1. Woensdagochtend op de weg

Woensdagochtend op de weg

Het was ochtend, dus ik was aan de late kant. Er is namelijk maar één ding vervelender dan vroeg opstaan en dat is nog vroeger opstaan. Nou zit er één voordeel aan lui zijn, namelijk vindingrijkheid. Als je lui bent ga je namelijk dingen verzinnen om kostbare tijd te winnen, want door die gewonnen tijd kun je een keer extra omdraaien en daar draait het om in het leven. Zoals de meeste van jullie wel zullen weten: ik ben dus zo’n lui iemand. En ook ik heb dus mijn eigen truukjes en rituelen ontwikkeld. Voor de mensen die het nog niet begrijpen, denk aan tanden poetsen tijdens het douchen, deodorant opdoen terwijl je naar je auto loopt. Kortom: Denk efficiënt.

Dus ook deze ochtend maakte ik weer gretig gebruik van mijn brede arsenaal aan efficiënte truukjes om tijd te besparen. Toch hadden al deze truuks vandaag niet kunnen voorkomen dat ik aan de late kant was. Ik was nou eenmaal verstrikt geraakt in mijn dekens... In zulke gevallen mag je niet in paniek raken. Nee, rustig blijven is de sleutel, dus ik besloot om rustig nog een keertje op snooze te drukken.

Een paar truukjes en minuten later zat ik fris gedoucht in mijn auto. Het was dus ochtend, maar de zon scheen, de natuur was mooi, de temperatuur erg aangenaam en mijn muziek stond lekker hard. Begrijp me niet verkeerd, ochtenden dienen vermeden te worden, maar deze ochtend mocht er in principe wel wezen. Ik zat lekker in de auto mee te krijsen met Billy Talent, terwijl ik een boterhammetje aan het eten was. Niks leek me in de weg te staan. Leek…

Tot het moment kwam. Voor de Oirschottenaren: Ik reed van de Shell richting de Vullings. Voor de buitenstaanders: Ik reed op zo’n weg waar je 50 kilometer mag, maar waarvan ik vind dat je teller achterin de 70 moet staan. Ik kwam er weer eens pijnlijk achter dat niet iedereen hetzelfde denkt als ik, want de auto voor me besloot dat 50 kilometer per uur het limiet is en dat hij of zij daar het best een kilometertje of 7 onder kon gan zitten. Ik heb daar meer één woord voor en dat is ‘jammer’.

Maargoed, de ochtend was, voor een ochtend, best mooi en ik had een keer extra gesnoozed dus Dreeke was goed gemutst. Ik besloot me er niks van aan te trekken, de muziek harder te zetten en nog achterlijker mee te krijsen met de muziek. Deze slakkengang had nog een voordeel: naast lead-singer was ik nu ook drummer geworden. Het leek een kwartier te duren, maar zelfs met deze snelheid duurt dit stuk maximaal maar een minuut of vier. Gelukkig maar, want ik keek inmiddels uit naar het stuk na de rotonde bij de Vullings. Dit stuk lijkt namelijk op een snelweg en men mag het pedaal intrappen tot een lekkere 80 kilometer per uur, waar, rekening houdend met de correctie, makkelijk 90 kilometer per uur van gemaakt mag worden, onder het mom van vlot met het verkeer meerijden.

De rotonde kwam en de spanning in mijn rechter been en voet nam al toe. Niks stond me nu meer in de weg, want de rotonde lag inmiddels achter me. Ik was het bordje ‘Oirschot’ gepasseerd, dus het was tijd voor mijn 90-momentje. Tot zo ver wat ik dacht, want de auto die me eerder al tergde reed nog steeds voor me. Maarja, er zijn mensen die in de bebouwde kom bij 50 sociaal inhouden en bij 80 losgaan. Vrienden, ik kan jullie mededelen dat dit voor onze bordeaux rode polo niet gold, want deze bleef namelijk steken bij de machtige snelheid van 60 kilometer per uur. Het was spits en inhalen was geen mogelijkheid. Mijn conclusie ‘jammer’ veranderde al snel in wat beledigingen en godslastering.

Inmiddels zijn we in Best aangekomen. Dat de auto voor me weer overstapte op 40 km/u kwam niet bepaald als een verrassing aan, dus het deed me weinig. Echter, toen de polo bij een schijn-drempel bijkans stil ging staan was voor mij de maat redelijk vol. Ik zag geen L van lesauto (daar heb ik respect voor, want ik heb het ook moeten leren), dus ik wilde wel eens weten wat voor volk me al deze kwellingen aandeed. Ik besluit uit te zoeken wat voor persoon er in de auto voor me zat…

Ik concentreerde me op de binnenspiegel van mijn laffe voorganger. Lang zag ik alleen ogen. Sommige ogen zeggen meer dan 1000 woorden, maar deze ogen gaven weinig weg. Terwijl ik me concentreerde op de spiegel moest ik weer remmen, want mijn rivaal besloot te remmen, omdat hij of zij een bultje in de weg dacht te zien. Opeens, door een beweging van de bestuurder voor me, kon ik een deel van de identiteit van deze bestuurder achterhalen en ik zal vast vertellen: het was een vrouw. Maar dit is niet het erge, ik bedoel er zijn genoeg vrouwen die mannelijker rijden dan ikzelf. Met vrouwen is niks mis. Met deze vrouw echter wel. Deze vrouw was een bejaarde.

Ik accepteerde mijn noodlot. Sommige dingen in je leven kun je veranderen, maar hier was ik slachtoffer van het lot. Dit probleem was groter dan mij. Hier waren hogere machten aan het werk. Jullie mogen best weten dat ik me enigszins verslagen voelde, terwijl mijn dag nog moest beginnen.

Nu denk je: Oke… Zuur voor je André. Toch moet ik nog een klein stukje aan dit verhaal toevoegen. Je kunt als mens huilen van geluk, ik heb vandaag ontdekt dat je ook kunt lachen uit triestheid. Ik reed nog steeds achter de polo met het eenzame grijze gevaarte achter het stuur. Althans dat dacht ik. Een hogere macht besloot om toch nog even te laten zien wie de baas was over de situatie. Uit het niets bewoog er op de passagiersstoel een collega oudevandaag naar links, zodat deze op mijn netvlies getoond werd. Toen het besef viel dat er twee bejaarden met de cumulatieve leeftijd van een perfecte dartscore voor me reden, op woensdagochtend, kon ik alleen nog maar lachen en ik betrapte mezelf op de woorden: Och god, het zijn er twee…

Dit artikel delen

Over de auteur