1. Een middagje Fries

Een middagje Fries

Met behulp van het alom geprezen internet is mijn vader erin geslaagd een bootje op te sporen dat, na nadere informatie, gebouwd blijkt te zijn door mijn grootvader. Dit wetende was hij erg geprikkeld te vertrekken en het vaartuig direct te bekijken. Het leek hem echter leuk om met het hele gezin te gaan. Niets mis mee natuurlijk, zoiets doe je nu eenmaal graag voor je ouweheer, maar ik begon mijn bedenkingen te krijgen toen hij zei dat de boot helemaal in Friesland gelegen was.

Uiteindelijk zat ik dan toch in de auto, me klaarmakend voor een zit van twee uur met een boek van Dan Brown dat zijn spanning eigenlijk al had verspeeld bij de eerste keer dat ik het las. Naast me de hond, die konden we natuurlijk geen vijf uur helemaal alleen laten. Hij zag er zo duf uit dat ik waarschijnlijk geen verschil had gemerkt als hij halverwege de rit dood was gegaan.

Eindelijk aangekomen in het onvoorstelbare gat Terhorne maakten wij kennis met een man wiens schoonheid zich kon meten met Mick Jagger. Hij bracht ons naar de desbetreffende boot om daar, bij onze beleefd gesimuleerde interesse, slap te gaan staan lullen over wat zijn vrouw en hij allemaal wel niet hadden beleefd op deze boot. Ik stelde me zijn vrouw voor als een behoorlijk kippig mens dat een instelling bezat van: ik heb op een boot golven gevoeld dus ik ben wel wat gewend, maar dan na afloop van een vaartochtje wel een uur thee zou zitten leuten in het gezelschap van vriendinnen van hetzelfde kaliber.

Na de boot te hebben bekeken kregen we nog een kop slappe thee, die ik gretig op smaak bracht met de beschikbare suiker. Hierna reden wij naar een plaatselijk eetcafé, waar juist een groep kinderen (vermoedelijk van een verjaardagsfeestje) naar buiten kwam. Voor de rest was het complex leeg, en we zochten een gemakkelijk plaatsje dat een mooi uitzicht bood op de parkeerplaats.

Ik merkte een grote, onsmakelijke substantie op. Eerst was mijn vermoeden dat de tafel gewoon slecht gelakt was, maar na een voorzichtige por met mijn vinger kwam ik tot de conclusie dat de samenleving hier het keukendoekje nog niet had uitgevonden.

Na een poosje kwam een jeugdige en veel te dikke serveerster naar ons toe. Ze leek me eerder een uit de kluiten gewassen zeug, maar ik heb een te kleine studie van zeugen gemaakt om zeker te zijn. Ze had ook op een zeekoe kunnen lijken. Ze overhandigde wat onwennig de menukaart. Ik had mijn oog gauw op de pannenkoeken laten vallen, mijn ouders wilden graag de boerenomelet bestellen.

Toen de mens-zeug-zeekoemutant onze bestelling op kwam nemen, benadrukte mijn moeder dat ze liever geen spek in de omelet wilde. Ik wierp een blik op de kaart en zag dat achter omelet duidelijk stond dat er spek in hoorde. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt, aangezien ik wel eens wilde weten hoe een Terhornenaar omging met een wel heel erg zeldzame situatie; namelijk een onverwachte.

Ik werd niet teleurgesteld: het gezicht van de serveerster vervormde in een uitdrukking waar niet alleen onvervalste verbazing, maar vooral ook intense domheid van uitging. Na te hebben gestameld dat ze zou kijken of dat kon, liep ze, nog steeds met die uitdrukking, weg de keuken in. Ik draaide naar het raam en begon te glimlachen. Met die Friezen kun je wel lachen, al weten ze dat zelf niet.

Dit artikel delen

Over de auteur