1. Games en Filosofie: Waarom Aristoteles nooit een assassin zou willen zijn

Games en Filosofie: Waarom Aristoteles nooit een assassin zou willen zijn

De assassins. Een groepje bijzonder flexibele mensen die in bijzonder afwijkende kleding nooit lijken op te vallen in het openbaar. Als een van de assassins is de wereld een grote parkour speeltuin waar schimmige samenzweringen worden gestopt en schurken met een vliegensvlugge dolksteek worden gedood. Ze zijn overal. Ze waren er al in de oudheid en bestaan nog steeds in onze tijd. Als we de serie mogen geloven, dan is er door alle eeuwen heen meer dan genoeg interesse van mensen om lid te worden. Zou dat in de werkelijkheid ook zo zijn? Er is in ieder geval een filosoof die nogal wat moeite zou hebben met de onderliggende kernwaarden van de assassins. Deze keer in Games en Filosofie: waarom Aristoteles nooit een assassin zou willen zijn.

De assassins zijn eigenlijk maar een vreemd groepje mensen. Als we de games mogen geloven dan hebben ze op enkele grote punten in onze geschiedenis een belangrijke rol gespeeld. Je zou ze kunnen vergelijken met een vriendelijke soort Illuminati: ze hebben overal mensen en proberen als geheel vanuit de schaduw de geschiedenis te sturen in de richting van vrede en vrij denken. Dat ze daarbij zelf her en der wat mensen vermoorden om hun doelen te verwezenlijken moeten we dan maar even vergeten.

In elk deelkomt het wel een keer naar voren: de assassins creed oftewel de kernwaarden van de assassins. Als je lid mag worden van deze moordenaarsgilde zul je eerst deze creed moeten uitspreken waarna je een officieel lid bent. Altaïr bespreekt ze al met zijn meester in deel een van de serie en je ziet ze steeds weer terug komen. Hetgaat hier om de volgende zinnen:

Where other men blindly follow the truth, remember, nothing is true.

Where other men are limited by morality or law, remember, everything is permitted.

We work in thedark to serve the light. We are assassins.

Dit is trouwens wat anders dan de drie normen van de gilde die je ook in elk deel wel een keer tegen zult komen:

Stay your blade from the flesh of an innocent.

Hide in plain sight.

Never compromise the brotherhood.

Om meteen vergissingen te voorkomen, bespreek ik allereerst even het verschil tussen een norm en een waarde. In het kort zou je kunnen zeggen dat een norm een gebod of een verbod is en een waarde iets wat je nastreeft. Zo is ‘Stay your blade from the flesh of an innocent’ een norm. Je mag als assassin niet een onschuldig mens aanvallen (zelfs niet die irritante straatmuzikanten in deel twee), het is een verbod, iets wat je niet mag doen. ‘Hide in plain sight’ is ook een norm, maar een positieve. Het is de bedoeling dat je juist wel in vol zicht verdwijnt. Dit is een gebod, iets wat je juist wel moet doen. Normen zijn dus vrij strengen bepalen vrij direct hoe je moet handelen.

Waarden, daarentegen, zijn veel algemener. Waarden zijn dingen die we willen nastreven. Zo is bijvoorbeeld ‘vrede’ of ‘gerechtigheid’ een waarde. Waarden stellen niet wat je nu direct wel of juist niet moet doen, maar stellen dat wanneer je de mogelijkheid hebt om ze na te streven, je dit zou 'moeten' doen. Zo handelen de assassins bijvoorbeeld vanuit de waarden van gerechtigheid en vrede. Dus: normen zijn heel concreet en bepalend, waarden algemeen en nastrevenswaardig. 

Terug naar de creed. Deze zinnen staan voor de kernwaarden van de assassins, het zijn de dingen die zij dus proberen na te streven. Filosofisch gezien valt er nogal wat te zeggen over deze zinnen. Verschillende filosofen zouden zich in mindere of meerdere mate kunnen vinden in dit credo. Sommigen zullen het volledig eens zijn met een of meer van de zinnen, anderen zouden ze juist verwerpen. 

Aristoteles is een van de laatste groep. Waar hij vooral over zou vallen zou de tweede regel zijn: Where other men are limited by morality or law, remember, everything is permitted. Aristoteles is namelijk ‘bedenker’, of liever ontwikkelaar, van de deugdethiek. 

Nog even een kleine onderbreking voor de duidelijkheid: ethiek is trouwens een flitsend woord het denken over wat moreel goed en fout is, en vooral over waarom dat dan zo zou zijn. Er kunnen een heleboel dingen onder vallen, van het uitzoeken of een bepaalde reclame wel of niet door de beugel kan tot het uitpluizen van de mogelijkheden om als assassin de paus van kant te maken. Alle vragen waarmee je zoekt naar of iets moreel goed of slecht is valt onder de ethiek. Daarbij ga ik heel vaak het begrip ‘handeling’ gebruiken. Daarmee bedoel ik een soort context waarin jij of iemand anders een beslissing moet nemen.

Laten we eerstvoorop stellen dat Aristoteles perfect zou zijn geweest als assassin. Van een oude grijze man met baard verwacht je niet dat hij vanaf een dak op je springt om vervolgens een dolk in je net te jassen. Van zo’n man verwacht je pakjes of een vriendelijk ‘ho, ho, ho’. Aristoteles zou ook nog eens perfect kunnen blenden in een groepje van biddendepriesters en zo al meeliftend overal binnen kunnen komen. Die Ezio en Altaïr pik je er zo uit… Maar goed, hij zal het waarschijnlijk niet hebben gedaan als hij de keuze zou hebben gehad.

De deugdethiek is een ethisch systeem waarmee mensen hun leven kunnen leiden. Daarmee zie je eigenlijk al meteen waar het hier spaak loopt. De assassins stellen immers dat je door moraliteit, dus het zoeken naar wat goed en slecht is, enkel wordt belemmerd. Remember, zeggen zij, everything is permitted. Je mag,volgens de assassins, dus alles doen om je doel te bereiken als je je maar houdt aan de enkele normen en waarden die ze dan nog wel volgen. Een ethisch systeem, zoals de deugdethiek, stelt nu juist dat het leven naar een ethisch systeem je niet belemmert maar juist verrijkt en dat je er juist beter van wordt! Maar hoe werkt dat dan precies?

De deugdethiek richt zich op de persoon die de handeling moet uitvoeren. Andere systemen richten zich vaak niet op de persoon die de handeling uitvoert, maar het effect dat die handeling heeft of de regels, de normen en waarden, om die persoon heen die hem of haar dwingen tot het nemen van een bepaalde handeling. Utilitarisme richt zich bijvoorbeeld op de gevolgen (ik moet als assassin die koning afmaken, want dat maakt een hele hoop mensen blij). Deontologie richt zich juist op bepaalde heersende regels in de samenleving die een goede samenleving mogelijk maken (ik moet als assassin die koning afmaken omdat de geldende normen en waarden dat van mij verlangen). Dat maakt de deugdethiek al vrij uniek omdat de motivatie van een handeling dan van binnenuit de persoon komt en niet van buitenaf. 

Centraal in dedeugdethiek staan, lichtelijk voorspelbaar, de deugden. Deugden zijn bepaalde eigenschappen die een deugdelijk persoon bezit en waarnaar deze persoon handelt. Zo is bijvoorbeeld moed een deugd, net als rechtvaardigheid. Een deugd is het ‘gouden midden’ tussen twee extremen. Zo ligt moed bijvoorbeeld in het midden van overmoed aan de ene kant en lafheid aan de andere. Dat het in het midden ligt, wil overigens niet zeggen dat het exact in het middel ligt. De clou van deugden en het deugdelijk handelenis juist het weten waar de middenweg van een bepaalde deugd ligt op het moment van handelen. Soms kan een deugdelijke moedige handeling meer aan de kant van de overmoed liggen en soms aan die van de lafheid.

Waar het omgaat bij deugdethiek is dat degene die het ‘beoefent’ leert wanneer hij of zij op welke manier moet handelen en deze kennis vervolgens verinnerlijkt. De belangrijkste vier deugden zijn de zogeheten kardinale deugden; wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid enmoed. Deze vier zijn de bouwstenen van weer andere deugden. Het is bijzonder moeilijk, en de moderne wetenschap zegt zelfs onmogelijk, om een werkelijk deugdzaam mens te worden. Maar, stelt Aristoteles, we moeten het toch proberen. Enkel wanneer iemand in het bezit is van de deugden kan iemand eudaimonia bereiken. Eudaimonia is een begrip dat zich maar lastiglaat vertalen, maar het komt neer op ‘het goede leven’. Wanneer iemand eudaimonia bereikt, dan heeft deze gene echte deugden op zak en is hij of zij een echt deugdzaam persoon.

Maar wat doeteen deugdzaam persoon dan? Een deugdzaam persoon handelt op basis van verinnerlijkte deugden. Hij of zij heeft zijn of haar deugden zo ontwikkelt dat deze de persoon sturen in het nemen van een handeling. Dit klinkt nogal brainwasherig, maar is het niet. Een voorbeeldje: een persoon die de deugd moed bezit zal in een handeling die hier om vraagt moedig handelen, niet omdat hij denkt dat dit sociaal wenselijk is of omdat dit de meeste mensen gelukkig zal maken (zoals wel de bedoeling is bij andere ethische systemen), maar omdat een moedige handeling in deze context de juiste is. Het moeilijke aan deugdethiek is nu juist het aanleren van de deugden, want hoe weet je nu precies wat in een bepaalde handeling de juiste handeling is? Het is net Counter Strike: door oefening word je er beter in. In het begin zal heel bewust zijn van wat het juiste is om te doen, je kan nadenken over de beide extremen die in jouw situatie van toepassing zijn en vervolgens beredeneren wat ongeveer de juiste handeling zal zijn. Volgens de Aristotelische deugdethiek zal dit langzaam maar zeker gemakkelijker worden en vervolgens verinnerlijken waardoor het een soort ‘gewoonte’ wordt. Ik zeg hier gewoonte, maar een deugd is natuurlijk meer dan dat. 

Zoals ook al eerder is gezegd: de moderne wetenschap laat met een aantal sociale experimenten zien dat mensen vrijwel nooit consistent handelen en dat we eigenlijk speelballetjes zijn van een hele hoop externe factoren zoals lekkere of vieze geurtjes, een schone of juist een vieze omgeving en dergelijke. Daarmee, zeggen zij, is bewezen dat de deugdethiek onzin is: het is niet haalbaar want mensen zijn niet in staat om altijd volgens dezelfde deugden te handelen. Het is heel goed mogelijk dat dit waar is, en dat we nooit werkelijk deugdzame mensen zullen worden. Maar dit zegt niet dat we het ook niet moeten proberen. Juist in het willen leren van de deugden ligt al iets heel belangrijks verscholen: het willen nadenken over wat het juiste is om te doen en nadenken over het waarom daarvan ook al is het moeilijk of onhaalbaar.

Aristoteles zal het dus niet eens zijn met de stelling van de assassins dat moraliteit je enkel belemmert. Volgens de deugdethiek is het precies andersom: je moet juist volgens de deugdethiek handelen om een goed persoon te worden. De deugden belemmeren je dus niet, maar bevrijden je eerder.

Dit artikel delen

Over de auteur

Bert de Vries speelt maffe games, games die wat anders doen dan andere games. Maar ook reguliere games. Dus eigenlijk alle games, zolang er geen bal in zit.