1. World 2 - level 7

World 2 - level 7

Rhia slaat haar hand in haar gezicht en zucht.

"Bij de goden, jij hufter! Ik schrik me een ongeluk! Oooh..." moppert ze. Leuke begroeting na drie jaar, maar ik had ook niet anders verwacht. "Wel, jij ging ervandoor." "Vind je het gek? Er kwam een bruut met een ooglap achter me aan." "Dat maakte je vroeger nooit bang." Aan de manier waarop ze met haar ogen draait zie ik dat ze iets probeert te verzinnen. "Rhia..." "W-wat?" "Ik weet waar je mee bezig bent. Ik weet dat je liever niet gezien zou worden en wie je bij je hebt, dus je hoeft geen excuus te verzinnen." Ze kijkt me aan en zucht opnieuw. "Goh, het geheim ligt op straat tegenwoordig, blijkbaar." "Ach, laat ik maar zeggen dat ik iemand ken met een hoop...connecties." antwoord ik.

"Je reist met een groep?" "Een oude man die vaak klussen voor me regelt..." "...en het meisje?" "Die sleur ik ook nog steeds met me mee. We reizen rond met zijn drieën ". "Ik zie het..." "Rhia? Kan je ons naar je kamp brengen?" Ze kijkt weg en denkt even na. "Daar vraag je me wat..." Ze blijft een paar minuten doorpeinzen en richt zich dan weer tot mij. "Dreas, weet je zeker dat je dat wil doen? Het moment dat je met ons meegaat is er geen terugkeer meer. Dit wordt geen spelletje." "Rhia, denk je dat ik achterlijk ben?" reageer ik geïrriteerd. "Stop met me als kind te behandelen, ik ben verdomme al jaren een volwassen man. Ik weet waar ik me in stort, ik heb het vroeger jaren gedaan. En ik weet ook dat die jaren tot de hoogtepunten uit mijn leven behoorden. En ik geloof ook niet dat mijn groepsleden me zullen tegenhouden."

"...goed dan." antwoordt ze berustend. "Je hebt geluk dat je me tegenkwam, in dat geval." "Geluk?!" sputter ik. "Ik heb je dagenlang systematisch zitten zoeken. Je kunt immers voorraden wel laten brengen naar je kamp, maar voor speciale kruiden en dergelijke moet je zelf komen, aangezien je ze met de hand moet uitzoeken. Het was een kwestie van tijd." "Dan is het nog geluk dat je me zag." "Je valt op in zo'n markt." "Niet." "Wel." "Niet." "Wat jij wil." Het is beter om haar maar te laten begaan op zulke momenten, ze zal haar ongelijk toch nooit toegeven. Koppige muts.

"In ieder geval, kom naar de rand van het dorp en ik zal je ernaartoe leiden. Ik wacht op je." Ik knik en zeg haar gedag. Ik vervolg mijn weg naar de herberg waar Richard en Jan zich bevinden en vind beide in de slaapkamer boven, waar Jan slaapt op de grond en Richard aan een tafel aan boek leest. Het is een muffige oude kamer en de stof kan je voor het raam zien ronddwarrelen. Ik zal blij zijn als ik hier weg ben. Richard kijkt op van zijn leesvoer met een vragende blik in zijn ogen. "En?" "Ik heb haar gevonden. We gaan, of in ieder geval, ik ga..." "We gaan." corrigeert hij mij. "...oké, goed, WE gaan met haar mee. Is Jan diep in slaap?" "Is ze dat ooit?" "Goed punt." Ik richt me naar haar oor en schreeuw erin, waarna ze onmiddelijk opveert. Voordat ze de kans krijgt me de huid vol te schelden, roep ik snel "Rhiaishierwegaanmethaarmee." en ze kalmeert. Met een slaapdronken hoofd draait ze zich naar me toe. "Wanneer gaan we?" "Nu dus." Ze springt op, vergeet voor een moment dat ze mank is, en klapt weer op de grond. Altijd lachen met die meid.

We pakken onze spullen, betalen en verlaten het dorp om naar de velden verderop te trekken. Daar, naast een groot korenveld, wacht ze ons op. Richard hangt weer achterop, zoals gewoonlijk. Ze glimlacht naar ons, en Jan begroet haar enthousiast. "Rhia! Rhia! Rhia!" is het enigste wat ze roept. "Hahaha. Hallo, Jan. Jij bent opgegroeid...uh...geloof ik." Haar reactie is niet verrassend, Jan is dik een kop kleiner en mijn zus is al niet bijster lang. Jan mist het sarcasme echter volkomen, ze was altijd al dol op Rhia...ik mag hopen op een puur vriendschappelijke wijze. Rhia's gezicht verandert echter als ze Richard ziet aankomen, en een blik van verwondering vult haar gezicht, gevolgd door een glimlach. "Interessante vriend heb je daar." lacht ze naar me.

We reizen een eindje door de velden tot het bos steeds duidelijker in zicht komt. Bovendien heb ik het gevoel gevolgd te worden door veel ogen, haar beveiliging zit wel goed, lijkt me zo. Ik klim mezelf langs de takken van het uitgestrekte loofbos, waar Richard overduidelijk veel moeite mee heeft en Jan juist totaal niet. En daar, op een open plek in het bos, staat een groot aantal tenten. Ik herken de tekens op de vlaggen...het zijn de Vespula. Ik kijk mijn ogen rond en staar iedereen aan die mij aangaapt het moment dat ik naar binnen stap. Dat was te verwachten. Een man komt gapend zijn tent uit en pakt een glas water. Terwijl hij drinkt valt zijn oog op mij, en ter plekke verslikt hij zich. Luid proestend loopt hij naar me toe. "C...uche, uche..." Hij slaat zich op zijn borst en probeert dan weer te praten. "C-c-commandant!"

Ha, ze herinneren me. Ik was al bang vergeten te zijn. "Hallo, Rarga." Het gefluister tussen de troepen wordt steeds luider en luider, tot het overgaat in gepraat en uiteindelijk in gejuich. "De commandant is terug! De commandant is terug!"

Hmm, het voelt goed om weer thuis te zijn.

Dit artikel delen

Over de auteur