Need for Speed: The Run

Recensie | -

Afgelopen voorjaar werd The Run door uitgever Electronic Arts met veel bombarie aangekondigd. De nieuwste Need for Speed zou – uniek voor het genre – een meeslepend verhaal bevatten met de veel te stoere Jack Rourke in de hoofdrol, vol intense achtervolgingen waarin je zowel de natuurelementen als de maffia dient te trotseren in een race van San Francisco naar New York City. Als klap op de vuurpijl wordt het ook nog mogelijk om uit de auto te stappen tijdens je rit van ruim vierduizend kilometer. Is er iets wat Jack niet kan?

Voordat we die prangende vraag beantwoorden, gaan we in op het verhaal rond onze hoofdrolspeler. Jack Rourke is een veel te stoere gozer met een enorme prijs op z’n hoofd. Het is dus allesbehalve verbazingwekkend dat de game begint op een moment waarin Jack zichzelf uit een benarde situatie moet zien te bevrijden. Hij ontsnapt op wonderbaarlijke wijze aan een vrijwel zekere dood en duikt daarna achteloos een café in om met een mysterieuze dame te tafelen. Ze blijkt een soort belangenbehartiger te zijn van hem en zoals het een goede zaakwaarnemer betaamt, heeft zij een interessant voorstel klaarliggen. Zij lost zijn maffiaproblemen op, Jack haalt voor haar 25 miljoen dollar binnen. Het enige wat hij daarvoor hoeft te doen is als eerste aankomen in New York City, waarna hij tien procent als bonus in eigen zak kan steken. Een varkentje dat onze Jack maar al te graag wast.

Het klinkt als een prima begin van een actiefilm op wielen, maar het blijkt in de praktijk niet meer te zijn dan de inleiding van een flinterdun verhaal. Een verhaal dat zich bovendien beperkt tot een paar spannende momenten waarop je uit de auto stapt om een serie quick-time events af te ronden op de vingers van een hand te tellen. Zo indrukwekkend is het verhalende gedeelte dus niet, maar wij concentreren ons sowieso liever op het inhalen van zo’n tweehonderd opponenten, al dan niet met de politie en maffia op onze hielen. Het is een old school manier van gamen, want zo’n twintig jaar terug werd je in racegames standaard achteraan gedropt om vervolgens maar te hopen dat je op tijd de koploper van de troon zou stoten. Ook in The Run krijg je meestal de opdracht mee om een x aantal concurrenten in te halen binnen een bepaalde tijd of afstand, af en toe race je alleen tegen de klok om ‘kostbare tijd goed te maken’ en soms worden deze typen evenementen zelfs gecombineerd. De actie en spanning die vooral wordt veroorzaakt door het agressieve rijden van de concurrenten en het verkeer dat in groten getale aanwezig is, is een inmiddels beproefd concept.

Terwijl je racet voor je leven wordt duidelijk dat het landschap van de Verenigde Staten uitstekend in clichés is te omvatten en daar maakt Need for Speed: The Run dankbaar gebruik van. Van de natuurgebieden aan de westkust (National Park) tot de dorre vlakten van Nevada, van het sneeuwlandschap in Colorado tot de straten van Chicago; je komt het allemaal tegen. En mede dankzij de vele hoogteverschillen komt het landschap echt tot leven zonder dat de game je overdondert met mooie graphics. Daarnaast maakt het verschil in hoogte – net als de diverse weersomstandigheden – het lastiger om te anticiperen op het overig verkeer, waardoor concentratieverslapping geen optie is en je min of meer op het puntje van je stoel zit.

We kunnen dus stellen dat de sfeer van de road trip goed overkomt en ook op de opzet van de events is weinig aan te merken. De 54 levels zijn weliswaar eenvoudig in een uurtje of vijf (inclusief ontzettend lange laadtijden) uit te spelen, maar voor een ‘verhalende’ game moet dat net kunnen. Zeker als je je bedenkt dat de verbeterde Autolog (die je tijden nu real-time vergelijkt met die van vrienden in plaats van na afloop) en een ontgrendelbare moeilijkheidsgraad garant staan voor extra speeltijd. Datzelfde kan overigens gezegd worden over het resetsysteem, maar dat heeft heel andere redenen.

We zijn tegenwoordig allemaal bekend met de terugspoelfunctie in racegames, oorspronkelijk in het leven geroepen door DiRT 2 om gamers een tweede kans te geven tijdens een wedstrijd. Heb je je glimmende sportwagen in de prak gereden? Dan mag je de tijd enkele seconden terugspoelen om de race daarna te vervolgen alsof er niets gebeurd is. In Need for Speed: The Run kun je de klok niet magisch terugdraaien, maar laad je met een druk op de knop het laatste checkpoint binnen het level. Dit werkt op zich net zo prima als het systeem zonder checkpoints zoals we die zien in andere racetitels. Het probleem is echter dat de game eveneens over de optie beschikt om jou te resetten en daar gretig gebruik van maakt als je je buiten de onzichtbare grenzen bevindt van het parcours. Enorm irritant als je je bedenkt dat het toucheren van de berm regelmatig genoeg is om je een heel stuk terug te werpen in de race.

Stel je de volgende situatie voor. Je schat in het heetst van de strijd een haarspeldbocht verkeerd in en dreigt de afgrond in te donderen. Met een knappe reflex lukt het om al hangende toch op de weg te blijven, wat je begeleidt met een manse oerkreet van vreugde. Op het moment dat je weer wilt accelereren om je weg te vervolgen, word je gestraft en wordt het vorige checkpoint geladen. Vervelend tijdens zo’n euforisch moment. En nog irritanter als je heel even buiten de baan belandt na een simpele manoeuvre.

Het is alsof ontwikkelaar EA Black Box is vergeten dat de essentie van racen is om tot op het randje te gaan en er soms erover, met alle risico’s van dien. Eventuele stuurfouten die je onder druk maakt bekoop je natuurlijkerwijs met tijdverlies, de ene keer meer dan een andere. Maar alleen jij hoort te allen tijde te bepalen of de klok dient te worden teruggedraaid of dat je stoïcijns doorgaat om de race op heldhaftige wijze alsnog te winnen. Het is raar dat Need for Speed: The Run korte metten maakt met deze ongeschreven regels, omdat juist het verhaal van Jack Rourke zijn relevantie vol-le-dig ontleent aan het nemen van dergelijke risico’s.

Misschien dat Black Box zelf geen duidelijk idee had wat ze met het ‘revolutionaire’ concept aan moesten, want van cohesie is weinig sprake. Zo is het opmerkelijk dat je in feite alleen van auto kunt wisselen wanneer je toevallig een tankstation – what the hell? – tegenkomt in het level. Deze bevinden zich standaard buiten de ideale route en worden onduidelijk aangegeven op je map, waardoor ze makkelijk zijn te missen. Het wisselen van auto’s gaat dus niet bepaald soepel, maar frappanter is het dat het niet eens zinvol is. Je hebt namelijk praktisch gedurende de hele rit slechts beschikking over auto’s van de vierde categorie (hoe hoger de categorie, hoe beter de auto), waardoor je totaal niet aangespoord wordt om van wagen te veranderen totdat categorie vijf beschikbaar wordt in de slotfase.

En toch bevat de game 125 speelbare auto’s, waarvan ongeveer tweederde nog steeds vergrendeld is na het uitspelen van de game. De vergrendelde auto’s zijn vrij te spelen in de Challenge Series, een modus die eveneens pas volledig speelbaar is na het uitspelen van de game en bestaat uit een rits uitdagingen die zich telkens toespitsen op een andere selectie wagens. Het voltooien van deze missies is relatief eenvoudig, hoewel de richttijden voor platina medailles allesbehalve simpel zijn. Maar daarvoor dien je zo erg te slipstreamen en gevaarlijk te rijden om je turbometer maar gevuld te houden, dat de Challenge Series meer weg heeft van Burnout dan Need for Speed. Kortom, het is meer een geforceerde manier om gebruik te maken van alle autolicenties waarover Electronic Arts beschikt (leve de Volkswagen Golf GTI) dan een fijne modus ter afwisseling.

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van Wesley Domingos

Jack Rourke is een flexibele alleskunner, maar zelfs hij kan niet verbloemen dat de jongste Need for Speed een vreemde eend in de bijt is. Het is nooit saai achter het stuur en de trip naar de oostkust is een mooie, maar wat betreft de overige inhoudelijke facetten klopt er weinig van de game. De resets halen je alleen maar uit je ritme, het merendeel van de inbegrepen bolides zijn overbodig en voor het verhaal hoef je evenmin thuis te blijven. Need for Speed: The Run is zodoende niet meer dan een onsamenhangend geheel dat bij toeval vermakelijk is.

6+
  • Races zijn nooit saai
  • Mooie diverse landschappen
  • Resets zijn naar
  • Spoort niet aan tot wisselen van wagen
  • Overbodig verhaal

Plaats een reactie