1. Ode aan de Slof

Ode aan de Slof

De tijd is gekomen. Het is tijd dat ze een keer (figuurlijk) in het zonnetje worden gezet: Sloffen.

Waarom sloffen?

Het woord zelf past zo perfect bij het gevoel dat bij het voorwerp hoort. Sloffen schreeuwen gewoon weekend, of nog specifieker: zondag. Je hebt je sloffen aan en je loopt te sloffen. Schoenen aandoen is taboe en ook sokken bieden niet de hoge mate van relaxedheid die je op katerdag nodig hebt.

Het is zondag en je hoeft niet van huis. Als het aan je hoofd ligt kom je überhaupt je bed niet uit, maar je zult toch wat dingen moeten doen: douchen, eten en naar de wc gaan om bier-residu (urine dus) uit te scheiden. Waarschijnlijk is je tong ook veranderd in een vleeselijke schuurspons dus je zal ook drinken moeten gaan halen. En of je nu van je bed naar de huiskamer moet of van je bed naar de kraan tegenover je bed: Het is koud en koud is kut. Koude voeten staan gelijk aan een koud lichaam en daarom smeken je voeten je of je alsjeblieft iets om ze heen wil doen. Schoenen zijn geen mogelijkheid, want dat is veel te veel werk. Niet alleen het aandoen is te intensief op katerdag, maar ook het uitdoen als je weer terug in bed rolt is verkwisting van kostbare bed-tijd.

Doe dan sokken aan zou je denken, maar nee. Sokken liggen in de kast en als ik op mijn TomTom ‘nuttige plaatsen’ aanklik dan kom ik erachter dat er onderweg naar ‘nadorst-paradise’ geen kast te vinden is.

Wat een probleem zul je denken. Inderdaad. Gelukkig is er ooit iemand zo katerig geweest dat deze persoon de sloffen heeft bedacht. Want sloffen kun je gewoon lekker naast (of onder) je bed leggen.

De voordelen van sloffen zijn bijvoorbeeld dat ze over het algemeen lekker warm zijn. Je hebt allerlei soorten sloffen en de ene soort is natuurlijk warmer dan de andere. Voor de hardcore koukleumen is een dikke-fluffy-stuffed-dieren-slof bijvoorbeeld beter dan een open-hak-slof. En zo is er voor ieder persoons- en katertype wel een geschikte slof.

Ook is een slof zeer eenvoudig om de voet te doen en zonder al te veel training kan men de slof al met een minimale beweging ‘uitschoppen’.

Conclusie: Sloffen zijn goed.

Natuurlijk zijn er kleine minpuntjes te ontdekken. Zo zijn mijn sloffen net iets te groot waardoor ik mijn tenen naar boven moet trekken als ik traploop. Als ik dit niet doe dan is de kans redelijk groot dat ik al ergens lig voordat ik terug ben bij mijn bed. Hoofdpijn heb ik al zonder op m’n plaat te gaan, dus trek ik mijn tenen op om zulk leed te voorkomen.

Dit kost iets meer spaarzame energie, maar ik – en velen met mij – zijn bereid dit soort kleine smetjes op de glorieuze lijst van de voordelen van de slof te slikken.

De slof is erg ondergewaardeerd en vandaar dit bericht. In plaats van ze voor de zoveelste keer uit te trappen en onder je bed te gooien, vind ik dat de slof ook wel eens een bedankje verdient. Zoals op wikipedia te lezen valt:

‘De pantoffel is niet bedoeld voor een vochtige omgeving, daar is de slipper voor.’

Dus bedanken met een bloemetje werkt, in tegenstelling tot bij neef Slipper, niet.

Daarom neem ik dit moment om te zeggen: Sloffen, bedankt!

Dit artikel delen

Over de auteur