Bodycount

Recensie | -

Wanneer binnen enkele maanden tijd drie belangrijke personen een studio verlaten – waarvan twee (!) zelfs het grootste project van de ontwikkelaar leiden – is er iets bloedserieus aan de hand. Natuurlijk moet je oppassen met overhaaste conclusies, maar dat er scepsis omtrent de nieuwe game van de mensen die ons eerder Black gaven ontstaat, is simpelweg niet te vermijden. Maar wellicht weet Bodycount alsnog te verrassen met één of twee gave elementen? Toch? Mogelijk? Heel misschien?

Vanaf minuut één is in ieder geval duidelijk dat de kracht van Bodycount niet zit in het epische verhaal. Als onderdeel van een organisatie genaamd ‘The Network’ is het jouw taak om een eind te maken aan onophoudelijke burgeroorlogen in Afrika. Hoe doe je dat? Simpel, roei alle facties uit. Dat is volgens The Network namelijk de snelste manier om vrede te bereiken en de tegenstander genaamd ‘The Target’ (ik maak geen grapje…) van de nodige hoeveelheid lood te voorzien. Dit uiterst marginale en lachwekkende verhaal lijkt een excuus om er maar op los te knallen. Daar is uiteraard niets mee mis op z’n tijd, maar zelfs voor de toch al vrij lage standaarden van het first-person shooter-genre, is het gebrek aan creativiteit omtrent het verhaal om van te huilen.

Helaas blijft de creatieve droogte niet beperkt tot het verhaal. De hele inrichting van de levels lijkt in het begin nog van een degelijk niveau, tot je er achterkomt dat dezelfde Afrikaanse kapotgeschoten gebouwen en futuristische omgevingen, keer op keer gerecycled worden. En dat voor een game waar je binnen vijf uur doorheen bent! Daarnaast wordt een bepaalde routine keer op keer wordt aangehouden; ga van A naar B, draai een hendel om, ga terug naar A, ga verder met het afschieten van de honderden lompe gelijkende mensen die je het leven zuur zouden moeten maken.

Vijanden lijken niet alleen op elkaar qua uiterlijk, maar ook qua dommigheden. Zonder te overdrijven stormt 90 procent van de tegenstanders als kip zonder kop op je af, zonder dekking te zoeken en vaker elkaar afknallend dan jou. Het gebeurde zelfs enkele keren dat een tegenstander een granaat gooide, om daarmee tot wel vijf van zijn eigen maten om het leven te brengen. Ter verdediging: ik begrijp als geen ander hoe lastig het is om granaten te gooien. Het is een tekenend voorbeeld van de matige besturing waardoor meerdere van mijn controllers het moesten ontgelden. Door het ontbreken van een metertje is het namelijk niet in te schatten hoelang je een knop ingedrukt moet houden om een granaat naar een bepaalde afstand te werpen.. Als vervolgens zelfs het richten op tegenstanders je op momenten onmogelijk wordt gemaakt, krab je je toch wel even over je bol. De manier van richten is een halfslachtige poging om auto-aim toe te voegen, maar heeft als gevolg dat je vaak op vijanden richt die geen prioriteit hebben. Als ik kan kiezen tussen het afknallen van een sniper die eens in de zoveel tellen een schot afvuurt en iemand die met een shotgun in mijn gezicht staat te blazen, dan lijkt duidelijk wie voorrang heeft. Kennelijk denkt het spel daar anders over…

De ironie is dat Bodycount ondanks de vele misstappen een concept heeft dat in een andere game best zou kunnen werken. Door headshots te maken, skill-kills uit te voeren en grootse ontploffingen met een zachte g te veroorzaken, kun je namelijk punten verzamelen en op het eind van een level krijg je een ranking voorgeschoteld. Bodycount leent zich echter totaal niet voor zo’n puntensysteem. Niet alleen door de matige besturing, ook door het feit dat je je nooit langer dan drie minuten in de actie bevindt. Wat is er dan in hemelsnaam leuk aan om je multiplier te verhogen en meer punten te verdienen, als het in mum van tijd weer voorbij is? Een game als Bulletstorm doet dit vele malen beter en het had geen kwaad gekund als hier leentjebuur was gespeeld. Onder meer omdat de hoeveelheid mogelijkheden om vijanden af te maken (en daarmee punten te scoren) in Bodycount, wederom, erg marginaal is.

Verder kent Bodycount nog een aantal andere typische elementen die bij een dertien-in-een-dozijn shooter als deze horen. Het standaard wapenportfolio bijvoorbeeld, dat niet veel verder reikt dan een shotgun, handpistooltje en machinegeweer. Het feit dat je door tegenstanders te doden ‘intel’ verdient, waarmee je tijdelijk onoverwinnelijk bent of sneller kunt lopen, is nog best leuk en aardig (vooral aardig). Net zoals de standaard multiplayermodi – Deathmatch, Team Deathmatch, een Horde-modus in co-op – nog voor enig vermaak zouden kunnen zorgen. Helaas zorgen eerdergenoemde problemen er voor dat Bodycount zowel voor de solisten onder ons, als voor de multiplayerfanaten, geen enkel moment leuk is om te spelen.

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van Wessel Schillemans

Zelfs als Bodycount in zijn huidige staat vijf jaar geleden was verschenen, zou de game als zeer middelmatig worden bestempeld. Na een handvol uren verschijnen de credits in beeld en dat voelt als een verlossing. Losse elementen van de game slaan als een tang op een speenvarken en als geheel slaat de game als een lul op een drumstel. De nodige scepsis vooraf was niet voor niets; Bodycount verdient op zijn minst een voornominatie voor slechtste shooter van het jaar.

3+
  • Sommige elementen hebben in elk geval potentie
  • Matige besturing
  • Waardeloze kunstmatige intelligentie
  • Verhaal van likmevestje
  • Leveldesign is om te lachen… of om te huilen

Plaats een reactie


X
Lees meer over Bodycount: