1. Games als leermiddel

Games als leermiddel

Iedereen kent het wel, van die momenten dat je jezelf opsluit om hele dagen gortdroge economie, biologie of geschiedenis te leren. Van die dagen dat je bij het lezen over de Keynesiaanse Maatschappij je oogleden langzaam zwaarder voelt worden, om jezelf te verliezen in de weelderige wereld die dromenland wordt genoemd. En dan ben je eindelijk klaar met je middelbare schoolcarrière en ga je naar het MBO, HBO of WO, alwaar je denkt dat het leven drastisch veranderd, maar niets is minder waar: ook hier zul je je moeten buigen over ingewikkelde wiskundige formules, ziektebeelden of ecologische voetprint. Dat leren moet toch makkelijker, zo niet leuker, kunnen?

Sommigen verliezen zichzelf in dit statische proces van colleges volgen, huiswerk maken en tentamens voorbereiden. Dat “verliezen” kun je op twee manieren interpreteren: je hebt de groep enthousiastelingen die haast ziekelijk genieten van elk moment van hun studie en aan de andere kant van het spectrum de groep die hele dagen feest viert, aan het gamen is of bij aanvang al stoppen met studeren om te gaan werken. De ene groep gaat gewapend met pen en papier naar college, de andere groep juist met PS Vita en game. Nee, studeren is zeker niet aan iedereen besteed.

Toch moet dat studeren makkelijker kunnen en moet er een hoger rendement kunnen worden behaald. Juist nu de overheid heeft besloten zijn handen van de studenten terug te trekken, met allerhande onvriendelijke maatregelen als bijvoorbeeld de langstudeerdersboete, en nu een hele nieuwe generatie ontstaat, die is opgevoed met een paar uur computeren voor het naar bed gaan, om vervolgens in bed op hun iPad verder te gaan, zou de oplossing voor leerproblemen misschien wel in (een mogelijk deel van de oorzaak, namelijk) het gamen kunnen liggen. Er zijn hier al enkele voorbeelden van bekend. Zo was er jaarlijks een wedstrijd waarbij het beste team dat met Gamemaker een “leergame” maakte een prijs won, is er voor werktuigbouwers een realistisch bruggenbouw spel en wordt er op sommige plekken virtueel geoefend met opereren.

Het is ook best voor te stellen dat dit concept kan werken. Neem nu bijvoorbeeld de anatomie van het menselijk lichaam. Nu moet je deze nog leren via tweedimensionale plaatjes uit boeken. In een game kun je echter knoeien tot je een ons weegt en het lichaam van boven tot onder in elkaar kunnen zetten of uit elkaar halen. Dit zou het drie dimensionale begrip verhogen en de topografie van organen zou je beter bij blijven. Een al bestaand voorbeeld dan: ik durf te wedden dat ik uit games als Assassin’s Creed meer over dat deel van de geschiedenis heb geleerd dan op de middelbare school. En omdat ik het zelf heb beleefd, blijft het mij ook beter bij.

Voor wie hier twijfels bij heeft, het schijnt ook evident te werken. Niemand zal betwisten dat gamen leuk is, maar leren uit games schijnt nog een taboe te zijn. Toch heeft onderzoek uitgewezen dat kinderen via gamen ontzettend snel leren. Omdat er uit het gamen plezier wordt gehaald, blijft het voor deze kinderen ook aantrekkelijk om te blijven… ehm, laten we het politiek correct houden… leren.

Toch zit er nog geen schot in de zaak. Het blijft bij enkele kleine pogingen en kleinschalige onderzoekjes. Het probleem ligt mijns inziens bij de afzetmarkt. Gamefabrikanten wagen zich niet aan dit soort projecten omdat ze weten dat het geen product voor de grote massa betreft, maar doelgericht op scholen zou moeten worden ingezet. Op universitair niveau is de afzet zelfs nog geringer door alle differentiatie. Een wiskundegame heeft bij de studie Keltische taal en cultuur nu eenmaal weinig nut. Helaas, we weten allen dat de overheid met een groot tekort te kampen heeft, dus een subsidie zal er ook wel niet af kunnen. Als het studeerrendement, ook op lange termijn en bij andere zaken dan hoofdrekenen, aantoonbaar verhoogd zou zijn zou dit misschien kunnen worden omgekeerd, maar hier laten studies waarschijnlijk nog op wachten. Ook werkt het bestaande systeem, van colleges geven tot tentamineren, voor het gros van de studenten nog prima. Zij die hier niet tegen kunnen en uitvallen door prestatiedruk zal de maatschappij letterlijk worst zijn. Putjesscheppers hebben we nu eenmaal ook nodig.

Al met al kan men dus stellen dat het principe “gamen = leren” in de put, zo niet in een vicieuze cirkel, zit. Zolang er geen games komen die aan kunnen tonen dat het leerrendement kan worden verhoogd zal er ook geen geld beschikbaar komen, waardoor die games dus ook uitblijven. Het zal bij kleinschaligere projecten blijven. Helaas kan ik in dit relaas niets anders dan concluderen: je zult leren toch echt voor jezelf leuk moeten kunnen maken, want games gaan hier voorlopig nog niet aan bijdragen.

Dit artikel delen

Over de auteur