1. Toy Story (vol. 3)

Toy Story (vol. 3)

Ik hervat mijn verkoopwerk met enig succes. De hobbelpaarden zijn niet in trek, maar na een aantal poppenhuizen te hebben verkocht en wat verdwaalde klanten te hebben geholpen voel ik me toch behoorlijk voldaan. Vlak voor sluitingstijd schrik ik als er plotseling een gordijn op mijn schouder tikt. Het gordijn blijkt echter een burka te zijn waar warempel nog iemand in zit. De vrouw, wier snor niet volledig wordt verhuld door het gewaad, wijst nogal houterig op één van de laatste poppenhuizen en vraagt kortaf “hoeveel?”. “Tien euro, mevrouw,” zeg ik. “Twee oirow ook choed?” Zodra ik begrijp wat dit betekent vertel ik haar dat dat toch wel heel erg goedkoop zou zijn. Uitleggend dat het voorwerp van hout is gemaakt opper ik een nieuwe prijs. “Zes euro vijftig? Dat lijkt me meer dan redelijk.” “Twee oirow ook choed?” Moedeloosheid bekruipt me terwijl ik haar op een zo simpel mogelijke manier uitleg dat twee euro gewoonweg te goedkoop is. “Zullen we er vijf euro vijftig van maken?” vraag ik, me voornemend onder geen voorwendsel lager te gaan. “Twee oirow ook choed?” Ik tel tot tien en doe mijn uiterste best niet giftig te worden. “Nee, mevrouw dat is echt te weinig,” zeg ik met opgekropte woede. De vrouw kijkt me even hatelijk aan en verdwijnt dan de menigte in met haar zoontje in haar hand. Ik hoor haar nog iets brabbelen, maar dat kan me niet meer deren.

De laatste klanten zijn inmiddels vertrokken. De deuren zijn dicht en ik leg nog wat spullen goed. Plotseling zie ik Pieter naar het raam lopen en hevig gebaren naar de deuren. Zodra ik me begin af te vragen of hij niet in de war is, zie ik opeens een donkere man naar binnen kijken. Blijkbaar is hij te laat, want hij staat verlekkerd naar het speelgoed te kijken en begrijpt Pieters gebarentaal blijkbaar niet. Wanneer hij eindelijk doorheeft dat hij niet meer naar binnen kan, druipt hij bedroefd af.

Licht geamuseerd loop ik naar de plaats waar het afsluitingspraatje wordt gehouden. Daar is de jongedame ook, wat het oersaaie verhaal ruimschoots goedmaakt. De opbrengst blijkt flink gestegen te zijn in verhouding tot vorig jaar. Mijn gedachten zijn er helemaal niet bij; ze bevinden zich op het moment in een niet-bestaande plek waar eten, drinken, muziek, games, films en boeken nooit opraken. Als ze weer bij mijn lichaam zijn teruggekeerd, merk ik dat mijn benen me ondertussen naar buiten hebben gevoerd en de auto van mijn vader in hebben geloodst. “Was het leuk?” hoor ik ergens ver weg. “Ja hoor,” antwoord ik. “Heel leuk.”

Dit artikel delen

Over de auteur