1. Winterdipje

Winterdipje

Vorig jaar geschreven, net gevonden bij het opruimen van mijn harde schijf, dus sterkte met lezen (lekker toepasselijk ook in deze tijd van het jaar). Overigens is het ding ook hier te vinden

Winterdipje

Droevig staar ik naar buiten. Ik zie niets anders dan de kleur van de nacht, welke zwart is voor de onwetenden, en zie mezelf en mijn droevige gezicht in de spiegel. Ik reis nog steeds heen en weer de studie. Elke dag forensen tussen Utrecht en Amersfoort, elke dag kost het me toch weer een half uur van mijn tijd. Dat is best een beetje jammer, helemaal omdat ik een anonimiteitsreiziger ben. Nooit kom ik een bekende tegen, wel bekende Nederlanders, maar geen bekende waartegen ik zou willen praten.

Hoe anders was deze situatie een paar weken eerder. Utrecht zag ik toen als mijn Mekka, maar toch zit ik nu in de sleur die NS heet. Vertraagde treinen, wat nu politiek correct een laatkomer heet, of een stinkende bus, het is allemaal geen uitzondering op de regel meer. Zelfs de studie ging wonderbaarlijk goed, maar nu is alles helaas weer anders.

Nog steeds staar ik de nacht in, maar door de vervloekte reflectie van het raam zie ik wel een neger gaan zitten die ik meen te herkennen. Niet veel later komt er een knulletje bij zitten met vies vettig haar, waarvan ik ook denk dat ik hem ken. Dan ineens valt de euro en weet ik dat het de knakkers van De Jeugd van Tegenwoordig zijn. Een flauwe glimlach siert mijn mond, maar al snel verval ik weer in de lichte droefenis, waar ik al een tijdje last van heb. Dan fluit plotseling de conducteur op zijn fluit en weet ik dat ik over een klein kwartiertje het troosteloze station van Amersfoort binnenloop. Tijdens de reis zie ik af en toe de bekende stationsnamen bij voor mij onbekende oorden voorbij schieten. Overvecht, Bilthoven en “Het Sauzen Hart van Nederland”, ook wel bekend als Den Dolder suizen voorbij. Allemaal plaatsen waar ik niet of nauwelijks kom of ook maar ooit iets te zoeken wil hebben.

Onderweg vraag ik mij af hoe ik nu toch in die dip ben terecht gekomen en hoe ik er ooit uit ga komen. Ik heb werkelijk alles al geprobeerd, van Cannabis tot Cup-a-Soup, niets werkt. Zoals elk jaar heb ik er last van, maar dit jaar is het vele malen erger. Ik besluit met mezelf dat dit moet komen door de uitslag van de verkiezingen, maar goed dat er in de winter, nou goed bijnawinter dan, gestemd is, anders was de anders altijd zo vrolijke ik, in de zomer depressief geweest. Ik weet niet waarom, maar ik kan niet tegen het nachtleven wat in de winter zo van je geëist wordt. Als ik al wakker ben tijdens de nacht, dan drink ik altijd een biertje of 2, nooit ga ik dan nuchter over straat en geloof me, de nacht is zoveel leuker als je een beetje onder invloed van alcohol staat.

“Dames en heren het volgende station is Amersfoort, daarna zal deze trein verder gaan als stoptrein naar Zwolle, Ik herhaal, Dames en heren het volgende station is Amersfoort, daarna zal deze trein verder gaan als stoptrein naar Zwolle”, wat een lul zeg die conducteur, iedereen weet toch waar hij of zij heen moet. Ik bedoel hoe achterlijk moet je zijn om in de verkeerde trein te stappen en er op Amersfoort achter te komen dat je in Utrecht eigenlijk toch naar Leiden moest. Niemand maakt die fout. Ook weet iedereen die naar Enschede wil wel, dat de trein naar Zwolle dus niet naar Enschede gaat.

Eenmaal uit het gele gevaarte, baan ik mij een weg naar de bussen. Zoals gewoonlijk zie ik de bus die voor mij ideaal is, net wegrijden en ik kan dus fluiten naar het voor mijn huis afgezet worden. Vijf minuten later gaat de bus die voor mij minder ideaal is, maar toch ook niet dramatisch, al moet ik nu 5 minuten lopen. Als ik instap, zie ik dat ik de enige ben die naar het pittoreske Leusden moet. Zelfs de buschauffeur heeft geen zin om naar dat dorp te reizen en laat mij, om zijn emoties bot te vieren, mijn OV uit mijn portemonnee halen om te kijken of hij wel echt is. Zonder iets te zeggen ga ik zitten en wacht tot ik uit moet stappen.

Eindelijk kan ik uitstappen en het laatste deel van dit hoofdstuk in mijn boek over anonimiteitsreizen is bijna af, totdat het abrupt wordt onderbroken door mijn telefoon. Of ik nog even wat kom drinken in Utrecht. Ik herhaal mijn vraag en achter mij hoor ik de buschauffeur lachen, even twijfel ik, maar ik zeg nee en vervolg mijn weg. Op weg naar huis zie ik een boom worstelen om zijn laatste blaadjes te behouden en langzaam voel ik me blijer worden, waarom weet ik niet, misschien slaan die liters Cup-a-Soup eindelijk aan, of misschien komt het doordat het alweer “bijna” zomer is.

Dit artikel delen

Over de auteur