1. De Rookworst

De Rookworst

Beste mensen, ik trakteer jullie hierbij op een voorproefje van mijn losjes op waargebeurde feiten gebaseerde culinaire science-fiction crimi roman die "Eendenborstfilet: over hoe je moeder, ondanks haar lengte van een-meter-vijf-en-tachtig, wel eens droomt over een leven bij het circus als dwerg op een driewieler" gaat heten.

 

Dat gevoel als je al bijna bij de collegezaal bent en er dan ineens achter komt dat je je telefoon niet bij je hebt. Dat voelde ik dus toen ik daar stond met mijn pan vol boerenkool en één cruciaal ingrediënt was vergeten. Boerenkool zónder worst kan gewoon echt niet. Zeker niet voor mij, als vleesliefhebber. Normaal gesproken bouw ik maaltijden rond het vleesstuk. Of in ieder geval het dode dier in casu. Hertenbiefstuk met champignon-roomsaus, Schnitzel met

gebakken aardappels of garnalen met knoflooksaus. De nadruk ligt dus duidelijk op het dode beestje, de rest is bijzaak. Hoe kon ik dan in godsnaam de rookworst vergeten? Doordat de nadruk bij boerenkool op boerenkool ligt en de aardappels bijzaak zijn? Hoe dan ook, ik had twee opties: rookworst halen, of de boerenkool zonder rookworst eten.

 

De risico's van de eerste optie mogen duidelijk zijn: ik zou minstens tien minuten onderweg zijn naar de supermarkt en weer terug. Vervolgens moet dat kreng dan nog een paar minuten in de magnetron, waarna je hem uit zijn plastic omhulsel moet zien te friemelen terwijl de stoomdampen je vingertoppen staan te garen waardoor het geheel in een amateuristische jongleeract verandert. Al die staat de boerenkool naar kamertemperatuur te acclimatiseren. En lauwe boerenkool, wie heeft daar nou zin in?

 

Bij de tweede optie zou het mijn arrogantie zijn dat mij parten speelt. Ik hou er van om onze superioriteit als mens zijnde te benadrukken door mijn eten te decoreren met een flink stuk van zo'n inferieur, speciaal voor dat doel gefokt, in leven gehouden en gedood beest. Hoe kan mijn kat mij ooit nog serieus nemen als hij me ziet zonder vlees?

 

Omdat ik zowel het lauwe boerenkool eten als het moeten afstaan van mijn alphastatus in het huishouden aan een vierpotige die regelmatig zijn anus likt (niet eventjes, hij trekt er gerust een minuut of 5 voor uit) en achter elke hoorbare scheet die hij laat een aanslag op zijn leven vermoedt, niet zag zitten besloot ik een compromis te sluiten: ik zou hard fietsen. Ja, ik zal moeten bewegen, wellicht zelfs zweten en in het ergste geval zelfs moe worden, maar het was nu eenmaal niet anders. Ik had geen keus meer.

 

Bij de eerste bocht de hoek om voelde ik waarom ik mijn krakkemikkige mountainbikeje (Vijf tientjes bij een junk, en ja, ik weet dat ik er veel meer af had kunnen onderhandelen) zo lang heb laten staan. Op de een af andere manier was mijn zadel horizontaal beweegbaar: als ik te ver naar achteren ging zitten kwam de punt van het zadel omhoog, hetgeen mijn beide testikels en plasbuis ineen frommelde waardoor het zaakje dreigde te broeien. En we weten

allemaal wat de gevolgen van oververhit zaad zijn. Te ver naar voren zitten was echter ook geen pretje: de punt van het zadel gleed als het ware tussen mijn beide billetjes. Ergonomisch gevormd, dus niet geheel oncomfortabel, ware het niet dat er onderweg vier drempels waren die overbrugd moesten worden. Dit gegeven, in combinatie met de door mij voorgenomen hoge snelheid, leidde ertoe dat zich bij elke drempel zich in mijn hoofd het scenario afspeelde

waarbij ik ongewenst gepenetreerd zou worden door het zadel. Uiteraard inclusief inwendige bloedingen, het wanhopig proberen op te vangen van het bloed terwijl mijn broek zich rood kleurt, zoals de man in 1guy1jar de glasscherven en bloedspetters opvangt, het verbijten van de pijn en de daaropvolgende stervensscéne die menig ooggetuige ongetwijfeld bij zou blijven. Ik vroeg me zelfs al af hoe de krantenkoppen zouden luiden.

 

Maargoed, time flies when you're having fun, dus voordat ik het wist had ik de eerste vier drempels overleefd (maagdenvlies nog intact!), wat dus betekende dat ik bezweet bij de supermarkt was. Ik rende de winkel door want ik wist waar ik moest zijn, greep een rookworst en constateerde bij de kassa's aangekomen dat er van de geopende kassa's geen enkele was waarbij het tijdswinst op zou leveren om daar in de rij te gaan staan. De rij waarin het

rookworstengangpad uitmondde dus. Toen ik bijna aan de beurt was herkende ik het kassameisje als een oud klasgenoot.

 

Ofja, een klasgenoot... In ieder geval iemand waar ik ooit eens bij op school heb gezeten. Zou het vreemd zijn als ik enthousiaster reageer dan ik gebruikelijk doe bij kassameisjes vanwege dit triviale gegeven? Je weet dat ze me gaat begroeten, dat moeten kassameisjes. Zou ik gewoon neutraal terugbegroeten of enthousiaster en haar dan vragen hoe het nu met haar gaat of iets dergelijks. Haar naam ontglipt me, maar dat hoeft ze toch niet te weten? Weet je,

ik wacht wel af hoe zij reageert, en op basis daarvan besluit ik of ik neutraal terug reageer of enthousiast. Als ik net zo word begroet als de klant voor me kan ze de generieke kassameisjesbegroeting verwachten, anders de uitgebreide versie.

 

Haar begroeting was neutraal. Ik was echter in innerlijke tweestrijd, mijn hersenen draaide volle toeren om haar begroeting te analyseren: ze glimlachte naar mij, deed ze dat ook bij de klant voor me? Is die glinstering in haar ogen het resultaat van het laserapparaat waarmee ze de barcodes scant of van een jeugdherinnering? Klonk haar stem nu opgewekter dan voorheen of komt dat omdat ik nu recht voor haar sta en net niet? Door dit alles had ik geen voldoende hersencapaciteit beschikbaar om adequaat te reageren. Mijn begroeting werd een soort neutraal-enthousiaste hybride: "HAI", met heel veel lucht en een aantal kassa's verderop nog duidelijk hoorbaar, veel luider dan de bedoeling was.

 

Shit, nu had ík enthousiast gereageerd terwijl zij neutraal reageerde. Het leverde een ongemakkelijk moment op, ik werd rood, wou de rookworst na het scannen in de daarvoor bestemde rugzak stoppen om hem mee naar huis te nemen. Doordat mijn gehele hersencapaciteit echter geweid was aan het beperken van de sociale schade door mijn enthousiaste begroeting waren mijn motorische vaardigheden zo belabberd, dat ik in een soort parkinsonachtige schrikbeweging de rookworst uit zijn verpakking deed schieten, en hij op de afvoerband viel. Gelukkig zat hij nog in die onhandige binnenverpakking. Ik kijk naar het kassameisje, de rij achter mij. Ze lachen.

 

Ze zien natuurlijk een sociaal onhandige jongeman die bezweet en duidelijk in haast, ongemakkelijk een rookworst staat te kopen. Ze denken vast dat ik er vieze dingen mee ga doen of zo. Ze denken dat ik een perverseling ben, dat zal het zijn. De paniek die deze overtuiging teweegbracht zorgde ervoor dat ik de rookworst met binnenverpakking zo snel mogelijk in de rugzak stak, deze dichtdeed en vervolgens de buitenverpakking in m'n jaszak stopte. Betalen was ik vergeten, teruglopen, excuses aanbieden, pinnen, wat ongemakkelijk glimlachen naar de mensen achter mij en met een rode kop de fiets weer op.

 

Vier drempels met bijbehorende doodsangsten verder plofte ik op de bank neer. Bord lauwe boerenkool met rookworst op schoot. Het smaakte best oké. Ik kom nooit meer in die supermarkt. 

Dit artikel delen

Over de auteur