Donkey Kong Country Returns
Recensie | -Donkey Kong heeft de afgelopen jaren maar weinig eervolle vermeldingen op zijn naam staan. De glorieuze gamedagen van ’s werelds best geklede gorilla stammen uit de vorige eeuw, in het afgelopen decennium heeft hij, los van Donkey Kong: Jungle Beat, zich laten verleiden tot schnabbels als Donkey Konga, Donkey Kong: Jet Race en praktisch elke sportgame met Mario in de hoofdrol. Geen aaponterende bezigheden, maar ook niet de avonturen die we van ‘DK’ gewend waren. DK verdient beter. De ‘gamegoerilla’ verdient een glorieuze comeback. Geen pretenties, gewoon ouderwets platformen tot je erbij neervalt. Tientallen levels en vier letters: K-O-N-G.
Laten we niet om de hete brij draaien: Donkey Kong Country Returns voorziet volop in die platformbehoefte. Na al die jaren is de Country-formule niet verouderd en is het weer genieten om met DK op pad te gaan. Retro Studios (bekend van Metroid Prime) snapt hoe het werkt: pak een wereldkaart, smijt er acht werelden op, stouw er per wereld een stuk of zeven levels in, gooi er in elke wereld een pittige eindbaas bij en je bent klaar. Een verhaal is niet nodig met zoveel platformplezier. Het feit dat DK door een meute maffe muzikale maskers van zijn bananenvoorraad beroofd is, is genoeg aanleiding om onze (tientallen) levens in de waagschaal te leggen.
Elk van de acht werelden bulkt van de sfeervolle levels die het vragen om ontdekt te worden. Er zijn zoveel verstopte gangetjes met bonuslevels en verzamelvoorwerpen dat je onmogelijk alles in één keer kunt vinden, elk level weer. Of het nu een bloemetje is waaraan een bananenmunt vast blijkt te zitten, een rotspartij waarachter één van de vele puzzelstukjes verstopt is of een platform met dubbele bodem waarin je een bonuslevel vindt, overal waar je wat achter zoekt, zul je wat vinden. Op een gegeven moment ebt het verrassingseffect iets weg doordat er aan het begin en eind van een level wel erg vaak iets verstopt is, maar meestal blijk je onderweg toch weer iets gemist te hebben, waardoor je alsnog een tweede keer op zoek mag naar de vele verzamelobjecten. Na het avontuur van zo’n tien uur heb je dus nog een hoop open staan en kun je met gemak nog eens tien uur bezig zijn met alle geheime levels vrijspelen.
Dankzij het even fascinerende als fantastische leveldesign blijf je constant weer nieuwe creatieve concepten ontdekken. Levels zijn niet alleen leuk en moeilijk, maar ook nog eens zo dynamisch dat je soms met open mond zit te kijken wat er allemaal tegelijk gebeurt. Het ene moment ploeg je door levels die een hele berg bestrijken, vol instortende stellages en wankele rotspilaren, krakkemikkige kabelbanen en teakhouten trampolines. Een wereld later moet je overleven in een flitsende fabriek waar platformen verschijnen en verdwijnen doordat je langs gekleurde schakelaars springt. Op zichzelf iets dat we vaker gezien hebben, maar door dit concept door te voeren op praktisch elk element van de overvolle omgevingen is het een verzameling van verrassingen en onvoorspelbare sprongen in het diepe.
Je leert dan ook heel snel om je over te geven aan de gedachte dat je wel ziet waar het schip strandt. Je leert dat je vertrouwen moet hebben in het ritme waar de levelopzet je toe verleidt. Je leert om opportunistisch te gaan spelen. Volg het bananenspoor en vertrouw op de beat van de magistrale muziek. Als een kanonschot plaatsvindt op de beat, zal de inslag van de kogel dat waarschijnlijk ook doen. Er is geen ruimte voor twijfel, want als je ergens aarzelt kan het maar zo zijn dat de omgeving al half ingestort is en er geen grond meer te bereiken is, los van de afgrond. Zeker naar het einde toe is Donkey Kong Country Returns één en al trial-and-error, keiharde lessen die je op een eerlijke manier geleerd worden. Vooral in slotwereld Volcano worden de veteranen van de beginnende platformhelden gescheiden en zijn levels een ouderwets pittige aaneenschakeling van een overvloed aan sadistische valkuilen waar je tien, twintig, soms zelfs dertig keer intrapt voordat je het einde haalt.
Super Kong
Vorig jaar introduceerde Nintendo in New Super Mario Bros. Wii een uitstekende uitvinding: de Super Guide. Ook in Donkey Kong Country Returns is dit hulpmiddel aanwezig. Als je in een level acht keer achter elkaar het loodje legt, wordt je de mogelijkheid geboden om de hulp van Super Kong in te roepen. Deze zilverblauwe aap rent op de automatische piloot door het level, waardoor je nooit vast komt te zitten omdat een specifiek level te moeilijk is. Wel is het zo dat de gulzige Super Kong alle verzamelde voorwerpen zelf houdt, dus om alles te verzamelen moet je elk level zelf uitspelen.
De belangrijke vraag bij zo’n pittige platformer is: wordt het frustrerend? Het antwoord: soms wel, meestal niet. Heel af en toe heb je het gevoel dat de besturing net even niet lekker werkt, bijvoorbeeld als je een koprol moet maken om vijanden te verslaan. Dit doe je door te rennen en dan met de Wii-mote te schudden, maar het wil wel eens voorkomen dat je bij het begin van een sprintje wilt rollen en DK in plaats daarvan begint met op de grond trommelen – het commando van stilstaan en Wii-mote schudden. De knullige koprolbesturing breekt je soms op en dat is jammer, want het haalt je uit het ritme waar de levels juist zo op leunen. De levels vergen zoveel van je dat het eigenlijk noodzaak is dat DK en Diddy te allen tijde doen wat jij ze opdraagt. En dat is dus niet altijd het geval.
Ik zeg bewust DK én Diddy, want Diddy schiet te hulp op het moment dat je een speciaal tonnetje vindt. Niet alleen zorgt Diddy er met zijn jetpack voor dat je korte stukjes kunt zweven – een essentieel hulpmiddel tijdens de moeilijkste momenten – ook bezorgt hij je vier in plaats van de wel heel magere twee levenshartjes. Diddy vangt de eerste twee klappen op, maar de prijs daarvan is wel dat hij na die twee tikken verdwijnt en je het zonder zijn zweefhulp moet doen. Zeker tijdens de uitdagende eindbaasgevechten is de mogelijkheid om te zweven een zegen, dus Diddy is een volwaardig hulpje en niet een veredeld stootkussen.
Red je maat, maar met mate
Als in de co-op één van de spelers sterft, kan deze direct weer tot leven komen door in een tonnetje aan een ballonnetje het level in te zweven. De overlevende speler moet het tonnetje dan aantikken om zijn makker te bevrijden. Let wel op wanneer je de hulproep van je maat beantwoordt, want als je dit doet terwijl het level achter je ineen stort of wanneer je midden in een sprong bent, dan verlaat je vriend meestal direct weer het land der levenden. Erg irritant, vooral omdat het aantal levens behoorlijk beperkt is.
Wanneer een tweede speler zich bij je voegt heeft deze op elk moment de keuze om als Diddy op de rug van DK te hangen – dan doet de tweede speler niet veel meer dan het zweven besturen – of om met Diddy frank en vrij rond te lopen en los van elkaar te opereren. In dat laatste geval is de samenwerking tussen de twee gorilla’s ineens een stuk minder vanzelfsprekend. De coöperatieve modus is co-op in zijn puurste vorm: wie niet wil samenwerken, zal samen zwoegen. Zo is het bijvoorbeeld echt noodzaak dat de ene speler op een veilige plek op de andere wacht wanneer deze een leven verbrast heeft. Respawnen werkt niet zo soepel als je zou willen, want als je in een zwevend tonnetje uit de dood herrijst moet je oppassen niet linea recta weer een afgrond in te vallen doordat je ‘vriend’ je ‘bevrijdt’ op een ongelukkig moment, met onnodig verlies van kostbare levens tot gevolg.
Het is dus serieus platformen geblazen, voor lol trappen en ouwehoeren is geen plaats. Donkey Kong Country Returns is genieten voor de platformbikkels die weten wat ze doen en met elkaar afspreken om écht samen te werken. Ongeoefende spelers hebben de optie om op DK’s rug te kruipen en een (leuke) bijrol te vertolken. Het is jammer dat er geen middenweg is voor de speler die niet ongeoefend is, maar ook geen ervaren rot is. Daardoor is het minder universeel plezier dan de co-op in New Super Mario Bros. Wii, waarin iedereen zijn eigen gang kan gaan en je het level alsnog kunt halen. Om volop van de leuke co-op in Donkey Kong Country Returns te genieten moet je of met een goede gamer samenspelen, of met iemand die zich op moeilijke momenten kan schikken in een bijrol. Lukt dat, dan kun je genieten van een heerlijk chaotische co-op.
Conclusie en beoordeling
Dankzij de gevarieerde omgevingen, uitdagende levels en sterke soundtrack is Donkey Kong Country Returns een geslaagde comeback van de stoere gamegorilla. De game kent wat kleine missertjes als de klunzige koprol en ook de co-op laat wat steekjes vallen, maar Donkey Kong Country Returns schreeuwt spelplezier en brult beestachtig moeilijk.
- Geweldig leveldesign
- Ouderwets pittig
- Genoeg te verzamelen
- Leuke, chaotische co-op
- Klunzige koprolbesturing
- Rottig respawnen
- Co-op niet geschikt voor iedereen

Registreer nu!