1. Geluidsoverlast

Geluidsoverlast

Met een luidruchtige geeuw kom ik weer half bij bewustzijn. Het afgelopen half uur is voor eeuwig verloren besef ik me na een blik op het tv-scherm. Zojuist heb ik mijn personage een hele virtuele stad door geloodst omdat het spel even vergat om auto’s in de spelwereld te laden.

En dan is zo’n open wereld opeens een vloek; van punt A naar B hobbelen, af en toe sprinten en dan weer half uitpuffen. Een routine die je honderd keer herhaalt terwijl je op de automatische piloot nog wel ongeveer weet waar je heen moet gaan. En dan per ongeluk een doodlopende steeg inlopen waar je normaliter nooit zou komen omdat auto’s er niets te zoeken hebben. Het overkomt je, helemaal als je geen koffie op hebt en je afgelopen nacht bestaat uit een paar uur dronken sluimerslaap. Grmbl.

Een geeuw later. De vraag komt keihard binnen: ‘waar zijn we in godesnaam mee bezig? De game opslaan en opnieuw laden zou wonderen kunnen doen.’ Pauze. Nog een keertje uitrekken terwijl ik binnensmonds een vloek over de game in kwestie uitspreek. Met een hoop geknak en gesnuif worden armen en benen gestrekt, terwijl een vinger rust op de Start-knop, dat is het volgende lichaamsdeel wat mag bewegen.

De rek- en strekoefening is even niet belangrijk meer. Uit het spel komen sirenes. Sirenes Er zijn sirenes te horen. Een auto! Het idee dat een reset prima konk helpen is net zo snel weer uit mijn slaapkop verdwenen als dat het erin was gekomen. Met een onhandige rolbeweging kom ik half overeind zodat de aandacht goed op het scherm gevestigd kan worden. Tijd om een auto te scoren.

Het geluid is niet goed te plaatsen, maar klinkt vrij open. Een steeg, een weg met veel aanliggende gebouwen, daar moet niet gezocht worden. Het geluid zwelt aan terwijl een sprintje wordt getrokken richting het dichtstbijzijnde plein. Daar moet het zijn. Weer even uitpuffen. Het geluidsniveau lijkt gelijk te blijven. Rondkijken dan maar. Geen politie, geen brandweer, geen ambulance. Het tatu-tatu blijft klinken en met een zwaai gooi ik de camera naar links. Zag ik daar nou wat in de verte? Sprint. Rust. Sprint. Rust. Spri....ow, het was een flikkerend billboard dat matig werd ingeladen. Goh, waar kennen we dat van.

De teleurstelling wordt groter en ik herinner me: resetten die rotzooi. Terwijl mijn hoofdpersoon nog uit loopt te hijgen terwijl ik hem verveeld bestuur, valt wat op. Het geluid ebt langzaam weg. Verdomme, het zal toch niet. Ik sprint terug naar waar ik kwam, maar eenmaal daar aangekomen is alleen nog een overdonderende stilte aanwezig. Was er dan toch iets? Heb ik het gemist? Ik besluit mijn personage te parkeren en er maar eens een bak koffie tegenaan te gooien; het is nodig.

Terug op de bank. De koffie op schoot. Ik geef mezelf gewonnen. Start, opsl...de telefoon gaat. Het is mijn zusje: ‘heb je het gehoord, de sirenes?’ De koffie slikt moeilijk weg, ik antwoord: ‘Euh...j...a.’ ‘Er was een aanrijding vlak achter je bij de flat, heb je het gemerkt?’ Er is maar één antwoord mogelijk: ‘Een soort van.’

Dit artikel delen

Over de auteur