1. Zeven anjers, zeven rozen

Zeven anjers, zeven rozen

Dinsdagmiddag en niets te doen. Zoiets overkomt je alleen als je vakantie hebt, met pensioen bent, of in je grafkist ligt. Ben je echter veertien en val je onder de eerste categorie, dan is er altijd wel een moeder in de buurt die je van dit “probleem” afhelpt.

Zo ook deze dinsdagmiddag. “Weet je wat?”, vraagt zij met een toon waar ik al aan hoor dat we iets gaan doen wat ik dus niet leuk vind. “Zullen we eens wat bloemen gaan kopen voor de bloembakken? We hebben toch vakantie.” Ik heb weer eens gelijk, denk ik bij mezelf, maar ik laat me toch naar de Intratuin sleuren. Zoals ik al zei: ik heb toch niets anders te doen.

Zodra de schuifdeuren open gaan word ik verwelkomd door een doordringende geur van aarde en de flauwe klank van een zeikerig popnummer op de achtergrond. Er is bijna niemand, wat me niet verwondert. Niemand is zo gek om op een mooie dinsdagmiddag zich druk te maken over bloempjes. Behalve ik, mijn moeder en een aantal andere mensen die zo ongelukkig zijn bij de Intratuin te moeten werken.

Langzaam begint mijn moeder de verschillende planten te bekijken. Ze wil graag wit en rood, waar ik niets op tegen heb, zolang het maar géén roze wordt. Bedenkelijk kijkend loopt ze langs iedere soort plant. Het doet me denken aan een militaire inspectie, al worden de soldaten dan niet opgepakt en 360 graden gedraaid.

Na een tijdje zoeken roept mijn moeder me en laat me een donkerrood plantje zien. “Deze is wel mooi, toch?” vraagt ze, terwijl ze me de plant in mijn neus duwt. “Ja, heel mooi!” zeg ik met een waterig glimlachje. “Meteen kopen die hap”. Maar daar sla ik de plank mis. Zo werken dingen niet bij vrouwen. Vrouwen moeten iets zien, oppakken, bekijken en terugzetten totdat ze alles in een winkel op die manier hebben behandeld. Ze selecteren een aantal dingen, onthouden die allemaal op miraculeuze wijze en wandelen vervolgens een andere winkel in om het proces te herhalen. Zodra ze een zestal winkels hebben bezocht nemen ze zich alle geselecteerde spullen weer voor de geest om dan tot de conclusie te komen dat ze:

A. morgen nog een keertje terug zullen komen om het nog eens te proberen.

B. de eerste weer gaan winkel bezoeken, omdat die toch de leukste dingen had.

Mijn moeder werkt ook volgens deze methode, maar gelukkig niet op de extreme manier die ik zojuist heb beschreven. Toch is de mannenmanier makkelijker: je ziet iets, vind het leuk, pakt het op, vind het leuk, bekijkt het nauwkeuriger en als je het dan nog steeds leuk vindt koop je het.

Na een halfuur te hebben gezocht en te hebben hergezocht ligt er in ons winkelwagentje een goede selectie rode, lichtrode, witte en gele bloemen uitgestald. Ze zitten stuk voor stuk in een tray van twaalf.

Bij de kassa staat een jonge vrouw met een bananengezicht. Mijn eerste impressie is een puberende, platgeslagen Julia Roberts. Ze heeft een zielige blik in haar ogen, alsof ze medelijden heeft met alle mensen om haar heen vanwege een alleen haar bekende reden. Ze wordt zich pas van ons bewust als we vlak voor haar neus staan en ik vraag me af of ze geen jointje opheeft.

Mijn moeder begint op een straffe manier uit te leggen welke bloemen we hebben gekocht en hoeveel. “Kijk: veertien van deze donkerrode geraniums, achtentwintig lichtrode geraniums, veertien witte bloemen en veertien gele… eh, wat zijn het? Ah, petunia’s.” De caissière knikt begrijpend, maar telt vervolgens alle bloemen nog eens na en kijkt op de potten wat voor soort het is. “Er zitten twaalf bloemen in één tray.” De caissière zegt dat ze dat weet en telt vervolgens de tray opnieuw. Mijn moeder kijkt haar met een blik aan die alleen zij heeft en ik dus niet kan beschrijven. Misschien kijkt de koningin zo als Willem-Alexander een keiharde boer in haar gezicht laat, maar dat zal ik wel nooit weten.

Met de hulp van een andere caissière komt uiteindelijk het bonnetje uit de computer rollen. Mijn moeder betaalt zo vlug mogelijk en marcheert met mij de winkel uit. We laden de auto in, nog pratend over de algemene idiotie van mensen.

Ach ja, ik heb toch niets te doen.

Dit artikel delen

Over de auteur