1. World 2 - level 10

World 2 - level 10

Drie jaar, tweeënvijftig dagen, twaalf uur, vijf minuten en dertig seconden eerder...

"Hé verdomme, Dreas, laat dat ding nu eens gaan!" Guh, houdt Rhia dan nooit haar kop? Waar ik nu overheen gebogen sta is een magnifiek wezen, een prachtcreatie van de natuur. "Dreas, gooi dat ding terug!" "Waarom?!!" brul ik terug. "Deze zijn zeldzaam! Ze zijn meegelift op die boten van ver overzees, zo'n krans krijg ik niet vaak! Het is weer een mystiek dier voor in mijn verzameling! Ik kan weer een aantal pagina's volschrijven over dit ding in mijn boekie, aangezien ik nu meer in mijn klauwen heb dan geruchten!" Rhia slaakt een gefrustreerde zucht. "Dreas, ben je nu ook al blind in je andere oog? Kijk dan!" Wat is er te zien? Zeikerd. "Dat...dat...monster, uit de diepzee..." "Dat is beledigend voor het arme dier." Krijg de neiging om haar even lekker te stallen, hehehehe.

Ze begint uitvoerig te wijzen naar het wezen. "Dat...is een parasitaire, vleesetende worm, langer dan drie zwaarden bij elkaar! Hij kan een heel kind opslokken!" Ik kijk naar de slijmerige, blubberige massa met gigantische tanden. Rijen vol ervan staan in diens bek, en het gif dat uit zijn poriën druipt doodt het gras ter plekke. Eh, ik vind hem stoer. Dat gezeur van iedereen altijd als ik weer eens een vreemd wezen mee naar huis neem. Mijn andere hobbies, waaronder gluren naar alles dat vrouwelijke vormen heeft, mijn neiging om midden in gevechten een gesprek aan te knopen met de vijand en het eeuwige in mijzelf ouwehoeren, kijken ze ook al vreemd naar. Maar goed, ze zijn nog steeds dol op me zolang ik maffe strategieën blijf verzinnen waardoor we winnen, wel, op die oude heks na dan. Plannen zoals een aggressief soort houtworm loslaten op piratenboten laatst, bleek dat de meeste van die gozers niet konden zwemmen. De boogschutters konden prijsschieten op de idioten die overbleven, hehehe.

"...en ga niet in jezelf lullen als ik tegen je praat, Dreas!" Oh, juist, zij is er ook nog. "Rhia, laat me gewoon met rust, oké? We zijn een maand bezig geweest met die piratenarmada in de pan te hakken. We zijn betaald, het werk is gedaan, de reputatie van de Vespula is weer gegroeid, aldus, geef je manschappen wat rust." "De anderen feesten, jij daarentegen bent in de weer met een vleesetende worm die zo je hand eraf kan vreten!" Ja, tuurlijk. "Tis een diepzeebeest. Die vallen normaal geen landrotten aan." "Weg met hem!" Man...ik zou haar af en toe..."FIJN! Hij gaat weg, nu tevreden?! Gah." "Goed. Overigens, de ware reden dat ik naar je toe kwam...." "Er is meer?" vraag ik. "Ja. We hebben weer een klus." "Geen rust?" "Dit...is belangrijk. Het heeft met...de koninklijke familie van Ignetia te maken." "Oh, hun? Ik mag Ignetia niet." "Wie wel? Ze zijn arrogant, denken dat de wereld van hen is en kijken niet voorbij hun grenzen, en bovendien slaan hun wetten nergens op. Vrij wapenbezit voor iedereen, en dan de schuld geven aan boeken als er mensen mee vermoord worden! Maar ik dwaal af..." "De taak?" "De prinses...ze is ontvoerd. Door een stel amateurs, dat wel, maar ze zijn nog steeds een gevaar." "Is dat niet iets voor het leger?" "Ze willen er niet te veel ruchtbaarheid aan geven. Ze zijn nogal trots, weet je." legt Rhia uit. "Ah, juist." "We nemen een kleine groep mee. Jij bent er een van." Ik knik. Laat ik me maar gaan voorbereiden. "...en houd je waffel als we de prinses vinden, je grofgebekte muil..." "Ik snap het, ik snap het!"

Vroeg in de ochtend ga ik met een aantal mannen op stap naar de basis van de bandieten die de prinses vasthouden. Dit was geloof ik niet haar eerste keer ook overigens, ziet er naar uit dat gekidnapt worden een deel van de levenscyclus van prinsessen is...wel, het geeft ons werk, denk ik maar. Voorzichtig sluipen we de heuvel op...het is mistig, en de omgeving is slecht zichtbaar. Zij zijn tactisch in het voordeel, maar een verassingsaanval werkt meestal...huh? Er komt iets de heuvel afrollen, shit, gaan ze met keien gooien? Nee, wacht, dat is geen kei...maar een...hoofd? Een mannelijk mensenhoofd...de leider van deze groep, ik herken hem van zijn signalement. Ziet er naar uit dat wij niet de enigen zijn hier...bah. Kolerejatters. Verdomme, ik haat die lui. Vooral van die stomme zelfingenomen flapdrollen die alles voor de gerechtigheid doen ofzo, en natuurlijk, om daarna bovenop de prinses in nood te liggen pompen. Ik ren de heuvel op, subtiliteit is toch niet meer nodig.

"Oké, lul, ik weet niet wie..." Mijn stem sterft weg zodra ik een bekend gezicht zie, die me vanbinnen kouder laat worden dan de mist om me heen. Temidden van het veld voor de basis, die nu helemaal vol ligt met lijken, staat een enkele vrouw, haar gewaad doordrenkt met bloed, met een rood zwaard in haar hand. Haar kille ogen staren me aan, maar ze zegt niets. Mijn mannen hebben dezelfde reactie, en gaan uit haar weg als ze onze kant op komt en langs ze loopt, de mist weer in. Man, ik ben blij dat ze aan onze kant staat. Levia...we weten niet waarom ze voor ons kwam werken. We weten niet waar ze vandaan komt, wie ze is. Ze spreekt ook amper...maar één ding is zeker; waar zij komt, ligt het vol met lijken.

In ieder geval, de prinses! Waar is de prinses? Mijn vraag wordt beantwoordt als een beeldschoon meisje, met een grote, dure jurk, naar buiten komt lopen. Een glimlach staat op haar gezicht...wat redelijk luguber overkomt, in deze context, tussen de lijken in. Ze lijkt ook totaal niet onder de indruk van de orgie der bloed om zich heen. Blauwe ogen, goudblond haar, een zekere zin van elegantie in haar manier van lopen...heh. De mannen om me heen doen lacherig, zo'n schoonheid zien ze niet elke dag. Ik kijk haar in haar ogen, en ze lacht naar me. "Jij bent de leider van de Vespula hier, is het niet?" "Ja, dat ben ik." "Mijn naam is Lilina Oni Yufa Maxrulia, de zevende prinses van Ignetia." "De naam is Dreas." antwoordt ik, achternaamloze sloeber als ik ben. Onze ogen blijven op elkaar gefixeerd.

Iedereen kent het gezegde dat men zijn zielsgenoot op het eerste gezicht zal herkennen, het verliefd worden op het eerste gezicht. Minder bekend, echter...is dat het ook geldt voor diens meest gehate vijand. Ik nam het tweede gezegde voor onzin, tot ik haar ontmoette.

Lilina Maxrulia, vanaf het moment dat onze ogen elkaar kruisten, wisten we beiden dat het ons lot was dat ooit één van ons de ander zou doden.

Dit artikel delen

Over de auteur