1. Superpowered part6: Mastermind

Superpowered part6: Mastermind

6: Mastermind

De klopjacht op de terrorist genaamd Tidow gaat nog steeds verder. Ooggetuigen verslagen hebben hem de afgelopen dagen in Utrecht, Amsterdam en Groningen gespot. Hoe het deze man lukt om nog altijd uit handen te blijven van de politie is onduidelijk. Videobeelden tonen dat hij over vaardigheden bezit die de menselijke verbeelding te boven gaan. Zijn metgezellen Blitsmeister en de man die zich voor deed als onze Minister President, 7threst, zijn ook nog steeds... Vlaflip zette de TV uit op het moment dat Trotsert de kamer binnen kwam lopen. “Die gasten zijn niet slim bezig man...” zei Trotsert terwijl hij op de bank neerplofte. “Hadden ze serieus verwacht dat ze zonder problemen konden aantonen dat 7th de Minister President niet was?” Vlaflip knikte, maar leefde wel mee met zijn IGF-buddies. Hoe zouden Tidows ouders zich voelen? Hun zoon was de nummer 1 meest gezochte crimineel in Nederland. En hij was onschuldig... Ondertussen was HSJ ook gearriveerd. “Hebben we het weer over die idioten? Vergeet ze, we hebben werk te doen!” Vlaflip en Trotsert volgden HSJ naar een andere ruimte.

“Heeft iemand Chiz al gezien?” vroeg HSJ terwijl hij zijn tas uitpakte op de tafel die voor hen stond. “Hier ben ik...” Vlaflip zag niemand, maar dat was hij ondertussen wel gewend van Chiz. Uit een donker hoekje zag hij opeens een lachend gebit en Chiz liep naar voren. Ze werd pas helemaal zichtbaar toen ze vol in het licht stond. “Hou daar eens mee op, ik durf te zweren dat ik je gisteren hoorde in mijn kamer toen ik probeerde te slapen.” Zei Trotsert in een ietwat geïrriteerde toon. Chiz lachte en nam plaats aan één van de stoelen rondom de tafel. “Ach we hebben allemaal zo onze talenten heh.” Vlaflip en Trotsert namen ook plaats. “En ik denk dat het gewoon die enorme aantrekkingskracht van je is.” Zei ze terwijl een knipoog de richting van Trotsert op stuurde. Vervolgens zocht ze even in haar tas en haalde een pakje sigaretten te voorschijn. “Heb je een vuurtje?” Vroeg ze aan Vlaflip. Vlaflip zuchtte en met een handbeweging stuurde hij een klein bolletje vuur richting haar sigaret. “Je begint er beter in te worden gozer.” Zei HSJ. “Mooi, dat kunnen we wel gebruiken op onze volgende klus!” Chiz, Trotsert en Vlaflip keken allen naar HSJ. Een onbehaaglijk gevoel bekroop Vlaflip. “Ik heb hier plattegronden en wat surveillancefoto’s van het landgoed van een bekende Nederlandse dotcommer. Die fucker heeft heeft miljoenen op de bank staan. En die gaan wij eens even van hem af nemen.”

Vlaflip had er geen goed gevoel over. Ze hadden dit eerder gedaan, banken en geldtransporten met behulp van hun krachten overvallen. Maar het woog zwaar op hem, de enige manier waarop hij het kon rationaliseren was dat zij in ieder geval verzekerd waren voor dit soort dingen. Maar het ging te ver, een man met miljoenen op zijn rekening dwingen om geld naar hen over te maken? Hij zou nog liever op de vlucht zijn voor de politie met een schoon geweten zoals de rest dan dit. Ze hadden nu genoeg geld om het een paar jaar uit te zingen... “Naja... na deze klus kap ik er mee.” Beloofde hij zichzelf. Nu was het tijd om iets te gaan regelen, anders zou de klus niet eens kunnen slagen. Hij pakte zijn telefoon en zocht het nummer op. Voicemail... “Hey met Vlaflip... We hebben een klusje voor je. Ik kom nu naar je toe om te details door te spreken.” Hij pakte zijn jas van de kapstok en vertrok door de deur.

Na zo’n anderhalf uur in het openbaar vervoer gezeten te hebben stond hij voor het adres waar hij moest zijn. “Had ik maar een auto, kut OV...” HSJ had hen ertoe gedwongen om het geld nog niet te gebruiken. Dat zou teveel opvallen. “Miljoenen op de bank en we mogen het niet uitgeven... Waarom doen we het dan nog?” Dacht Vlaflip bij zichzelf terwijl hij aanbelde. De deur ging open. “Wat de neuk doe jij hier?” Vlaflip voelde zich licht in zijn hoofd. “Shit!! Vergeten de temperatuur te verhogen...” hij deed het alsnog en voelde zichzelf weer normaal worden. “Monniejj... check je voicemail eens wat vaker.” Monniejj keek achterom, sloeg de deur dicht en trok Vlaflip ruw mee. “Je mag blij zijn dat je dat truukje van je hebt Flip, anders was je lopend terug gegaan.” Vlaflip glimlachte zuur. “Wat ik dus op je voicemail had achtergelaten, we hebben een klus voor je.” Monniejj keek om zich heen, ze stonden in een verlaten steegje. “Ik heb je de vorige keer al verteld dat ik geen zin meer heb in jullie klusjes, het voelt niet goed Vlaflip...” Vlaflip was het met haar eens, maar hij had geen zin om dat slechte nieuws aan HSJ te vertellen. Na een lange discussie haalde hij haar alsnog over om nog een laatste keer mee te werken. “Hopelijk is dat voor mij ook de laatste keer...” Dacht hij bij zichzelf terwijl hij begon aan zijn reis terug.

Een paar dagen later was het zover, in een zwart geblindeerd busje zaten ze met zijn vijven te wachten op het juiste moment. “Oke, weet iedereen nog wat hij moet doen?” Vroeg HSJ terwijl hij het hek goed in de gaten hield. De groep stemde in en Vlaflips onheilspellende voorgevoel was nog steeds aanwezig. Trotsert en Vlaflip zouden als eerst naar binnen gestuurd worden. Vervolgens zouden Chiz, HSJ en Monniejj volgen. De gehele klus zou afhangen van Monniejjs gave... “Als dat maar goed gaat...” HSJ bleef turen naar het hek en opeens siste hij: “Ja! Nu!” Vlaflip en Trotsert stapten uit de auto en renden naar hek. Vlaflip gebruikte zijn vuur om één spijl door te branden terwijl Trotsert met zijn magnetische krachten twee anderen omboog. Door het resulterende gat zou zelfs HSJ passen... Tenminste, dat hoopten ze dan maar. Een kort fluitsignaal liet HSJ, Chiz en Monniejj niet lang daarna verschijnen. Nu was het aan Chiz, ze werd één met de schaduwen en zou het complex kort verkennen. Zo’n tien minuten later verscheen ze weer bij de groep. “Vijf bewakers, twee bij het hokje bij de ingang, de rest loopt loopt over het landgoed.” HSJ knikte en glimlachte. “Vijf maar? Dat zijn goede kansen!” Hij stuurde Vlaflip en Trotsert naar het hokje bij de ingang en zou zelf met Monniejj en Chiz de rest uitschakelen. Eenmaal aangekomen bij het wachthuisje slopen ze naar het raam. Binnen zagen ze inderdaad twee mannen naar een paar grote videoschermen kijken. “Regel jij dit?” Vroeg Vlaflip aan Trotsert. Deze knikte zijn hoofd en stond op. Een vreemdsoortige piep klonk om hen heen terwijl binnen de videoschermen op zwart gingen. De bewakers schrokken en liepen naar de schermen toe. Achter hen kwam een metalen stoel opeens los van de grond. Deze zwaaide tegen de eerste bewaker aan. De tweede draaide zich om en zag daar de zwevende stoel. Aan de grond genageld wist de bewaker niet wat hem overkwam toen de zwevende stoel hem ook uitschakelde. Vlaflip haalde opgelucht adem. Als hij zijn vuur had moeten gebruiken was het minder goed afgelopen voor de bewakers.

Trotsert en Vlaflip haasten zich naar de ingang van het grote huis, waar ze HSJ, Monniejj en Chiz weer zouden zien. Eenmaal aangekomen stond de deur al open. Er was niemand te zien. “Wat? Waar zijn ze?” Vroeg Vlaflip. Trotsert haalde zijn schouders op. “Binnen kijken?” Vlaflip knikte en beiden liepen ze naar binnen. Het hele huis was donker. Vlaflip creeërde een vuurbal in zijn handen om wat te kunnen zien. Terwijl ze zich door het huis baanden zagen ze verderop in de gang licht uit een kamer komen. Stilletjes en met het hart in de keel slopen ze er naar toe. Bij de deur aangekomen hoorden ze zacht stemmen uit de kamer komen. Vlaflip keek voorzichtig om het hoekje. “HEY!” Vlaflips hart verzakte half toen hij de stem van HSJ hoorde. “Daar zijn jullie eindelijk.” Vlaflip en Trotsert liepen de kamer binnen. “Godverdomme HSJ, wacht voortaan even.” HSJ lachtte en vervolgde: “Ik had er alle vertrouwen in dat jullie prima in staat waren twee bewakers op te ruimen. Waarom wachten?” Vlaflip zag ondertussen dat Monniejj al bezig was met haar doelwit. “Ik snap nog steeds niet hoe ze dit doet.” Begon Trotsert. “Vuur en magnetische krachten oké... maar dit...” Monniejj stond voor de man die ze die avond van al zijn geld zouden beroven. Haar heupen wiegden zachtjes heen en weer terwijl ze op een fluisterende toon tegen hem begon te praten. “Feromonen... of een soort hypnose... Tenminste dat is mijn theorie” antwoordde HSJ terwijl hij gebiologeerd naar het meisje keek. “Het was altijd al een attention whore toch?” Hoe ze het ook precies deed, het werkte. De eigenaar van het landgoed was bezig op zijn laptop en aan de telefoon. Als Vlaflip het goed zag was hij bezig al zijn geld over te maken naar een bank op de kaaiman eilanden. De bank van HSJ. Alles leek goed te gaan totdat de man zich opeens omdraaide richting HSJ. Vlaflip snapte het niet, niemand kon ooit zijn ogen van Monniejj af houden als ze bezig was. “Hij wil met HSJ spreken.” Zei de man terwijl hij zijn hand met de telefoon in de richting van HSJ sterkte.

“Wat is dit?” riep Chiz hardop. Ook Monniejj stopte uit verbazing met het wiegen van haar heupen. “Niet stoppen Monniejj, anders wordt die vent wakker!” Riep HSJ. Hij pakte vervolgens de telefoon aan. De minuten leken uren te duren terwijl HSJ naar de telefoon luisterde. Hij knikte een paar keer en hing toen op. “Monniejj, vertel die vent dat hij gaat slapen en zich hier niets van herinnert. Mensen, we gaan!” De groep keek HSJ verbaasd aan, maar besloot hem te volgen. Het viel Vlaflip op dat de handen van HSJ trilden. De groep liep terug naar de bus, stapte in en HSJ reed weg.

Het bleef lang stil in de bus, totdat Vlaflip zijn mond open deed. “HSJ... what the fuck gebeurde daar?” HSJ zette de bus stil op de vluchtstrook. “Het is voorbij... of tenminste... ik had een elektronische stem aan de lijn die me vertelde dat hij ons in de gaten had gehouden. Het geld van die rijke stinkerd zouden we niet krijgen en hij had ook ons geld uit onze bank gehaald.” Trotsert deed opeens zijn mond open. “Wat? Waarom? En hoe?” HSJ staarde voor zich uit. “Ik heb geen idee... het enige wat de stem zei is dat we naar een bepaald adres moeten komen en daar zal de rest zich verklaren. HSJ startte de bus weer en vervolgde zijn reis. De rest van de groep bleef stil.

Het duurde niet lang of de groep kwam aan bij het adres wat HSJ doorgekregen had. Het was een oude verlaten fabriek. “Ik wist dat ik nee had moeten zeggen...” Jammerde Monniejj. HSJ wierp een vuile blik in haar richting en trok de deur open. “Kom, we gaan eens kijken wie ons fucking zuurverdiende geld heeft gejat.” Vlaflip had er geen goed gevoel bij. De fabriek leek verlaten, op een enorme hoop stroomkabels na die vanuit industriële aansluitingen verder de fabriek in liepen. Ze besloten de kabels te volgen. Terwijl ze verder liepen viel het Vlaflip op dat er steeds meer kabels bij kwamen uit allerlei verschillende gangen. Opeens hoorde hij een zacht gebrom, het leek afkomstig van waar de kabels heen liepen. Voorzichtig liep de groep verder totdat ze in een grote fel verlichte kamer aankwamen. Wat ze daar zagen leek direct uit een science fiction film te komen. In een halve cirkel stonden honderden beeldschermen opgestald. De bijbehorende herrie deed Vlaflip vermoeden dat aan die beeldschermen ook honderden computers gekoppeld waren. Voor de schermen stond een stoel waar alle kabels die ze zojuist gevolgd hadden samen kwamen. In de stoel... “Nee...”

“Welkom!” De man stond op uit zijn stoel. Vlaflip keek in afgrijzen toen hij zag dat sommigen van de kabels rechtstreek zijn schedel in liepen. “Trotsert de magneet... Vlaflip, weer helemaal bijgekomen van het in brand staan zie ik? En Chiz, leuk om je te ZIEN. Monniejj, doe geen moeite, ik heb zo’n 20 firewalls geïnstalleerd om je invloed tegen te gaan.” De man hield zich even in. “En HSJ... de leider van de groep. En toch zo... gewoontjes...” HSJ liep vuurrood aan. “Radiant Silvergun...” De man begon te lachen. “Goed je weet wie ik ben... Dat scheelt weer wat moeite. Wat vind je van m’n nederige stulpje?” De groep keek naar HSJ. “Geen gelul Radiant, waarom zijn we hier?” Radiant liep naar HSJ toe, de kabels in zijn hoofd waren afschuwelijk om naar te kijken. “Ik heb jullie in de gaten gehouden, jullie... activiteiten... om het zo maar eens te noemen. Jullie zijn goed! Goed genoeg om voor mij te werken.” Monniejj en Chiz begonnen de protesteren terwijl Trotsert zijn magnetisme in wilde zetten. “Dat zou ik niet doen Trotsert, zodra je dat doet zal ik een email sturen met videobeelden van jullie laatste avonturen. Naar elke politie-agent in de wereld.” Trotsert hield zich in. “Kijk, ik heb best een leuke set-up hier, maar ik ben nogal... hoe zullen we het zeggen... kwetsbaar. Ik heb alle informatie op de wereld in de palm van mijn hand... maar dat is niets waard als hier een bende agenten ofzo binnen komt stormen. En daar heb ik jullie voor nodig.” Monniejj protesteerde. “Ik ga niet voor jou werken, dit was mijn laatste klus!” Ook Vlaflip zag zijn kansen voor een vervroegd pensioen vervliegen. Maar die videobeelden konden niet in handen van de overheid komen. Hij dacht aan Tidow en Blitsmeister... “no fucking way...” Opeens zag Vlaflip HSJ met een pistool in zijn handen staan.

“Hoe kom je...” Een luide knal klonk en Radiant zakte naar de vloer. Bloed sijpelde uit zijn voor- en achterhoofd. Monniejj slaakte een gil en Chiz kreeg tranen in haar ogen. Vlaflip stond aan de grond genageld terwijl HSJ zijn wapen weer opborg. “Dames, Trotsert... we gaan.” Monniejj en Chiz volgden gedwee, Trotsert liep achter hen aan. “Flip, zorg jij ervoor dat niemand hier achter komt?” Vlaflip keek HSJ aan en zei niets. Hij bleef alleen achter met de honderden schermen en het nog warme lichaam van Radiant Silvergun. Zijn oog viel op één van de schermen. Email sent. “Dat was het dan...” Mompelde Vlaflip zachtjes. Met een subtiel handgebaar deed hij een steekvlam opstijgen uit de schermen. Hij liep weg terwijl om hem heen honderden kleine brandjes onstonden die samen een immense vuurzee vormden. Terwijl de fabriek achter hem aan het steunen en kraken was door het door hem gecreeërde inferno, liep hij op de bus af. Monniejj en Chiz zaten met betraande ogen achterin. Trotsert zat duidelijk geshockeerd naast HSJ. HSJ leek de rust zelve. Hij keek hen stuk voor stuk aan en draaide zich om. Hij ademde een aantal keer diep in en begon te lopen.

Een paar dagen later stond Vlaflip voor een deur. “Vlaflip?” In de deuropening stond Blitsmeister. “Hoe heb jij ons gevonden?” Vlaflip wilde antwoorden maar achter Blitsmeister was het een drukte van belang. “Laat maar geen tijd, we hebben andere problemen!” Vlaflip vroeg wat er aan de hand was terwijl Blitsmeister de ruimte in liep. Blitsmeister keek om en riep: “Dariee...”

To be continued in Superpowered Part7: The Natural Order of Things

Dit artikel delen

Over de auteur