Dirt Showdown

Recensie | -

Verandering van spijs doet eten, maar niet per se in de wereld van DiRT. De verrijking van het sobere rallyrijden met de grootsheid en drukte van een festival in deel twee maakte de serie cooler en sneller dan voorheen, en sprak bovenal nieuw publiek aan. Aan succes geen gebrek, ook niet na DiRT 3; slechts de aanwezigheid van de oude, traditionele fanbase stond een verdere groei in de weg. Een definitieve afscheiding in de vorm van DiRT Showdown was zodoende de enige overgebleven route naar ontplooiing, als ware het een rebellerend broertje dat het ouderlijk huis dient te verlaten.

Showdown bestuurt zoals je mag verwachten van een DiRT-game: ergens tussen de uitersten van arcade en simulatie. Er zijn echter twee belangrijke verschillen die de afscheiding van het rallyrijden markeren: de toevoeging van een turbometer en een gezondheidsbalk, die samen de weg vrij maken voor totale chaos. De eerste voorziet je tijdelijk van extra kracht en wordt na verloop van tijd weer aangevuld, terwijl de tweede afneemt na elke onvoorziene botsing. De invulling van deze features verschilt echter afhankelijk van de discipline waaraan je deelneemt, omdat races nu eenmaal andere koek is dan Destruction Derby-achtige praktijken. De game is om die reden op te delen in drie segmenten: racen, destructie en gymkhana.

De focus in het wedstrijdracen ligt niet zozeer op het uitschakelen van je opponenten, maar dat neemt niet weg dat alles geoorloofd is in de jacht op de overwinning. Dit komt er in de praktijk op neer dat iedereen in een bocht zijn auto smerig voor een ander probeert te plaatsen óf juist van achteren schade aanricht door iemand in een ongewenste richting te duwen. Zo is het vrij goed mogelijk om je opponent te laten spinnen, al zijn we net zo tevreden als de tegenstander ‘slechts’ belandt in de vangrails. Uiteraard mag je het niet nalaten om een auto in kritieke toestand een genadeklap uit te delen, maar dit komt helaas niet zo vaak voor.

Wesley Domingos

Wesley schrijft sinds 2010 voor InsideGamer. Hij is de absolute race-expert van de redactie en daarbij maakt het hem niet uit of hij met een realistische of een arcade-racer te maken heeft; zolang het vier wielen heeft, kan Wesley gas geven. Daarentegen is de gemiddelde shooter hem te stoer, liever gaat hij virtueel sporten of aan de slag met een nichegame.

Volg Wesley op zijn blog of contacteer hem op InsideGamer

Naast het reguliere racen over een gesloten parcours introduceert Showdown 8-ball, een racevariant met meer spektakel. De circuits in deze modus zijn zo ontworpen dat er kruispunten ontstaan (zoals in het cijfer acht), zodat de kans op intense botsingen groter wordt. Of je nu strijdt om de koppositie of juist achterop bent geraakt, je speelt altijd een rol dankzij de kruispunten. Dan hebben we nog Eliminator, waarin elke zoveel seconden degene in de laatste positie afvalt. Tot slot is er Domination, een discipline dat het circuit in een aantal secties opdeelt en daarmee min of meer een wedstrijd in een wedstrijd creëert. Je ontvangt punten voor elke sectie (afhankelijk van je positie) en wordt bovendien bij de finish beloond met bonuspunten voor je eindpositie. Klinken deze laatste modi enigszins bekend in de oren? Dat kan kloppen, want zowel Eliminator als Domination maken hun terugkeer van Colin McRae: DiRT 2 uit 2009.

De sprint naar de geblokte vlag is aardig, maar DiRT Showdown begint pas echt een eigen smoel te krijgen als vernietiging centraal staat. Zoals in Rampage, waarin je als een gladiator in een arena gehakt moet zien te maken van iedereen om jou heen. Geen regels, het enige dat telt is de wet van de sterkste. Het is een enorm eenvoudig principe, maar wie zegt dat primitief vermaak niet leuk is? Het is een geweldig gevoel om iemand uit te lijnen en vervolgens te versnellen met een meedogenloze turbo, wetende dat de tegenstander nergens heen kan. Tegelijkertijd is het spannend omdat de kans bestaat dat je mist, bijvoorbeeld omdat je scheef bent of omdat men nipt ontsnapt. Je staat even gigantisch voor lul, maar het zal je des te meer motiveren om een volgende poging te doen slagen. Varianten op Rampage zijn er in de vorm van de Knockout, waarin het de bedoeling is elkaar van een platform te rammen, en Hard Target, waarin je hordes tegenstanders zo lang mogelijk moet zien te ontwijken. Knockout is erg tof omdat het net als in Rampage een chaotische free-for-all­-ervaring oplevert, in tegenstelling tot de Hard Target-modus die slechts als doel heeft je te belemmeren. Bovendien besturen de auto’s niet flexibel genoeg om hier een succes van te maken.

Social DiRT

Gelukkig wordt de houdbaarheid aanzienlijk verlengd door de sociale features. Zo is er met Codemasters RaceNet voor het eerst een online hub voor handen, waarmee je via de computer je progressie bij kunt houden en je prestaties continu vergeleken worden met die van je vrienden zoals in Autolog. Het grootste pluspunt is echter de multiplayer, die zowel on- als offline zijn mannetje staat. Vooral de splitscreenfunctie verdient een pluim, aangezien je met liefst zes computergestuurde tegenstanders kunt racen en het bovendien allemaal soepel verloopt.

Tot slot bevat de game een gymkhana-component, waarin het uitvoeren van stunts centraal staat. Draai donuts, maak dikke jumps en drift stijlvol om zoveel mogelijk punten te scoren. Doorgaans ligt er een hindernisparcours voor je klaar waarin je de stunts aaneen moet rijgen, maar je kunt er ook voor kiezen om in je eigen tempo aan te kloten in Joyride. De inhoud verschilt wat dat betreft weinig van DiRT 3. Soms zelfs letterlijk, aangezien de hele omgeving van Battersea Compound opnieuw zijn opwachting maakt in de game. Toegegeven, de objecten in het level zijn vernieuwd en het is dankzij de toevoeging van Yokohama Docks niet meer de enige virtuele speeltuin, maar desondanks voelt het enigszins goedkoop aan. Hetzelfde kan wellicht gezegd worden over de gymkhana-hulpmiddelen die niet uitgeschakeld kunnen worden, wat enorm ten koste gaat van de uitdaging die het normaal gesproken biedt.

Showdown kent dus een hoop bouwstenen, maar hoe komt dit tot zijn recht in de hoofdmodus? De Showdown Tour schotelt je allerlei missies die om de bovenstaande disciplines draaien. Hoewel het ons vermaakt, kan het niet verhullen dat de game een herhaling van zetten is. Zo neemt de game ons mee naar een stuk of tien verschillende locaties, maar een beuk in Miami komt natuurlijk net zo hard aan als in Nevada of waar dan ook. Alleen de wedstrijdraces voelen fris aan in een andere omgeving, maar omdat de circuits relatief simpel zijn gehouden kunnen we op dat vlak evenmin spreken van variatie. Zelfs het beloningssysteem kan de game niet redden; je kunt de wagens die je gratis ontvangt aan het begin van de game upgraden tot beesten, dus waarom zou je geld spenderen aan een nieuwe auto?

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van

DiRT Showdown is een vermakelijk product dat weinig fout doet en tegelijkertijd nergens in uitblinkt. Hoogtepunten zijn de disciplines gericht op destructie, die het vooral in multiplayer erg goed doen. Het geeft de game zijn eigen smoel, maar kan niet verhelpen dat de game het niveau van een tussendoortje ontwijkt.

  • Destructie is per definitie tof
  • Goed gevulde multiplayer
  • Veel disciplines
  • Kent desondanks weinig diepgang en variatie
  • Vergrendelde auto’s voegen weinig toe

Plaats een reactie