1. Elta Recon: Experienced Warfighter - Hoofdstuk 3

Elta Recon: Experienced Warfighter - Hoofdstuk 3

Elta Recon: Experienced Warfighter

Hoofdstuk 3: Serious (Monkey) Business

“Waar luister je naar? Gijs? Gijs?!,” Vincent begint zich te irriteren aan het negerende gedrag van zijn beste vriend. Hij ropt het oordopje uit Gijs zijn oor en probeert het in zijn eigen oor te stoppen. Gijs rukt het weer terug. “Zet dat ding eens uit, praat voor de verandering.” Het team loopt nu al zo’n drie kwartier in het bos en Vincent begint zich eenzaam te voelen zonder het gezelschap van Gijs. “Dat ‘ding’?!,” reageert Gijs nijdig, “ Dat ding is toevallig wel een 400 euro kostende Game Boy Experience!” “De nieuwste, nice.” Vincent zou het niet weten, hij volgt de game-industrie niet actief meer. “De nieuwste ja, met ingebouwde mp8-speler. Heb je de aankondiging ervan niet gezien afgelopen E4?” “Vorige keer dat ik die beurs volgde was het nog met een ‘e’ minder. Waar staat die eigenlijk voor?” “Om het evenement wat levendiger te maken vonden ze een drastische naamverandering noodzakelijk. Sinds vorig jaar heet het de ‘Extraordinary Electronic Entertainment Expo’.” Vincent lacht en zegt vervolgens: “Wauw, that’s heavy dude!”

Inmiddels is de fabriek in zicht en Charlie-team leider Lutsen geeft aan dat het tijd is voor een kleine drinkpauze. “Dan kan ik even aan het Foxtrot-team vragen hoever ze zijn,” legt Lutsen uit.

Na een paar minuten komt de leider terug en licht de jongens in: “Robin is ook bijna bij de fabriek, ze waren een wildplassende bewaker aan het verleiden met mijn befaamde tactiek.” Jacko kijkt op: “Ze grijpen de bewaking bij z’n leuter en fluisteren in z’n oor?” “Nee, moron. Ze doen zich voor als je moeder. Maar meer kon Robin niet vertellen, hij en Octave zaten verscholen in een paar bosjes te genieten van Robbert’s acteerwerk. Dat terzijde, wij moeten nu dus in actie komen. Dus, bidons weg en geweren in de aanslag!” Geoffrey lurkt nog één keer goed aan zijn flacon, voordat hij duizelig wordt. Hij begint met zijn ogen te knipperen en om het effect tegen te houden houdt hij zijn handen op zijn hoofd. Het is al te laat. Jacko kijkt met grote ogen naar het gedrag van zijn teammaat: “Geoffrey?”. “Wie’s da? Bertha’s de naam, knullegie. Nou hierkomm’n, ieje. Poets mien schoen’n, ‘k kan nie teeng dat vieeze spul an mien voeet’n.” Jacko doet wat ze beveelt en kijkt ondertussen kwaad naar Vincent en Gijs. Zij waren immers degenen die de koffie in Geoffrey’s bidon hebben gegoten. “Zeg ventie. Hèj gien melk veur in mien koffie? ’t Smak joa niks zo.” “Mevrouw, ik denk dat ze daar in die fabriek wel koffiemelk voor u hebben. En neem voor de zekerheid dit apparaat maar mee, voor als ze het niet willen geven,” Lutsen knipoogt naar Bertha en overhandigt de G-36K. Bertha vertrekt naar de fabriek en Lutsen maakt de rest van het team duidelijk dat ze haar níet moeten volgen.

Een half uur later komt Bertha terug met buitenlandse koffiemelk in haar handen en dertig bewakers achter haar aan. Jacko en Lutsen openen het vuur en laten zodoende geen man staande. “Mut dat nu zo allemoal? Ah, gatverdamme hé! Disse melk veur in de koffie smak ook al niks. Hebt jullie gien bet’re koffiemelluk?” “Oh, Bertha. Ik heb heel toevallig nog wel wat. Wil je wat?,” probeert Gijs haar over te halen,” Het komt uit Drenthe.”

Bertha graait het pak uit Gijs zijn handen en leest voor: “’An-ti-schi-so-freen-nie’, och, ’t zal wè goed ween’n.” Ze neemt een flinke slok en valt neer op de grond. Bewusteloos. “Ik weet wel wat om haar wakker te maken,” zegt Jacko. Hij gaat naast haar zitten en buigt zijn hoofd langzaam rchting haar mond. “Als hij haar gaat kussen, zal ik nooit meer kunnen slapen,” vreest Lutsen en kijkt snel de andere kant op. Jacko is bijna bij haar mond. Vincent gilt: “I can’t watch!” Twee centimeter voor Bertha’s mond stopt Jacko en doet zijn mond wijdopen. Bertha schrikt schreeuwent wakker: “Aaaah! Jacko, flikker op met die stank!” “He’s back, baby!,” reageert Vincent blij. “Oké jongens, we moeten naar die fabriek. Jacko, doe je mond dicht,” beveelt Lutsen en ze lopen naar het gebouw.

Het eerste wat ze opvalt aan de fabriek van binnen is dat het verlaten is en grauw, alsof er wordt bezuinigt op het licht. Vincent en Gijs lopen angsitg dicht bij elkaar en Lutsen en Geoffrey lopen zenuwachtig te zoeken naar ook maar één aanwijzing. En dan zien ze het, een –aan de muur hangende- kaart. “Kijk!,” schreeuwt Jacko, “Ik heb m’n kauwgom weer gevonden”. Maar niemand luistert naar hem, ze staren allemaal naar de kaart, de kaart die aangeeft dat er 6 verdiepingen zijn van de fabriek: twee boven- en vier ondergronds. “Hmm, het kantoor van de directeur is op de derde verdieping onder de begane grond, ik denk dat we daar de beste kansen op een aanwijzing hebben,” pleit Geoffrey. “Ik heb inderdaad een naar voorgevoel dat dat zo is, misschien kan ik beter maar even Robin oproepen om te kijken of zij al wat verder zijn.” Lutsen probeert zijn CrossCom te gebruiken, maar op de één of andere manier hebben ze geen bereik meer: “Het is alsof we worden verhindert met elkaar te communiceren,” vreest Lutsen. Na een moment van beraadzame stilte loopt het team door en komen aan bij de lift, nog steeds niemand te zien. “Geoffrey, kijk jij in die gang even of de kust veilig is. Gijs, jij ook, maar dan de gang rechts van je. We móeten weten of we niet in het nauw gedreven worden.” Voorzichtig sluipen ze de gangen in en Gijs komt al na een paar minuten terug: “Niets te zien, Lutsie.” Maar Geoffrey laat langer op zich wachten, zo lang zelfs dat het team achter hem aan moet zoeken om er zeker van te zijn dat hij ongedeert is gebleven. De gang waar ze in lopen is nog erger dan de andere gangen waar ze zijn geweest, het is er vochtig, de lampen knipperen er en zo nu en dan hoor je een klein tikkend geluid van de waterleiding. Het is er heel rustig, te rustig. Het is er zo stil dat je Jacko nog door zijn enorme neus kan horen ademen... Opeens is het gedaan met de rust, het team hoort hard geschreeuw. “Dat was hem, dat was Geoffrey! Maar het komt niet hier vandaan, het klonk zo ver!,” Jacko begint een beetje zijn emoties te verliezen en knielt in een hoekje om even lekker te huilen. Maar zo gauw als hij gaat zitten voelt hij iets onder zijn bipsje, het lijkt wel... “Een deel van zijn harnas! Er ligt hier een deel van zijn harnas! EN ZIJN HELM!” “Kut, nu kunnen we hem sowieso niet meer bereiken...,” zegt Lutsen rustig. “Kijk, we kunnen hier wel blijven kniezen en huilen, maar zo redden we Amerika niet. We moesten er vrede mee hebben dat er slachtoffers zouden vallen. We móeten verder, onze eerste prioriteit is om die aanwijzingen te vinden en die bommen te ontmantelen. Het is hard, maar we kunnen niet anders.” Alsof ze stuk voor stuk zijn neergeslagen met een ijzeren knuppel lopen ze kreupel van verdriet verder.

Twee verdiepingen onder hun, in een donkere kamer schrikt Geoffrey wakker. “Hah, waar- ... Waar ben ik?!” Voor hem wordt er gelachen, door niet één, maar twee wezens. Hij kan niet goed zeggen wat het zijn, of wie ze zijn. “Geoffrey, Geoffrey... Hehe, dacht je nou echt dat je zomaar overal kan gaan en staan waar je wilt?,” klinkt er vanuit de schaduwen. “Wie ben jij, wat moet je van me?! Ik heb niets, geloof me! Wacht eens, waarom kun jij Nederlands praten?” Opeens verlicht een fel licht de hele kamer en Geoffrey kan nu zien wie hem heeft ontvoerd. Het zijn twee wezens, één kleine en één grotere, met een enorme cape en hoodie op. Hij kan het nog steeds niet goed zeggen, totdat de ontvoerders met een ruk hun cape’s afgooien en schreeuwen: “WIJ ZIJN DE MAGNIFICENT-“ “Syl? Ben jij dat? Hahahahahaha! Sylvano, met wie ben jij hier, wat is dat? HAHA, wat is dat!” De kleine gedaante gooide ook zijn cape af, maar het lukte hem niet helemaal. Sylvano helpt zijn kleine helper en onthuld het verschrikkelijke wezen achter de cape. “Zie hier, Geoffrey! Zwicht voor zijn vreselijke gedaante!”

Dit artikel delen

Over de auteur