1. Pis met een schuimlaag

Pis met een schuimlaag

Ik schrok me gewoon écht wakker vanochtend. Met een bonkende kop, terwijl ik ook nog eens zo ontiegelijk nodig moest pissen. Ken je dat gevoel? Het is zondagochtend en je hebt de vorige avond ‘iets’ gedaan. Wat, tja… Dat weet je niet precies. Het grote probleem van zondagochtend, voor sommigen een dag die gewoon echt geen genade kent.

Een dag die veel te lang duurt. Een dag die bij mij persoonlijk altijd begint met de gedachte dat ik vroeg op zou moeteen staan; waarom weet ik nooit precies. Dan schrik ik wakker met de gedachte dat ik of moet werken, of naar school moet. Geloof mij, dan heb je gewoon echt geen leven. De enige dag waarop je vrij bent begint met verwarring over of je naar school of naar je werk moet. Als dat eenmaal tot je doorgedrongen is –ja, plof gerust maar weer neer in bed want het is zondag- dan weet je amper wat je die dag nou eigenlijk zou doen. Anders gezegd, je weet het gewoon helemaal niet. Ik wilde eigenlijk uitslapen, maar stond door de schrik net nog naast mijn bed. Dat uitslapen gaat toch niet meer lukken. Maar dat terzijde, want op moment van opstaan had ik toch wel betere dingen aan m’n hoofd. Een hoofd die steeds harder begint te bonken.

Je zou de Olympische Spelen ermee kunnen winnen: de snelheid waarop je op zondagochtend de weg naar een WC zoekt. Je had bij thuiskomst nog zo geprobeerd een glas melk en twee volle glazen water te drinken, maar halverwege je eerste glas liet je die uit je handen flikkeren. Zo zwaar was het glas echt niet. Het voelde gewoon zwaar. Het feit dat je vervolgens te dronken en moe bent om het op te kunnen ruimen zegt genoeg over hoe zwaar je kater de volgende morgen is. En een zeikende moeder, want die moest jouw troep natuurlijk opruimen.

De eerste keer vond ik het overigens wel vreemd, wakker worden met mijn schoenen aan. Maar geloof me, dat went vanzelf. Op TV of van die ‘de kater komt later’-posters zie je bovendien dat ze wakker worden met een koe in bed, dus ik vind mezelf nog redelijk normaal. Ik doe op zondagochtend altijd ontzettende moeite om zulke dingen tot mij te laten komen. Gewoon jezelf laten realiseren dat je eigenlijk heel normaal bent.

Aangekomen bij de dichtstbijzijnde WC (ik had namelijk twee keuzes, die op de begane grond of in de badkamer) besloot ik toch maar op de bril te gaan zitten. Onderweg naar beneden realiseerde ik me namelijk dat echt recht staan niet bepaald van een leien dakje ging. In het begin heb je wat moeite om de eerste druppels eruit te krijgen, druppels die zich al snel omvormen tot een grote straal. Je zou bijna niet durven je hand ervoor te houden – simpelweg omdat het aanzicht alleen al tot de gedachte leidt dat die straal ervoor zou kunnen zorgen dat je er een gat middenin je hand aan overhoudt. Maar dat is natuurlijk een illusie. Dan raak je in ene gefocused tot datgene waar die straal in resulteert. Het pis is gewoon transparant en goudkleurig, je er zegmaar doorheen kijken. Maar op dat pis vormt zich een toch best wel flinke schuimlaag. Vul iemand zijn glas ermee en hij denkt gewoon dat ie bier drinkt, gewoon omdat de verhouding tussen bier en schuim in mijn pis en een Heineken zo ongeveer gelijk ligt. Helder Heineken zeggen ze wel eens, maar met mijn kater kan ik nog steeds niet begrijpen hoe ze tot zo’n motto zijn gekomen.

Na een ontzettend lange ‘pisssessie’ probeerde ik op te staan, maar ik merkte al snel dat mijn gevoel voor evenwicht zijn weg naar helderheid ook nog niet heeft gevonden. Je besluit kruipend naar de deur toe te gaan, die je voor de zekerheid toch maar op slot had gedaan. Aangekomen bij de deur besluit je toch maar te gaan staan, hopend dat de deur je genoeg steun verleent. Je doet de deur open en dan blijkt dat die deur dat toch niet doet: je flikkert keihard neer. Je moeder staat plots voor je; op een verkeerd tijdstip op een verkeerde plek, zou je zeggen. Je kop begint nog harder te bonken, terwijl je eigenlijk nooit had gedacht dat zo’n ding nog harder bonken kon. “Waarom was jij zo laat gisteravond,” vroeg ze me met een ongeruste maar scherpe toon. En zo’n vraag is dodend, want je weet zelf ook niet precies waarom. “Tja, het was erg gezellig mam, we waren met de groep wat drinken.” Ze geeft een blijk van ongenoegen omdat ze dit wel vaker hoort, maar realiseert zich dat ze met meer zeiken toch niets meer bereikt. En op dat realisme van mijn moeder ben ik toch best wel trots, want ik durf te wedden dat velen van jullie hadden verwacht dat ze erop door zou zeiken.

Dit artikel delen

Over de auteur