1. Eat Lead: The Return of Matt Hazard (X360)

Eat Lead: The Return of Matt Hazard (X360)

Soms, heel soms, heb ik een goed idee. Een idee voor een mooi verhaal bijvoorbeeld, of een schitterende tekening. Vaak pen ik dat idee dan neer en staar ik vol trots naar het papiertje waarop pure genialiteit staat gekalkt. Maar zodra ik mijn idee probeer uit te werken, gaat alles fout. Het verhaal mist elke vorm van spanning, de tekening bestaat uit weinig flatteuze strepen en bogen. Huilend om het eindresultaat besef ik me dat het soms beter is enkel een idee te hebben. Een illusie van grootsheid, zonder die te laten verpesten door de uitvoering. Dat advies had ik graag aan de ontwikkelaars van Eat Lead gegeven. Ze hadden het kunnen gebruiken.

Op papier moet Eat Lead ronduit geniaal zijn geweest. In die game speel je een aan lager wal geraakt gamekarakter, Matt Hazard. In de jaren tachtig was hij een grootheid met talloze klassiekers op zijn naam, maar na een aantal foute keuzes raakte hij in vergetelheid om niet meer aan de bak te komen. Tot nu dan, want er wordt hem een nieuwe hoofdrol aangeboden die zijn grote comeback mogelijk maakt. Natuurlijk gaat er van alles fout en moet hij zichzelf al schietend in leven zien te houden. Tijdens Matt’s avontuur wordt vrijwel elke noemenswaardige game geparodieerd, wat voor hilarische situaties zorgt. Van Halo tot Mario, van Wolfenstein tot Resident Evil, alles en iedereen moet eraan geloven. De makers hebben er zelfs de nodige filmgrappen in gestopt, zoals een wannabe Arnold Schwarzenegger en quotes als ‘in space, no one can hear you bleed’. De cutscenes, waar de humor het beste tot zijn recht komt, zijn daarom geweldig om te zien.

Met dit concept hadden de ontwikkelaars goud in handen en ze hebben ongetwijfeld gedacht ‘wat kan er fout gaan’. Ironisch genoeg is het de game zelf, die fout gaat. Het lijkt er namelijk op dat Eat Lead gemaakt is volgens de richtlijnen van het boek ‘Hoe Maak Ik een Technisch Rampzalige Game voor Dummies’. Buiten het originele concept en de leuke humor gaat het op bijna alle vlakken finaal de mist in. Simpel gezegd, is het niet leuk om te spelen. Het hele spel gaat zo: loop een kamer binnen, neem dekking, schiet iedereen kapot totdat er een deur opengaat en doe dit tot je van ingehouden woede en verveling spontaan begint te huilen. Consequent blijft dit patroon de gehele acht tot tien uur doorgaan, wat dit tot een van de meest repetitieve games van de afgelopen jaren maakt.

Om het patroon netjes te laten verlopen, hebben de makers het coversysteem van Gears of War regelrecht overgenomen, ware het niet met wat kleine aanpassingen. In Eat Lead is het makkelijker per ongeluk aan het verkeerde object te blijven plakken en gaat het bewegen naar dekking in een absolute slakkengang. Bovendien zijn er bepaalde objecten simpelweg ter decoratie in de levels geplaatst, aangezien je er geen cover achter kunt nemen. Zelfs het principe ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’ is hier dus niet goed toegepast.

De enige afwisseling bij al moorden en schuilen, zijn de eindbazen. Ook hier jatwerk verricht, door de Quick Time Events uit God of War te ‘lenen’. Natuurlijk is er wederom het nodige aangepast: de QTE’s zijn ongelofelijk makkelijk en de gevechten ongelofelijk slecht. Hierdoor veranderen de meeste eindbazen in lelijke en onovertuigende filmpjes die simpelweg niet leuk zijn om te spelen noch te zien. Slechts enkele eindbazen stappen af van dit concept en zijn deze titel echt waard. Die paar gelegenheden zijn een verfrissende afwisseling op de repetitieve gameplay, in tegenstelling tot de teleurstellende QTE’s. Desondanks zijn zelfs de echte eindbazen niet van hoog niveau omdat het vrijwel altijd op schieten uitdraait.

Naast eindbazen zijn er gewone vijanden. Deze worden willekeurig in een level gezet, hetgeen erg grappig is. Cowboys in een nachtclub zijn geen onbekend gezicht, zombies lopen overal en af en toe zijn er zowaar 2D nazi’s te bekennen. Helaas zijn de makers wel vergeten enige vorm van AI te implementeren, waardoor tegenstanders slechts twee opties hebben: of ze werpen zich als kamikazekonijnen op Matt Hazard, of ze nemen onhandig cover, verlangend naar een headshot. Om dit gebrek aan intelligentie te compenseren, zijn veel slechteriken schijnbaar gemaakt van spons. Soms kost het een volledige clip om iemand neer te krijgen. Als extra moeilijkheid kunnen vijanden werkelijk overal spawnen en dus ongezien achter Matt verschijnen of plotseling in groten getale ten tonele komen. Hierdoor is oneerlijk doodgaan in deze game de normaalste zaak van de wereld.

Jammer genoeg maken de ontwikkelaars nog meer slachtoffers, want ook op grafisch gebied stelt Eat Lead teleur. De omgevingen zien er inspiratieloos uit, zonder enige vorm van detail en vaak is enkel de nodige cover aanwezig. Soms worden bepaalde kamers zelfs meerdere malen gebruikt. Gelukkig is de voice acting beter gedaan. Neil Patrick Harris en Will Arnet sieren de game als de slechte- respectievelijk goederik en leveren een mooie prestatie, evenals de rest van de cast. Het overige geluid is van beduidend mindere kwaliteit. Vaak zwelt er midden in een gevecht heroïsche muziek op, als ware de overwinning juist behaald en brult er tijdens rustige momenten ineens een opzwepende gitaarsolo die onterecht een shootout suggereert. De shootouts zelf zijn dikwijls teleurstellend doordat een aantal wapens te zwak klinkt. Dat is weliswaar grappig bij een waterpistool, maar bij een machinegeweer is het een gemis.

Conclusie en beoordeling

Er is geen game die ik zo graag leuk wil vinden als Eat Lead: The Return of Matt Hazard, maar helaas. Op papier is het ronduit geniaal, met een origineel concept en een heerlijke parodie op onze favoriete hobby. Als spel stelt het echter enorm teleur doordat het ongelofelijk repetitief is, met als enige onderbreking de teleurstellende eindbazen en op technisch gebied enorm tekort schiet door de lelijke graphics, de slechte AI en het onhandige coversysteem. Hoewel de voice acting wel goed is, geldt dat niet voor de rest van het geluid. Bekijk dus vooral de cutscenes, maar speel de game zelf niet. Dat is het niet waard.
4
Score
40
Score: 40
  • Pluspunten
  • Origineel concept
  • Geweldige humor
  • De voice acting is goed…
  • Minpunten
  • Zeer repetitief
  • Technisch rampzalig
  • Teleurstellende eindbazen
  • maar de rest van het geluid niet

Dit artikel delen

Over de auteur

Reacties

Plaats reactie

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.

Log in om te reageren