1. World 2 - level 9

World 2 - level 9

De rode bobbel schuift een deel van haar kap af, en het gehavende en oude gezicht van het vrouwtje eronder wordt zichtbaar. Haar luie oog staart me aan. "Goh, ik wist niet dat ongedierte kon praten, tegenwoordig." snauw ik haar toe. "Verrader! Profiteur! Nicht! Pestlijer!" krijg ik erna naar mijn hoofd geslingerd.

Degene die heeft verzonnen dat je beleefd moet zijn tegen ouderen, heeft Tyroa blijkbaar nog nooit ontmoet. Van alle personen hier was zij wel de laatste die ik terug wilde zien. De eindeloze scheldkanonnade gaat maar door, ik geloof dat de prins het wel amusant vindt. Richard kijkt haar vol afgrijzen aan, de twee vrouwen naast me lijken het gewend te zijn. Geen hulp voor mij dus...bah. Ik zou Tyroa weer een rotschop verkopen en haar als voetbal gebruiken ware het niet dat ik wel wat beters te doen heb dan dat. Staat niet goed bij de rest van de troepen als ik als eerste actie na mijn terugkeer gelijk een ander van onze troep in elkaar trap, snap je? Gelukkig, als ze met 'hoerenzoon' begint te schelden, knipt Rhia in haar vingers. "Ahum, hij is mijn broer, weet je? Dus als je over zijn ouders spreekt..." Tyroa snapt haar fout, verontschuldigt zich met vele gebaren en na een vuile blik op me geworpen te hebben, scharrelt ze weer weg.

"...zij is geen spat veranderd. Haar woordenschat is wel groter geworden." verzucht ik. "Ach ja, we hebben lang rond een haven gehangen, we kregen dagelijks scheldwoorden uit de hele wereld te horen." legt Rhia uit. Dan richt ze zich weer tot de vriendelijke reus. "Prins, als ik iets voor u kan doen, dan zegt u het maar. Mijn broer hier was vroeger onze strategist en een groepsleider in ons kamp, dus hij is een bekend en vertrouwd gezicht hier. Als u dus ideeën heeft over onze volgende strategieën in de gevechten die volgen, ga naar hem. Dat was het." Ze knikt en wenkt me mee. Ik volg haar, gevolgd door Richard en Jan. "Hij is de echte prins, zoveel is duidelijk." hoor ik Richard mompelen. Ik knik. "Natuurlijk is hij de echte. Het heeft me ook behoorlijk wat moeite gekost om hem te vinden, dankzij die lastige bodyguard van hem." sist Rhia naar ons. "En ik hoorde iets over gevechten?" vraag ik haar. "Ja. We proberen niet te veel aandacht te trekken, dus Ignetia weet nog niet over de prins...maar...wel, we worden nog steeds gezocht." "Wie, van de oude groep, zijn er nog?" Ze wijst naar de menigte die zich heeft opgebouwd. "Ga dat zelf maar bekijken." zegt ze, waarna ze weer rustig wegloopt richting haar tent, alsof ik nooit weggeweest ben.

Een groep van ongeveer vijftien man staat tegenover me als ik de tent uitkom. "D-dreas! Jij bent ook terug! We gaan winnen...ja, we zullen nu winnen!" brult Rarga tegen me. Hij is een stevig gebouwde gozer, een bijlvechter en oud-houthakker, die als hobby bomen omduwen heeft. Ja. Serieus. Een beetje een dommekracht, maar je kunt een hoop lol met hem hebben omdat hij overal in trapt. Ik had hem ooit eens wijsgemaakt dat als je te hard op de grond stampt, wormen uit de diepte naar boven zouden komen en je met huid en haar op zouden vreten, waarna je levend verteerd werd. Hij begon toen op konijnenpantoffels te lopen tijdens gevechten om niet teveel herrie te maken, hahahahaha. Ah, en daar zie ik ook Ban en Lot. Twee broers, Ban is de oudere, ook een van die gespierde bijlzwaaiers, en Lot het jochie dat als manusje van alles dient. Hij is flink opgegroeid zeg, al blijft dat bloempotkapsel van hem hetzelfde.

Jan zie ik ondertussen wegscharrelen, ze zal de boel wel gaan verkennen. Voor ze kans krijgt een paar stappen te zetten, echter, vliegt er een lans boven haar in de boom. Het getril van het wapen komt overeen met het gescrokken getril van Jan als ze naar de puntige stok boven haar kijkt. "Sorry, sorry, sorry, sorry! Ik moet die dingen echt eens leren vast te blijven houden!" komt er een jong meisje verontschuldigt aanlopen. Hmm, geen bekend, maar wel mooi gezicht. Ziet er naar uit dat Jan dat ook heeft opgemerkt, en ze wuift de verontschuldigingen weg en begint een vriendelijk praatje. Pfuh, profiteur. Mijn aandacht richt zich weer tot mijn groep. Een gevarieerde groep vreemde types zijn het toch, werkelijk. Zwaardvechters, boogschutters, bijlzwaaiers, you name it. Mannen en vrouwen, beide. Ohal, Heus, Tyrg, Muin, Waer. Heh. Ik herinner me al hun namen nog. Mij kennen ze ook nog, ik heb meerderen het leven gered. Mijn vaardigheden zullen wel wat roestig zijn geworden, maar goed, dat zullen ze me wel vergeven. Toch, ik mis er een paar...

"Zeg..." vraag ik Rarga. "Ik zie Yuru, Wes en Kalanie nergens. Enig idee waar ze zijn?" Aan de blik in hun ogen te zien, voorspelt dat niet veel goeds. "Wes...heeft de groep verlaten. Ik weet niet waar hij nu is. Kalanie is overgelopen naar Ignetia, die hufter. Hij werkt nu voor hen, als hoge pief." "Nog een overloper, huh? Alsof Astef al niet genoeg was. Tsk." Het feit dat hij Yuru ontwijkt, voorspelt niet veel goeds. Yuru...die mafketel. Ik herinner me hem nog. Hij zat altijd elixirs te maken, hij waande zich een of andere wonderdokter. Kwakzalver is het woord dat meer bij hem paste, maar goed...het probleem was dat hij de elixirs vooral door de drank mixte. Dus we hadden een keer een heel kamp drie dagen stomdronken na één glas, hallucinaties van kabouters na een ander, het hele kamp aan de schijt door een derde. Altijd in een blauwe mantel gehuld, kale kop, geitensik, maf accent.

"Hij...is dood." Dat...had ik wel verwacht. "Omgekomen in een pijlenregen. Daar zijn we Lucil ook in kwijtgeraakt." Haar ook...het is het leven, denk ik maar..."Maar nu zullen we die hufters van Ignetia eindelijk pakken! Gerechtigheid zal gebracht worden! Dat is wat de prins ons vertelde." "Heh, de prins begeeft zich onder het gepeupel?" lach ik. "Hij is een groot man! We zouden nooit oorlogen hebben met mannen zoals hem aan het roer!" juicht Rarga. Juist, ironisch om dat te zeggen over een generaal zoals de prins. Maar goed, stupide mensen hebben sowieso schaapachtige neigingen...

Ik zie Richard lachen als hij me zo ziet praten. "Waar denk je aan?" vraag ik hem. "Ah, gewoon...met de troepen praten...de vriendschappen die je krijgt tussen mensen die betaald worden om te moorden is altijd mooi om te zien. Het is...iets wat jullie bij elkaar, en in goede geestelijke gezondheid houdt, niet?" "Hey, Dick..." "Noem me niet zo..." "....was je vroeger een soldaat?" "Ja...dat was ik. Die tijd is lang geleden, echter." Weer een stukje van de puzzel...ik weet eigenlijk niets over zijn verleden, als ik er nu zo over nadenk.

Wat mijn eigen verleden betreft, dit alles terugzien brengt een hoop herinneringen omhoog...ik voel ze opborrelen als gistende wijn. En met de herinneringen komt ook mijn haat jegens...dat mens...weer naar boven...

Dit artikel delen

Over de auteur