Biografie van DDRlink

Het grote verhaal over de Bever!

Hier komt een groot verhaal dat eens in de zoveel tijd langer word gemaakt, enjoy!!!

1 (24-07-06)

Op een dag wandelde er een bever door het bos. De bever hete Arie van Zwa-Boulanger. Gewoon lekker relaxed. Hij deed dat elke dag. Even naar zijn werk een rondje wandelen en dan naar huis. Het leek vandaag net zoals alle andere dagen te zijn. De vogeltjes fluite, de kikkers kwaakten. Maar er was toch iets vreemds. Het hele bos was een beetje drassig. Normaal was het altijd heel droog. De dam hielt het water tegen waardoor het gewoon een lekker leefgebied was voor de bevers. Arie ging terug naar zijn werk, Dammenbouw b.v. Daar aangekomen zag hij de enorme dam waar hij elke dag onderhoud aan deed. Maar tot zijn grote schrik zag hij dat er een gat in zat!!!

2 (20-08-06)

Hij kon het niet geloven. Hij had dat deel vandaag nog gemaakt. Had hij een fout gemaakt? Hij rende ernaartoe en onderweg pakte hij zoveel mogelijk houtstronken mee. Hij begon te timmeren als een gek maar het water ging al sneller en sneller erdoorheel lopen. Het gat werd met de minuut groter!!! Plots hoorde hij iets achter zich. Het was Henk. Henk wat een van de grootste maten van Arie. Henk zei tegen Arie dat hij zo snel mogelijk hier weg moest omdat het ding anders zou instorten. En we moeten meteen de andere waarschuwen!

Henk en Arie rende weg naar het dorp. In het dorp schreeuwde ze dat de dam gaat instorten. Maar het was te laat. Achter hun hoorde ze een oorverdovend gekraak!!!

3 (22-08-06)

Het gekraak werd erger en erger. En alle andere bevers kwamen ook hun huizen uit. Toen ineens... Brak de dam. Het water spoelde als een gek naar hun dorp toe. Ga de daken op!!! schreeuwde Henk en Arie in koor. Elke bever ging zijn dak op. Net op tijd. Het water begon het dorp binnen te stromen! De bevers zagen toe hoe het dorp volstroomde. Al hun spullen dreven weg. De kinderen zochten troost bij hun ouders.

Het leek allemaal weer goed gekomen te zijn. Maar toen begon de nacht. De kou kwam het dorp binnenzweven. Maar de bevers hadden geen droge dekens bij zich. Arie kwam toen op een idee. Bij de dam is een hoger gelegen hutje. Daar liggen allemaal dekens in. Zei hij. Ik ga die proberen te halen. Henk zei, ik ga mee.

4 (23-08-06)

Arie en Henk sprongen over daken heen om alvast zo dicht mogelijk bij de dam te zijn voordat ze wat anders moesten verzinnen. Arie en henk kunnen namelijk niet zwemmen! We zijn er bijna, riep arie. Das mooi, zei Henk. Henk had dat net gezecht en ineens zag Arie hem door het dak heen zakken! Arie rende ernaartoe. Hij keek door het gat. Maar hij zag Henk niet. Alleen maar een gapend gat...

Arie was er heel erg van geschrokken en heel erg bedroeft. Die Henk... Ik kan hem nooit meer zien, zei hij snikkend. Maar ik moet door, zei hij tegen zichzelf. Anders sterven er nog meer. Hij stond op en begon weer voorzichtig over de daken te rennen. Zo kwam hij aan het einde van het dorp. Hij moest verder en hij wist hoe. Hij moest een vlot gaan maken.

Maar toen. Plots achter hem hoorde hij iets. Hij keek achter zich en toen...

5 (25-08-06)

Zag hij Menno. Een vriend van zijn jonge jaren. 'Jeetje man, wat heb ik jouw lang niet meer gezien!' Zei Menno. 'Ja, zei Arie.Hoe kom je hier terecht man? Je woont 3 dorpen verderop?' 'Ik ben hierheen gegaan om hulp te halen. Ons hele dorp is verwoest. En mijn zoontje is verdwenen.' Menno baste in huilen uit. Arie durfde niks te zeggen. Het was zijn schuld, zijn schuld dat hij zijn zoontje kwijt was. 'Ik ben nu bezig om hem te zoeken. Maar ik heb hem nog steeds niet gevonden.' Zei Menno. 'Je kan met mij mee gaan,' Zei arie. 'Ik ga naar de dam om warme dekens te halen voor mijn dorp. Anders zal iedereen daar doodgaan door de kou. Daarna ga ik met je mee je kind zoeken.' 'Is goed,' zei Menno. 'Ik heb een vlot. Dat kunnen we wel gebruiken denk ik.' 'Jazekr,dan zijn we er binnen een uur.' zei Arie.

Ze gingen op pad. Ze waren allebij doodstil. Toen vroeg Menno ineens aan Arie. 'Jij werkt toch op de dam?'

6 (11-09-06)

"Nee, daar werk ik al lang niet meer" Zei Arie. Oh, oke. "ALs ik diegene vind die dit heeft gedaan dan vermoord ik hem!!!" zei hij. Arie kreeg het ineens benoud en besloot het over een ander onderwerp te hebben. Ze preten een beetje over alles wat ze vroeger meegemaakt hadden. Na krap een uur waren ze bij de dam. Arie rende naar het huisje op de berg bij de dam waar de dekens lagen. Menno kwam met hem mee. "We moeten wel voorzichtig zijn hier", zei arie

"deze planken zijn vrrot, er is al een lange tijd niemand hier gekomen." Net toen hij dat had gezecht Zakte hij met een voet door de vloer heen. Menno kom hem nog net an zijn staart vastpakken. Maar ook hij hield het niet en ze kwamen bijde in het water eronder terecht. "Ik kan niet zwemmen," zei arie spartelend. Menno zwom zo snel morglijk op hem af maar toen hij er bijna was....