Civilization V: Gods and Kings

Recensie | -

Het afgelopen jaar heb ik bijna geen Civilization V gespeeld. Elke keer dat ik de drang had om de wereld te veroveren, koos ik voor Civilization IV: Beyond The Sword. Het vijfde deel in de reeks gaf mij niet de voldoening die ik van een Civilization-game verwacht. De diplomatieke keuzes waren daarvoor in mijn ogen te simpel geworden, waardoor Civilization V niet meer was dan een alleraardigst RTS-spel. Met de uitbreiding Gods & Kings is daar gelukkig verandering in gekomen.

Deze uitbreiding brengt hetgeen wat Civilization V miste: godsdienst. Deze toevoeging zorgt voor een diepere laag. Zo geeft het de speler meer mogelijkheden om zijn rijk op zijn ideale manier in te vullen. Nadat je een godsdienst hebt gekozen, krijg je de keuze uit een aantal verschillende bonussen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om extra Faith-punten (waarmee je vervolgens weer Great Persons kunt aanschaffen om superbonussen te verkrijgen) te scoren door een vijand om te leggen of kun je extra punten voor Science krijgen wanneer je godsdienstige gebouwen in je stad hebt staan. Hoe eerder je jezelf aan een godsdienst onderwerpt, hoe meer keuze je uit de bonusmogelijkheden hebt. Elke godsdienst kan namelijk maar aan één volk toebehoren; zo kan het voorkomen dat jouw tegenstander eerder kiest voor bijvoorbeeld boeddhisme en de bijbehorende bonussen, waarna jij opgescheept zit met andere religies en mogelijk mindere bonussen. Het is dus zaak zo snel mogelijk gelovig te worden, om zo de perfecte bonussen voor jouw speelstijl te scoren.

Daarnaast voegt de godsdienst ook een extra dimensie toe op het gebied van diplomatie. Zo zijn de zogenaamde stadsstaten met dezelfde godsdienst eerder geneigd om door jou beïnvloed te worden, waarmee de speler dan weer toegang krijgt tot bepaalde grondstoffen of in tijden van oorlog ondersteund wordt. En ook ten opzichte van andere landen is het verspreiden van jouw godsdienst een verstandige zaak. Het zorgt voor een verbeterde band, waardoor de kans op een aanval slinkt.

En dat merk je. Waar ik in Civilization V constant met andere volken in oorlog ben geweest, heb ik nu potjes gespeeld waarbij ik in vrede tot in het jaar 1900 na Christus mijn rijk uitbouwde. Als pacifist vind ik dat heerlijk. Ik kon me hierdoor concentreren op het vergroten van mijn rijk en het bouwen van wereldwonderen, waardoor mijn economie floreerde en mijn volk gelukkig was. Het feit dat ik niet meer meteen op de vuist hoeft te gaan met mijn buren, stemt mij zeer tevreden.

Dat betekent overigens niet dat de game saai wordt. Want naast de vergrote mogelijkheid om diplomatie met anderen te voeren, is het nu ook mogelijk om spionnen in te zetten om de andere volken te bespioneren. Het spionagesysteem is in tegenstelling tot Civilization IV een passief systeem. Je hebt geen spionneneenheden, maar geeft via een menu aan hoe je de spionnen wilt gebruiken. Het is mogelijk om ze te stationeren in andere steden om zo te proberen daar technologieën van tegenstanders te jatten. Of je gebruikt ze om de verkiezingen van de stadsstaten te beïnvloeden, waardoor de band met jouw rijk wordt verbeterd. Maar het is natuurlijk ook mogelijk om de spionnen in jouw grootste steden te stationeren, zodat de kans dat een vijand met jouw technologie aan de haal gaat, wordt verkleind.

Uiteindelijk valt er dus weer een hoop te doen in een potje Civilization. Daar komt nog eens bij dat de uitbreiding een hoop nieuwe volkeren toevoegt, waaronder de Nederlanders, het volk waar ik me het meest mee heb vermaakt. Daarbij is het grappig om te zien dat de Nederlanders de mogelijkheid hebben om moerassen in te polderen, waardoor voorheen nutteloos gebied nu supervruchtbaar wordt. Hierdoor kunnen de Nederlanders hun steden op plekken neerzetten die voor de andere spelers compleet nutteloos zijn.

Tot slot kent de game ook nog een aantal boeiende scenario’s die echt de moeite waard zijn om te spelen. Zo is er bijvoorbeeld een scenario waarbij de ondergang van het Romeinse Rijk in beeld wordt gebracht. Een verhaal dat echt heel boeiend is.

Het enige minpunt van de game is de prijs. Dertig euro voor een uitbreiding waar je Civilization V voor moet hebben, is wat aan de hoge kant. Twintig euro zou een prijs zijn die beter te rechtvaardigen is. Vooral nieuwkomers zullen door de hoge prijs afgeschrokken worden; op Steam moet je al gauw zestig euro neertellen voor het complete pakket. Net iets te hoog voor een game van twee jaar oud.

Conclusie en beoordeling

Het oordeel van

Civilization V: Gods and Kings heeft een onvriendelijk prijskaartje, dat de game uiteindelijk net wat minder sympathiek maakt. Maar als je tot de categorie van de oude Civilization-rotten behoort, dan is dit een uitbreiding die ervoor gaat zorgen dat je deze zomer iets vaker dan gepland achter je PC zit. Dankzij een aantal goede toevoegingen, zoals godsdienst, spionage en nieuwe volkeren, zorgt Gods and Kings voor het welbekende ‘ah, nog 1 beurt’-gevoel.

  • Religie
  • Nieuwe volken
  • Spionage
  • Scenario's
  • Prijzig

Plaats een reactie


X
Lees meer over Sid Meier's Civilization V: