1. World 2 - level 8

World 2 - level 8

Ik zwaai even naar het klootjesvolk dat aan komt rennen, en ga dan snel een tent in, gevolgd door Rhia, Richard en een ietwat schuchtere Jan. Even om een mysterieuze vibe te creeëren, enzo. 'Ik ben vanuit het niets teruggekeert, vrees mij!' Zoiets. Maar ik dwaal af.

Nadat ik de grote tent in ga, een vergadertent zo te zien, zie ik dat we niet alleen zijn. Naast wij vieren zijn er al mensen in de tent aanwezig, een onbekend drietal. De middelste zit op een grote houten stoel, en is een bruut van een vent. Ha...hij is twee keer zo groot als mij. Zijn brute voorkomen lijkt echter niet overeen te komen met zijn persoonlijkheid, aangezien hij met een vriendelijk lach op zijn gezicht zit te praten met de man naast hem. Hij heeft een grote baard en praat behoorlijk luid, vraag me af of hij mijn plaatsvervanger is ofzo. De man waartegen hij praat is wat tengerder en heeft een ietwat slordig uiterlijk. Zijn haar hangt alle kanten op, zijn kleding is vies en hij heeft een ietwat slinkse lach op zijn gezicht. De derde man praat niet mee, hij is de enige die ons heeft opgemerkt, en hij staart ons aan. De man komt imposant over door zijn massieve harnas en zijn starre gezicht.

"Meneer..." zegt de man in het harnas dan. "We hebben bezoek." "Ha...oh. Welkom terug, Rhia. Dat duurde lang, we werden al ongerust!" "Sorry om je te hebben laten wachten." verontschuldigt ze zich. Vreemd, ze is wel erg beleefd. "Geeft niks, geeft niks. Wie zijn die drie?" Ze steekt haar arm uit naar ons. "Dit...zijn mijn broertje, Dreas, en twee van zijn kameraden. Een van die twee heeft ook al eerder in de groep gezeten, het meisje, genaamd Jan. De oude man, Richard, is zijn informant. Ze hebben besloten zich bij onze groep aan te sluiten." De man begint in zijn handen te klappen. "Oh, die broer waar je eerst over vertelde. Prachtig, prachtig! Meer hulp is nooit weg." "Ze zijn wel een apart stel zeg...een eenoog, een mankepoot en een oude die elk moment het loodje kan leggen." zegt de slordige man naast hem zonder blikken of blozen. "Ik zie er tenminste niet uit als een halve zwerver." snauwt Jan terug vanachter mijn rug. Oh ja, daar zit ze, ik kon haar al niet vinden. Ze is nooit dol op nieuwe mensen. "Haha, touché, ukkepuk." reageert hij. "Altijd de lolbroek, hé, Resger." lacht de bebaarde man. De man in het harnas echter, verkrimpt weer geen spier.

"Rhia, wie zijn die clowns?" sis ik, luid genoeg dat zij het ook horen. "D-dreas, ben je nu zo traag van begrip of..." Voor ze haar zin kan afmaken onderbreekt de man in het harnas haar. "Biedt je verontschuldigingen aan! Weet je wel tegen wie je praat?" "Het kan me aan de reet roesten." "Dreas, iets minder grof kan ook wel." fluistert Richard. "Wat?" zeg ik schouderophalend. De man in het harnas wordt echter kwaad en hij begint, met zware dreunen van zijn harnas, naar me toe te lopen. "Halt." zegt de bebaarde man opeens kalm. "Maar, meneer, hij..." "Terug op je plaats, Degnok." De man zucht en stapt terug naar zijn plek. "Zo...ik geloof dat wij ons nog niet geïntroduceerd hebben." zegt de bebaarde man met een iets serieuzere blik op zijn gezicht. "De man naast mij is Degnok, mijn bodyguard. Sorry, hij is soms wat...heethoofdig." Hij wijst naar de man rechts van hem. "Dit is Resger, mijn goede vriend. Hij heeft wat problemen met zijn, um, manier om dingen te bewoorden, maar hij is geen kwade kerel." De man schraapt zijn keel. "En ik..."

Hij houdt zijn hand op, waarop een duidelijk zegel te zien is. Het zegel van Ignetia. "Ik...beste mensen, ben Harkul Navarin Loswut Staunvel, laatste mannelijke lid van de koninklijke familie van Ignetia."

"Jij? Jij bent de prins?" Da's een soort prins die ik niet vaak zie. Het beeld dat ik van ze heb is dat van die snobbige figuren in grote pakken en keurige getrimde haren. Verder zijn ze ook allemaal slappe mietjes, maar met deze gozer zou ik geen ruzie zoeken. "Dat ben ik inderdaad, heer Dreas. Vanwege onenigheid in het verleden ben ik het paleis uitgetrapt, en werd ik generaal, leider over het slagveld...oftewel, ze wilden van me af. Echter, ze waren me al snel helemaal vergeten en dat heeft me gered toen mijn nichtje de troon besteeg." Hij kijkt me indringend aan. "Ik neem aan dat je de situatie weet? Wat er toen gebeurd is?" vraag ik hem. "Ja...dat weet ik. Maar jullie zijn wat jullie zijn...huurlingen...niets meer. Jullie bloedvergieten is niet persoonlijk bedoeld...wel, meestal dan." "Goed..." zeg ik zuchtend. Ik kan in ieder gerust zijn dat ik geen snobbige idioot hoef te escorteren, deze man heeft ervaring met het slagveld.

Toch, hoewel we verenigd zijn tegen een gezamenlijke vijand, vraag ik me af of hij ons kan vergeven...gezien wat er gebeurd is toen.

Mijn gedachten worden ruw onderbroken door een bekend, kwaad gekrijs. Oh nee he... "Aaaaah! Jij! Jij waardeloos wormenvoer! Stomme verraderlijke hufter! Slampampende sukkel!" Ugh...waarom leeft zij nog? Dat oude lijk...

Ik draai me om en kijkt naar beneden, richting de in felrode kledij gerichte bobbel-wat-voor-een-mens-moet-doorgaan op de grond. Dat oude takkewijf verborgen onder die kleding is nog kleiner dan Jan. Tyroa...kakkerlakken zijn moeilijk dood te krijgen, blijkbaar.

Dit artikel delen

Over de auteur