1. Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Met een chagrijnige blik staat ze weer doodleuk voor me, alsof er helemaal niets aan de hand is. Iedereen hier staat met open mond te kijken. "Je werd net helemaal aan snot gereden. Wat is er mis met je?!"

"Juobora, yuro naki blergbuh!" "Oh, krijg wat mens! Waarom volg je ons uberhaupt? Wat ben je?" "Oom, ik geloof niet dat tegen haar praten iets zal uithalen. Ze kent onze taal niet, en dat...wel, wat het ook is dat ze spreekt, er lijkt weinig coherentie in te zitten. Tegen haar brullen zal niet veel uithalen, ik stel voor dat we een manier vinden waarop we kunnen communiceren." antwoordt Erica nuchter. Damn, ik dacht altijd dat ik de slimste in deze familie was. Mijn broertje was een redelijke idioot, ik was de hersens van die twee. Zij klinkt alleen als mij in mijn jongere jaren, ik neem aan dat ze dat van haar moeders kant heef. Dat terzijde..."Of we kunnen haar dumpen en verder gaan. We hebben wel wat beters te doen." "Zoals wat?" Hé, niet de wijsneus uithangen hé? "Wel, zoals een slaapplek zoeken, onszelf in leven houden en dat soort dingen..." "Dingen die geen hele dag in beslag nemen." "Waarom wil je haar uberhaupt in de buurt houden? Ze is...vreemd." "Dus? Ze interesseert me. Bovendien kan ze het ongedierte wat overal rondloopt van ons af houden." "Hmmm....wel..." "Alsjeblieft?" vraagt ze met van die puppy-ogen. Damn de puppy-ogen, fuck de evolutionaire processen die ze heeft ontwikkeld! "Fijn. Maar ze is jouw zorg." Aldus mijn woorden tegen een 13-jarige wat te doen met die dertiger. Fucked up wereld. Ik kijk naar de vrouw. Chagrjjnig. Ja, dan moet je ook uitkijken als je oversteekt. Ik kijk naar de straat. Iedereen is verbaasd. De bloedvlekken zijn nog te zijn op de weg. Shit, Russen. "Fijn, je mag voor haar zorgen." Wat is ze, een huisdier? "Nu, gaan, opschieten."

Een eindje verderop lopen we door een dorp dat ik niet ken. Gezien de rotzooi hier denk ik niet dat we op zullen vallen, al ziet het er een stuk veiliger uit dan de zooi rond Katwijk. "Ik ga even wat dingen halen." zegt Erica dan opeens. "Jatten, bedoel je?" "We moeten toch eten. Wil je uit een vuilnisbak eten dan?" "Hé, daar doel ik niet op. Maar moet ik dan niet doen? Ik ben toch de oudste, wel, waarschijnlijk dan, in dit groepje, en verantwoordelijk voor jullie. Dus..." "Oom, dat maakt je sloom, en bovendien heb je geen enkel tactisch inzicht. Ik versloeg je in schaken toen ik 8 was. Laat mij het doen." "Tsk. Als je maar veilig terugkomt. Serieus." "Ha. Uiteraard." En daar speert ze weg. "Dammit." Daar sta ik dan, midden in het onbekende met een onbekende naast me. Ze kijkt me aan. "Heb ik wat je aan?" "Hilkur." "Wat jij wil."

"Stop! Kleine etter!" klinkt het na een half uur. Uh-oh. Rennen. En aldus speert ze langs ons. Ze heeft wel weinig vertrouwen in onze snelheid, zeg. Gewoon doen alsof ze ons niet kent, blijkbaar. Ah, daar komt de eigenaar van de winkel. Een jong meisje van in de 20. Zucht. Waarom net dat? Tijd om even de anti-heer te zijn...waarna ik mijn been uitsteek net voordat ze langsrent. "Waahhhh!" Klap. Dat zag er pijnlijk uit. "Sorry, mevrouw, ik zag U niet." "Kijk uit je doppen, jij fucking smeerlap!" "Vriendelijker kan ook wel, trut. We gaan. Kom mee...eh...Lucy." Ik grijp de vrouw naast me en loop weg, door een paar straatjes tot ik nogal afgelegen zit. Ik kijk om de hoek en zie daar Erica lopen. "Psstt. Komen." Ze ziet me, mooi. "Wat heb je gejat?" "Eten, en krijtjes." "Krijtjes?" "Niets is zo universeel als de taal der tekeningen." "Het zal wel. Ik heb een naam voor haar verzonnen overigens." "Oh? Vertel." "Lucy. Dat vind ik wel een vette naam, en ze is ook even vreemd als degene waarna ik haar vernoem. Jammer dat ze geen rood haar heeft..." "Ik volg je niet." "Laat maar. Maar in ieder geval, Lucy is haar naam."

Waar is ze eigenlijk? Ze rent het dorp uit, een bos in. Bah, laten we haar maar volgen. Wat doet ze daar? Na een tijdje stopt ze en kijkt ze om zich heen. Blijkbaar kent ze deze plek. Het stinkt hier behoorlijk. Yuck. "Een lijk." zegt Erica opeens. "W-wat?" Ze loopt naar Lucy toe, ik hou van die naam, en zit te porren aan het lijk. Ze heeft een sterkere maag dan ik. Opeens zie ik haar schrikken en achteruit deinzen. "Wat nu weer?" Ik ren ernaartoe. Het is een naakt vrouwenlichaam in redelijke staat van ontbinding. De maden kruipen al in sommige wonden. Ze heeft overal verwondingen. Ik wil niet weten wat er met haar gebeurt is eigenlijk...Lucy kijkt verbaasd en nerveus. "Wat is het nou?" "Kijk naar haar gezicht, naar het hoofd van het lijk." "Liever niet." "Doe het!" "Ja ja."

...

Dat gezicht...geen twijfel aan. Ik ken haar. Dat is...

L-Lucy?!

Dit artikel delen

Over de auteur