1. YOFL: Er was eens brainfart van Tidow

YOFL: Er was eens brainfart van Tidow

Er was eens... een meisje. Gewoon, een meisje. Ze had eerst iets met een Limburgse jongen maar dat was niet helemaal je dat van het. Ach, live and learn right? Maar Monniejj zoals het mevrouwtje heet kon het niet helpen. Ze was iets langer dan andere meisjes en kennelijk heeft ze mooie benen en jullie weten hoe jongens gek zijn op een meid met legs. Wel vermoeiend hoor, volgens Monniej zelf. Alles en iedereen komt op haar af, zelfs meiden! Maar voordat we vervallen in semi-erotische female friendly sexytime, laten we het hebben over één over haar meer speciale avonturen. Eentje waarin ze een zeker iemand tegenkomt.

Tijdens een nachtje Amsterdam zit Monniejj gezellig in een kroeg en tot afgrijzen van haar vriendinnen wordt ze om de paar minuten benaderd door een jongen. Zoals gezegd, daar zat van alles tussen. Monniejj was er niet echt gediend van, zeker toen ze vanuit haar ooghoeken zag dat haar vriendinnen het op een gegeven moment echt helemaal beu waren. ‘Lieverd, je bent verder een schat van een meid maar kun je eens een keer NIET kattenkruid voor mannen zijn?’ vraagt een van haar vriendinnen. ‘Wat wil je wat ik doe? Allemaal wratten op m’n gezicht gaan plakken ofzo? Een bordje om m’n nek ga hangen met de tekst “Ik bewaar mezelf voor na het huwelijk!”. Ze maakt er allerlei gebaren bij, die haar vriendinnen niet kunnen waarderen. ‘Weet je wat, bekijk het maar. Wij gaan naar een andere bar en ga jij maar naar huis!’ Het drietal die Monniejj vergezelden lopen vrij kwaad de bar uit en Monniejj blijft enigszins beteuterd achter.

‘Wat een onzin zeg, ik kan er toch ook niks aan doen dat mannen mij leuk vinden’ mompelt ze in zich zelf. Ze besluit richting de bar te lopen en doet eens gek en besteld een whiskey. Een wat vreemde beslissing, aangezien ze nog nooit een glas daarvan heeft op gehad. Ze wil natuurlijk niet die fout maken zoals die ene kalige knul op het gamingforum waar ze lid van is. Afijn, ze neemt een slokje en het spul brandt in haar strot. Ze hapt een beetje naar lucht, wat opgemerkt wordt door een aantal andere barhangers. ‘Meisje, weet je zeker dat dit wel goed gaat?’ vraagt een vrij charmante jongen haar. ‘Het gaat wel’ zegt Monniejj met een vies gezicht. Ze kijkt in het glaasje en zonder aarzeling slaat ze de rest van de inhoud naar binnen. Een traantje verlaat haar linker ooghoek en ze draait zich om. Vrij beheerst loopt ze richting de uitgang en loopt ze de donkere nacht tegemoet.

Ze trekt een beetje aan haar sjawltje aangezien het behoorlijk fris is. Het mag dan nog maar negen uur zijn, maar het is duidelijk te merken dat het gaat vriezen. ‘Moet oppassen dat ik niet uitglij, dat zou wel genant zijn’ zegt ze tegen haarzelf in haar gedachten. Terwijl ze dat denkt zet ze perongeluk een verkeerde stap. Haar balans verdwijnt en ze voelt hoe ze achter over dreigt te vallen. Ze zwaait wild met haar armen om haar heen, ondanks dat ze weet dat dit niks zal helpen. Maar op het laatste moment wordt ze opgevangen door twee zachte armen, die horen bij een vriendelijk en bebrild gezicht. ‘Uh hoi, ik denk dat ik hier wel een goede beurt mee maak toch?’ Het blijkt niemand anders dan Swiep te zijn. Ze herkende hem meteen dankzij de foto die ze ooit op het forum had gezien. Hij ziet er wel bleker uit dan ze had verwacht.

Monniej bedankt hem en verteld dat ze weet wie hij is. Swiep lacht vriendelijk en vind het een eer dat zij hem herkende. Hij had er niet bij nagedacht, hij zag alleen een meisje vallen en vond het zijn plicht om haar te helpen. Monniejj vond dit wel een schattige opmerking en biedt hem vervolgens aan om samen een drankje te doen. Swiep stelt een gezellige bar voor die hij vaker aandoet wanneer hij in Amsterdam is. Monniejj stemt toe en gaat met hem mee. Onderweg en in de bar kunnen de twee het verrassend goed met elkaar vinden. Okay, Swiep mag dan een beetje corny zijn met zijn speelse opmerkingen, maar Monniejj vind het vreemd genoeg leuk. Je zou het haast hypnotiserend noemen. Opeens komen een aantal vragen naar boven drijven: ‘Hey, mag ik iets vragen?’ ‘Tuurlijk!’ zegt een enthousiaste Swiep. ‘Nou, ik zie je de laatste tijd helemaal niet zo veel op IGF. Hoe kan dat?’ Swiep trakteert haar op een flauw glimlachtje en antwoordt: ‘Nou ja, ik moest een aantal veranderingen ondergaan. Er zijn een aantal onverwachte dingen gebeurd waar ik direct op moest reageren. Maar dat is een beetje te persoonlijk, dus ik wil daar niet verder op ingaan weet je. Kun je dat respecteren?’ Monniejj stemt daarmee in en knikt vriendelijk. ‘Maaruh, laten we het weer over Miss Monniejj hebben. Hoe zit dat nou op IGF, doe je dat extra?’ Monniej lacht en begint vrolijk verder te kletsen.

De uren gaan razendsnel voorbij en Monniejj merkt op dat het al twee uur s’nachts is. ‘Oh jee, ik moet naar huis. En wacht, de laatste bus die ik moet pakken is net weg. En ik kan mijn mams niet bellen want die is weg’. ‘Geen nood!’ Verzekerd Swiep haar. ‘Jij gaat met mij mee, ik heb nog wel een extra kamer over waar je kunt slapen. Genoeg ruimte om daar snel een nachtje te crashen.’ Monniejj kijkt wat aarzelend zijn kant op en weet niet of ze nu moet ingaan op deze beslissing. ‘Hij is wel lief geweest vanavond. Hij begrijpt me ook zo goed. Plus, hij heeft alles netjes betaald en om eerlijk te zijn... ik mag hem wel. Hij is een beetje klein, maar misschien vind ik dat wel fijn’ denkt ze bij zich zelf. Ze stemt toe en samen verlaten ze de bar.

Een kwartiertje later lopen de twee IGF’ers door de straten van Amsterdam, al worden de buurten er niet vriendelijker op. Ze ziet een aantal crackpanden staan, wat verlaten huizen... ze krijgt langzaam de bibbers. Ze pakt Swiep z’n arm vast en vraagt of ze er al bijna zijn wanneer ze een donker steegje binnenlopen. Swiep ontdoet zich van haar arm en draait langzaam om. Monniejj gilt, aangezien Swiep zijn gezicht totaal vervormd is. Zijn ogen lijken nu op die van een beest en er glimmen witte slagtanden uit zijn mondhoeken. ‘Mijn god, het duurde lang die gesprekken met je, maar nu heb ik eindelijk waar ik je wil hebben. Wat heb ik hier lang op moeten wachten. Ik heb dit altijd willen doen toen ik nog leefde, maar je hebt inmiddels door dat ik me niet meer onder de levenden mag scharen.’ Zijn mond gaat open en met zijn tong likt hij aan zijn tanden. ‘Ik ga hier van genieten.’ Opeens klinkt er een ringtone en nogal geirriteerd neemt Swiep op zijn mobiel op. Monniejj kan niet ontsnappen aan hem, aangezien hij haar heeft betoverd met zijn awesome vampier krachten. ‘Serieus Aiii, waar ben je mee bezig? Hoezo je bent pissig? Nee je mag niks met Monniejj beginnen. Jij hebt Silvana al gekregen. En ik weet dat weerwolven niet bepaald geduldig zijn met hun prooi. TOUGH SHIT. Hoe weet je trouwens dat ik haar vanavond eindelijk te pakken heb gekregen? WAT?! Je hebt een demoon een magische zender op me laten plakken? Zeg tegen 7threst ff heel gauw dat hij moet oprotten met zijn shit.’

Door zijn razernij heeft hij echter niet in de gaten dat Monniejj inmiddels een staak heeft gepakt uit haar tasje. Ze werkt Swiep naar de grond en geeft een kusje op zijn wang. ‘Weet je, je was best lief. En dat meen ik serieus. Als je hart het nog steeds zou doen, had ik het echt wel een keer met je gedaan. Maar nu, ben je gewoon mijn zoveelste vampier die ik in stof ga veranderen. ‘WAT, jij bent een vampier jaagster!?!?’ vraagt hij met grote angst in zijn blik. ‘Oh ja, een sexy jaagster met lange benen. Gets vampires all the time’ Met die woorden ramt ze de staak door zijn hart en Swiep valt uit elkaar als een zielig hoopje stof. Monniejj wrijft het stof van haar jas af en ze hoest een keer. Ze kijkt nieuwsgierig naar haar staak en lacht. ‘En hoe was ik?’ vraagt ze aan een onbekende man die in de schaduw achter haar staat. De man in kwestie stapt naar haar toe en een flauw lichtje verlicht zijn gezicht: het blijkt niemand minder dan Limoenlichtje te zijn. ‘Je hebt het goed gedaan meid.’ Monniejj’s lach wordt alleen breder en ze kijkt naar de stoffige overblijfselen. ‘Weet je, ik had je nooit als iemand verwacht die thuis was in het occulte en als monster jager leraar’ zegt ze met een vrolijke toon.

Limoenlichtje kijkt haar aan en knikt. ‘Inderdaad, dit soort shit verzin je ook niet in een halfuurtje.’ Hij pakt de telefoon op en lacht. ‘Op naar onze volgende doelwitten’.

Monniejj the Monster Buster *que titelsong*

Dit artikel delen

Over de auteur