straaljager ongekend veel vrijheid om te gaan en staan (uh...vliegen en zweven) waar je wilt. Vijanden kunnen van alle kanten beschoten worden en mocht je heftig onder vuur worden genomen, dan is het mogelijk om een hoge richel te gebruiken als schuilplaats.

Ook in de sterke multiplayermodus is en blijft de straaljagervariant favoriet. Als je door de krappe tunnels en gangenstelsel scheert is het snelheidsgevoel indrukwekkend. In de open lucht kun je met een ongekende vrijheid rondvliegen en rondhangen. En niets is leuker dan met een rotvaart een tegenstander van achteren te bestormen, terwijl je het kogels laat regenen, om hem vervolgens met een mêleeaanval af te maken als hij zich omdraait. Lukt het niet, dan vlieg je gewoon weer weg en probeer je het nog een keer.

De multiplayermodi zijn sowieso stuk voor stuk leuke toevoegingen. De standaard Deathmatch, Team Deathmatch en Conquest-varianten werken verslavend, maar ook de nieuwe modi zijn het zeker waard om te spelen. In Countdown to Extinction plaats je bommen in de vijandelijke basis, in Power Struggle draait het om controle over de Power Node en in de gelijknamige modus moet de Code of Power naar de juiste plek gebracht worden. Het meest heb ik me nog wel vermaakt met Escalation, de Transformers-versie van Call of Duty’s Nazi Zombies. Hordes vijanden mogen weer van het slagveld geveegd worden, terwijl je strategisch omgaat met je vergaarde punten door bijvoorbeeld deuren wel of niet te openen.

Transformers: War for Cybertron kent ook nog een verhaal, dat duidelijk ondergeschikt is aan de actie. Heel kort door de bocht zit het zo: de Autobots en Decepticons hebben ruzie op hun thuisplaneet Cybertron. Het gevolg is een burgeroorlog, waarin niet echt een slechterik aan te wijzen is. Beide kanten hebben hun eigen campaign, die allebei volledig te doorlopen zijn met twee vrienden online. Chronologisch gezien zit de Decepticons-campaign voor die van de Autobots, maar je bent vrij om te kiezen welke je wilt spelen. Sowieso zullen er heel wat uurtjes in gaan zitten, want kort is de game allerminst.

Het is leuk dat je met bekenden als Starscream, Megatron en Optimus aan de slag kunt, maar de schietactie is de echte hoofdrolspeler in dit avontuur. De held die het verhaal redt. De ster die feller brandt dan alle anderen. Transformers: War for Cybertron geeft het goede voorbeeld en laat zien dat licentiegames ook op gameplaygebied kunnen excelleren. Hopelijk volgen er meer. Dat zou een mooie transformatie betekenen voor deze tak van de gameindustrie.

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van

Transformers: War for Cybertron legt de nadruk op heftige schietactie en geeft hiermee het goede voorbeeld aan andere licentiegames. Het verhaal is niet bijster boeiend, maar biedt meer uurtjes plezier en variatie dan je zou mogen verwachten. Tel daar een hele goede multiplayermodus bij op en je zult begrijpen dat War for Cybertron de popcornactiegame is om de zomer mee door te komen.

8
  • Heerlijke schietactie
  • Straaljagerlevels
  • Aardig wat uurtjes speelplezier
  • Sterke multiplayermodus
  • Slechte kunstmatige intelligentie van bondgenoten
  • Verhaal niet heel boeiend

Plaats een reactie


X
Lees meer over Transformers: War for Cybertron: