1. Wat als Mario een verhaallijn had? [deel 2]

Wat als Mario een verhaallijn had? [deel 2]

Vorige week heb je kunnen lezen hoe ik vond dat een Mario verhaal zou kunnen zijn. Zo begon er een gigantisch avontuur voor onze held. Vandaag kun je lezen wat er allemaal nog meer gaat gebeuren met Mario. Dit verhaal is een direct vervolg op het vorige deel, dus mocht je die nog niet gelezen hebben, dan raad ik je aan om dat alsnog te doen.

Hij valt met een gigantische knal op de grond, maar gelukkig brak zijn omvangrijke neus de val. Bevend van angst kruipt hij in een hoekje en ziet waar hij is beland. In een grote kooi. Opeens verschijnt King Boo voor zijn neus. De spoken zijn het helemaal beu dat Mario ze altijd negeert. Telkens als onze dikke Italiaan door de spookhuizen rent, kijkt hij de spoken aan zodat de spoken niet op hem afkomen en zegt hij geen boe of bah. Misschien komen de spoken wel op Mario af voor een vriendschappelijke handdruk of knuffel, maar Mario oordeelt te snel en gaat voor ze op de vlucht.

Gelukkig werkt zijn techniek nu nog steeds en keert hij King Boo niet de rug toe. Plotseling komt Luigi aangerend en springt hij op een grote rode knop. De kooi verdwijnt en Mario is weer vrij. Samen rennen de broertjes de trap op in de hoop daar de uitgang te vinden. Na een poosje rennen door de duisternis en slecht verlichte gangen is Mario weer bij de uitgang. Hij springt richting de vlaggenmast, maar waar is Luigi gebleven?

De adrenaline giert door zijn lijf, dus merkt onze tuinbroekdrager niet op dat zijn groengemutste broer verdwenen is. Hij vervolgt zijn weg, want Peach is nog steeds niet terecht. Na wat Bullet Bills ontwijken en rode visjes doodspringen, komt Mario aan bij een krakkemikkige houten boot. Hij is blijkbaar geen welkome gast, want aan alle kanten wordt hij beschoten. De meeste kogels weet hij te ontwijken, waardoor hij aan het einde van de boot geraakt. Je zult het niet verwachten, maar er staat een mooie groene glimmende buis. Het eerste wat een Italiaan doet bij het zien van een waterleiding is erin kruipen.

Het uiteinde is in een ruimte onder het dek van de boot. Hier staan de Koopalings met elkaar te vechten. De ene gooit waterbellen, de andere reddingsboeien en een derde gooit grote strandballen. Mario schreeuwt boven ze uit en vraagt wat er aan de hand is. De Koopalings zitten aan elkaar vastgeboeid en kunnen dus de ruimte niet meer verlaten. Zo dicht op elkaars lip zitten zorgt voor irritaties en ze beginnen te vechten over wie het meest gewaardeerd wordt door hun vader. Mario merkt op dat Bowser Jr. er niet tussen zit, wat hem meteen de hoofdverdachte maakt.

Er is geen speld tussen te krijgen, dus laat onze rondbuikige Italiaan ze maar lekker kibbelen en springt snel weer in de groene buis. Waar kan Bowser Jr. zich bevinden? Mario heeft geen idee, dus volgt hij maar de blauwe stippen die op de weg liggen. Nergens een spoor van die kleine verrekkeling. Mario ziet het niet meer zitten en begint te huilen. Voor het eerst in zijn carrière toont hij emotie. Hij ploft neer op de grond en huilt zichzelf in slaap. Hij droomt over de prinses en een gelukkig leven met de prinses totdat zijn droom in een nachtmerrie verandert. In zijn droom wordt de prinses gevangen genomen door Bowser en Mario is daar dit keer niet tegenop gewassen en is Peach voorgoed kwijt.

Plots schrikt Mario helemaal bezweet wakker. Hij ligt niet meer op de harde vloer, maar in zijn eigen bed. Was het allemaal maar een droom? Er is maar één manier om daar achter te komen. Hij sprint naar de kamer van Peach om te kijken of ze daar is. Langzaam en voorzichtig opent hij de deur. Mario slaakt een zucht. Peach ligt rustig te slapen in haar bed. Het was allemaal maar een droom. Hij heeft gedroomd dat Luigi was ontvoerd en dat Bowser gevangen zat. Dat de Koopalings gevangen zaten en bovendien hijzelf ook. Nog nooit had een droom zo echt geleken…

Met nogal een déjà vu-gevoel gaat Mario koffie zetten en een lekker ontbijt maken voor zijn geliefde. Het voelt alsof hij dit al eens eerder heeft meegemaakt. Terwijl Mario de puzzeltjes maakt in de krant bekruipt hem een angstig gevoel omdat Peach nog steeds niet beneden is. Hij wordt gek van de zenuwen en besluit om toch maar even te gaan kijken bij de prinses. Hij rent de trap op, doet de deur open en ziet Peach liggen. Ze is nog ver weg in dromenland, zo lijkt het. Toch besluit Mario om haar wakker te maken.

Hij nadert langzaam het bed. Nu pas ziet hij het gezicht en schrikt hij zich een ongeluk. Niet Peach, maar Kamek ligt in het bed! Kamek begint angstaanjagend te lachen, springt op en vliegt zo op zijn bezemsteel door de ramen naar buiten. Nu pas beseft Mario dat hij het niet gedroomd heeft, maar dat iets of iemand hem teruggelegd heeft in zijn eigen bed. Wat is er in hemelsnaam gaande denkt hij bij zichzelf. Mario weet het nog niet, maar snel zal alles duidelijk worden…

Plotseling hoort hij een deur dichtgaan beneden, dus rent hij erop af. Het is Toad. Mario vraagt Toad wat er gaande is. De wandelende paddenstoel begint te vertellen dat hij gister champignons ging plukken in het verlaten bos. Toen hij daar een apart geluid hoorde, alsof iemand aan het zagen was, ging hij kijken. Voorzichtig trok Toad de takken van de struik aan de kant en daar lag niemand minder dan Mario te slapen. Samen met de andere Toads hebben ze Mario teruggebracht naar het kasteel. Alle paddenstoelhoofden hebben last van de rug, omdat ze zo’n zwaargewicht een heel eind moesten sjouwen.

Mario slaakt een zucht. Hij herinnert zich weer dat hij in slaap was gevallen nadat hij in tranen uitbarstte omdat de prinses onvindbaar is. Mario loopt naar de keuken, neemt nog een kop koffie en een paar aspirientjes tegen de hoofdpijn en probeert eens rustig na te denken waar Peach kan zijn. Natuurlijk! In de schuilplaats van Bowser! Hij is er al eens eerder geweest, maar heeft toen niet alle ruimtes doorzocht. Hij besluit om nogmaals een kijkje te nemen daar.

Zonder te kloppen loopt onze held naar binnen. Hij rent naar de troonkamer, want hij weet nu immers de weg. Er is niemand te bekennen. Dan hoort hij voetstappen achter zich. Ze komen langzaam dichterbij. Mario kijkt voorzichtig achterom. Er is niemand te zien en opeens klinken er weer voetstappen aan de andere kant. Weer klinkt het alsof iemand op hem afloopt. Dan voelt hij een warme adem in zijn nek. Hij draait zich om en voor hij wat kan zeggen krijgt hij een dreun tegen zijn hoofd. Het wordt Mario zwart voor de ogen.

Als Mario ontwaakt, kijkt hij om zich heen, maar er is niks te zien. Hij voelt dat zijn handen en voeten zijn vastgebonden aan een stoel. Wie of wat doet hem dit aan? De altijd zo vrolijke Italiaan is nog nooit zo bang geweest. Waarom wordt hem dit aangedaan? Hij is toch altijd vriendelijk en aardig tegen iedereen? Wie kan er nou niet houden van de dikke Italiaan met zijn grote snor onder zijn dikke neus?

Benieuwd naar wie er niet van Mario houdt? Lees het volgende week in deel drie!

Dit artikel delen

Over de auteur