1. Superpowered part2: Aftermath

Superpowered part2: Aftermath

Jaja ik had weer inspiratie, hier is deel 2! Vergeet me niet te volgen als je easy updates wilt krijgen en je geen editie wil missen. En laat weten hoe je het vond en welke superpower jij denkt dat de leden hebben of jij wilt hebben.

Aftermath

Geluiden begonnen langzaam tot hem door te dringen. Geschreeuw, gehuil... Het tweede wat tot hem doordrong was de geur, vuur en... bloed. Langzaamaan kwam zijn zicht ook weer terug en wat hij zag was vreselijk. “Dit moet een droom zijn... nee een nachtmerrie.” Dacht hij bij zichzelf. Hij werkte zichzelf overeind en nam zijn surrealistische omgeving in zich op. Zich blik bleef even hangen op de Dom, of wat er van over was. Een smeulende toren was alles wat overbleef van het het gebouw. Vreemd wat het met hem deed, hij was geen Utrechter... Maar hij had het gevoel dat de stad een stukje van haar identiteit kwijt was geraakt. In de verte hoorde hij sirenes, maar het leek er niet op alsof ze deze richting op kwamen. “Vreemd...” Een stukje verderop zag hij Marianne en Trotsert over iemand hurken, Chiz stond erbij te huilen. Het ging door merg en been, HSJ probeerde haar te troosten, maar het leek niet uit te maken. Een stukje verderop lag Ridley bewegingsloos op de grond, niemand leek het door te hebben. Hij liep op hem af en probeerde te controleren of hij nog leefde. Hij pakte zijn pols en legde zijn wijs- en middelvinger er op. Heel zachtjes voelde hij een hartslag. Daarna maakte hij zijn vingertoppen nat met zijn speeksel en hield deze boven Ridleys mond. Hij ademde ook nog, mooi. Hij besloot Ridley te laten liggen. “Wie weet wat voor schade ik doe als ik hem probeer te verplaatsen...” Linius Palitax keek om zich heen, hij zag Radiant Silvergun naar zijn telefoon staren en in zichzelf mompelen. Een stukje verderop stond Tidow te schreeuwen tegen Eend. Needakill stond er ook bij en zag er redelijk beduusd uit. Op zijn shirt zat een grote rode vlek. Bloed. “Zijn bloed? Of dat van iemand anders?” Hij besloot richting de groep te lopen.

“Nee! we moeten hier blijven wachten op hulp. We kunnen de gewonden niet zomaar verplaatsen. Het noodplan van de gemeente zal elk moment op gang komen en dan krijgen we hulp.” Riep Tidow in een ietwat geïrriteerde stem. Eend was de kalmheid zelve: “Nee, twee van die vuurballen zijn in de binnenstad neergekomen. De Dom, en de andere is denk ik Utrecht Centraal Station, daar zullen ze zich voornamelijk op concentreren.” Tidow schopte uit frustatie tegen een stuk puin welke een paar meter verderop landde. Linius vroeg zich af hoe Eend zo kalm kon blijven in deze situatie. Opeens hoorde hij een explosie. De groep kromp simultaan in één en keken in de richting van de explosie. Het was afkomstig van één van de auto’s die op de parkeerplaats van het spoorwegmuseum stond. Of tenminste, wat vroeger de parkeerplaats van het spoorwegmuseum was. Er restte nu enkel nog één grote krater. “Geen zorgen, we zijn hier relatief veilig.” Hoorde hij Eend opeens zeggen. “Het grootste gedeelte van het gevaar is voorbij.” Tidow keek hem in ongeloof aan. “We zouden eventueel toch wel naar jouw huis kunnen Tidow?” Vroeg Linius. Linius was er nog nooit geweest, maar hij wist dat Tidow heel dicht in de buurt van het Lepelenburg woonde. Tidow bleef angstvallig lang stil. “Oké, jij je zin... We brengen iedereen naar mijn huis...” Tidow en Eend liepen beiden een andere richting op om mensen te informeren dat ze naar zijn huis zouden gaan. Needakill bleef staan terwijl hij de ruimte in staarde. “Needakill, gaat het wel?” Geen antwoord. “Het zal vast shock zijn”, dacht Linius bij zichzelf. Hij gaf Needakill een kleine tik op zijn schouder. Geschokt keek Needakill hem aan, maar hij leek hem niet te herkennen. Met een verwarde blik liep Needakill de richting van de rest van de groep op.

Tijdens de tocht naar Tidows huis merkte Linius op dat Ridley weer op de been was. “Gelukkig maar!” dacht hij bij zichzelf. En hij was stiekem een beetje trots op het feit dat hij in eerste instantie gecheckt had of Ridley nog leefde. Hij liep zo’n beetje tussenin de stoet die op weg was naar Tidows huis. Voor hem liepen Aiii en Natan, achter hem waren Rano en Henkie in een verhitte discussie over wat de beste actie was om nu te nemen. Beiden wilden ze zo snel mogelijk terug naar huis... maar het was ondertussen duidelijk dat één van de kometen het station geraakt had. De complete spoorwegen lagen op hun gat. Naar huis bellen was ook onmogelijk, het mobiele netwerk was compleet overbelast. Een stukje verderop liepen Sadist en AJ met een geïmproviseerde draagbaar. Daarop lag Vlaflip. “Arme vent... hij zal er wel slecht aan toe zijn...” Hij had gehoord dat Vlaflip in brand stond. Zo op het eerste oog leek hij niet zoveel verwondingen te hebben, maar goed... Hij stond in brand. Onder zijn verbrande kleding zal het wel een ander verhaal zijn. Maar is het wel slim om Vlaflip mee te nemen naar Tidow? Moeten we hem niet direct naar het ziekenhuis brengen? Hij had geprobeerd dit aan het verstand van de groep te brengen, maar hij werd overstemd door de rest. “Story of my life, in ieder geval op IGF... Altijd onderschat...” Een flauwe glimlach verscheen op zijn lippen, welke hij snel weer deed verdwijnen. “Dit is niet de tijd voor grapjes...” dacht hij bij zichzelf.

Bij Tidow thuis was het drukte van belang. Dit was één van de grootste meetings tot nu toe en zo’n 30 man in zijn huis proppen was op zijn minst lastig te noemen. De gewonden werden op zijn bed gelegd, terwijl de rest een plekje zocht in de keuken of op het balkon. Linius zakte neer op de vloer in de hal. Het was zo’n 2 uur geleden sinds de explosies, maar het voelde als 2 dagen. In de kamer hoorde hij Tidow zuchten: “Eerst kotst Sadist hem onder, nu bloedt Thadestiny er keihard overheen... Altijd leuk die meetings...” Linius hoorde wat kleine awkward lachjes ontstaan in de kamer. Humor is altijd een goed middel om met gestoorde shit zoals dit om te gaan, maar het leek nu niet echt te helpen.

Linius voelde zich nutteloos, iedereen leek iets nuttigs te doen. Marianne en Dariee hielden zich bezig met de gewonden. AJ en Aiii waren naar de supermarkt gegaan om te kijken of ze nog iets te eten konden halen. Tidow, Eend en een aantal anderen waren aan het discussieren wat hun volgende stap zou zijn en Chiz en HSJ waren zo’n beetje al Tidows voorraden op aan het maken om wat te eten voor iedereen te bereiden. En niemand leek hem echt op te merken, alsof hij er niet was. Hij zat met 30 man in een ruimte van zo’n 40 vierkante meter en hij had zich nog nooit zo alleen gevoeld. Hij hoorde opeens de deurbel en Tidow liep naar beneden om open te doen. AJ en Aiii waren terug van de appie en hadden twee karren vol met voorraden. “Je wil niet weten wat er aan de hand is gozer...” Hoorde hij AJ zeggen. “De complete supermarkt werd leeggeroofd door allerhande tuig. Een aantal medewerkers was aangevallen hoorde ik. De eigenaar gaf aan dat we mochten pakken wat we wilden, zolang we niemand maar iets aan zouden doen... Het is net een fucking warzone out there...” Linius luisterde gespannen. Hij hoorde Aiii het verhaal vervolgen: “De stroom is net als hier in het grootste gedeelte van de stad weg en de halve binnenstad lijkt in brand te staan... Het lijkt er wel op dat wat er ook gebeurt is... het alleen hier is gebeurt. In de rest van het land lijkt niets aan de hand te zijn. Dat is in ieder geval wel goed nieuws.” De drie mannen waren ondertussen naar boven gekomen. Tidow keek naar Linius en haalde één van zijn wenkbrauwen op. Hij liep zijn kamer in en vroeg om aandacht. “Jongens, Aiii en AJ zijn terug. Ik heb goed nieuws en slecht nieuws...” Het rumoer in de kamer hield op en iedereen luisterde gespannen.

“Het lijkt erop dat dit hele gebeuren zich alleen beperkt tot Utrecht. De rest van het land is dit bespaart gebleven, jullie familie en vrienden zijn dus veilig.” Een zucht van opluchting ging door de kamer heen. De aanwezigen leken weer een stukje hoop te krijgen. Ook Linius zelf was blij dat zijn mooie Almere er nog was, en vooral dat zijn ouders enzo nog leefden. Tidow zelf leek een stuk minder blij, zijn familie en vrienden woonden in of dicht bij Utrecht. Linius zag dat ook Ridley en Blitsmeister niet deelden in de feestvreugde. Ook zij hadden veel vrienden en familie in de buurt. Blitsmeisters huis is nota bene op steenworp afstand van de Dom. Waarschijnlijk was hij nu dakloos... Tidow probeerde zijn verhaal te vervolgen maar het rumoer in de kamer hield deze keer niet op. “STILTE!!!!” De schreeuw ging door merg en been. Linius voelde zijn trommelvliezen bijna scheuren en iedereen hield zijn handen voor zijn oren. De hele kamer keek verschrikt naar de oorsprong van het geluid. “Wat... wat was dat?” riep Aiii. Maar hij klonk heel ver weg. Een irritante piep klonk in het oor van Linius. Ridley leek zelf ook niet te snappen wat er net gebeurt was. Opeens was er beweging in het bed van Tidow. Thadestiny zat recht overeind. “Hij is weer wakker?” Dacht Linius bij zichzelf. Thadestiny keek naar Ridley en vervolgens de hele kamer rond. “Dit is het begin van het einde. De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. Jullie allen, jullie zullen haar vernietigen.” En zo onverwachts als dat hij overeind zat, lag hij weer bewegingsloos in het bed. Het was muisstil in de kamer, Linius durfde bijna geen adem te halen. Hij keek naar Tidow, Aiii en AJ, die nog steeds in de deuropening stonden. Tidow stond met open mond naar Thadestiny te kijken, keek daarna richting Ridley en herpakte zich. “Het slechte nieuws... Het slechte nieuws is dat het onmogelijk is om vandaag terug te gaan naar huis. Hopelijk kan het morgen. Maar vanavond hebben we kennelijk een logeerpartijtje...” Hij gaf een duidelijk geforceerde glimlach en liep de keuken in om de boodschappen bij Chiz en HSJ af te geven.

Het was ondertussen aan het schemeren iedereen probeerde het zich gemakkelijk te maken. De huisgenoten van Tidow waren nog steeds niet terug, dus had hij besloten hun kamers beschikbaar te stellen voor zijn gasten. Tenminste, degene waarvan hij de sleutel had. De keuken, het washok en zelfs de gang lag vol met mensen. Linius had een plekje gevonden in het kleine washokje in Tidows kamer. Hij verwachte niet veel te kunnen slapen, maar goed...  De uren verstreken en het leek steeds stiller te worden om hem heen. Hij hoorde de stem van Tidow op fluisterende toon. “Iedereen lijkt een plekje te hebben, hoe is het met Vlaflip en Thadestiny?” Hij hoorde het gerinkel van een fles en wat glazen en de gedempte stem van Marianne. “Goed, ze zijn stabiel. En ook Artiq Knight is eindelijk opgehouden met overgeven.” De twee gingen net buiten het washokje zitten, Tidow haalde de kurk uit zijn fles Whisky en schonk twee glazen in. “Dit heb ik wel even nodig na vandaag... jezus.” Linius hoorde twee glazen klinken en daarna het gehoest van Marianne. “Gatverdamme, wat smerig.” Tidow lachte zacht. “heerlijk smerig inderdaad.” Het bleef daarna even stil. “Heb jij het gezien? Die blauwe gloed?” Marianne zuchte... “Ja, ik dacht dat ik het me verbeeldde... net voor de inslag.” In de gloed van zijn kaars zag Linius dat Tidow knikte. “Dit was geen normale komeetinslag... voor zover die dingen normaal zijn. Dat gedoe met Ridley, Thadestiny...” Marianne stemde in en voegde er aan toe: “En Vlaflip, hij stond in brand... dat hebben we allemaal gezien... Maar hij heeft geen schrammetje.” Linius luisterde aandachtig en vroeg: “Wat denken jullie dat er aan de hand is dan?” Het bleef stil, Tidow vulde de glazen nogmaals bij en sloeg de zijne achterover. "Hallo? Hou verdomme eens op met me te negeren!!!” Linius stond op en gooide per ongeluk iets omver in het washok. Tidow keek verschrikt het washok in en probeerde met zijn kaars iets te zien. Linius stond nu rechterovereind en recht tegenover Tidow. Hij staarde hem recht in zijn ogen aan, maar hij leek... Opeens keek Linius naar rechts. In de ietwat vieze spiegel zag hij Tidow en de reflectie van de kaars. Maar niet zichzelf. Hij keek weer naar Tidow die met een vraagteken op zich gezicht het washok in keek. Weer keek hij naar de spiegel, Tidow, de kaars... maar niet hijzelf... “Ik ben... onzichtbaar?”

To be continued in Superpowered Part3: The Beginning of the End

Dit artikel delen

Over de auteur