1. Ironie

Ironie

Bij Pauw & Witteman was op 20 november een zogenaamde discussie te zien over het jaar van Darwin (volgend jaar) en de vraag of er sprake is van evolutie of schepping. De twisters waren Johan Huibers, die bezig een Ark van Noach replica te bouwen, en Midas Dekkers, toch wel Nederlands bekendste bioloog.

Huibers meent dat geloven iets is waarbij we elk element ervan voor waar moeten nemen, de ander kan prima zonder god. Natuur en liefde hebben ook zonder dat geval wel. Dekkers zegt op een gegeven moment echter iets wat cruciaal is ten opzichte van die Ark van Noach, namelijk dat zijn generatie de hoop had dat het in de toekomst wel zonder die god kon.

En dat is helemaal niet zo gek, want Dekkers hoort bij de generatie die antwoorden moest zien te vinden op de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog (en bij extensie daarvan voor die van de Eerste, en die van Stalin, enzovoorts). Er was hier namelijk een concreet probleem ten opzichte van het toenmalige denken ontstaan: hoe kan een goede god dit toelaten? Vele schrijvers en filosofen hebben zich in de daaropvolgende decennia op deze vraag gestort en de min of meer geaccepteerde oplossing is een zwakkere versie van (o.a.) Jean Paul Sartre's existentialisme. Namelijk dat de mens los staat van god en dat die god ook geen enkel direct verband meer heeft met de mens, anders dan zijn geloof erin. De mens is vrij, handelt als persoon, kan goed én kwaad doen, en heeft uiteindelijk finale verantwoordelijkheid voor dat eigen handelen. In de praktijk veelal met de afzwakking van 'vrij naar omstandigheden'. Het impliceert ook dat de mens nog steeds vrij is om te geloven in wat hij wilt, maar dat de eerdere notie van een goede en vooral bemoeiende god, onjuist is.

Als je bekend bent met het verhaal van Noach, zul je meteen begrijpen wat hier zo ironisch is. De Bijbel schrijvers waren ook maar mensen die zich evengoed bezig moeten houden met dit soort vragen en wat dat betekent voor de rol van (de Christelijke) god in het leven de mens en wat die mens dan eigenlijk nog voorstelt. In het verhaal van Noach zien we namelijk dezelfde twijfel en gruwel als in het denken na de Tweede Wereldoorlog. In beide gevallen herkennen we in feite dezelfde gedachte: "hier is iets verschrikkelijks gebeurd." Maar wie, of wat, is daar dan voor verantwoordelijk? Iedereen, niemand, God? En als dat god is en natuur- en andere rampen van alle tijden zijn, hoe kan die dan almachtig, alwetend of zelfs maar goed zijn?

In het geval van Noach is het Genesis hoofdstuk 6 tot en met 9. De Schepping is nauwelijks voorbij, Adam en Eva zijn pas net uit Eden getrapt of god heeft genoeg gehad van al die verdorven mensen op zijn aarde en laat een gruwel los om de mensen weg te vagen. Een zondvloed, om precies te zijn. Enkel Noach en zijn familie worden gewaarschuwd en Noach bouwt een Ark waarmee zijn familie, hijzelf en een hele hoop vee die zondvloed kunnen overleven. En zo geschiedde, aldus het Oude Testament.

Maar hoe het dan verder? God heeft zojuist massale genocide uitgevoerd en dat zit hem blijkbaar toch wel dwars (nou ja, niet hem, maar de -her- schrijver uiteraard). Er is namelijk geen enkele garantie dat Noach of zijn familie niet uiteindelijk ook verdorven blijken te zijn. En waar ligt die grens eigenlijk? Op de domme pech? En hoe zit het dan met de Mens (vertegenwoordigd door Noach) en diens ervaring van vrije wil? Als god zich overal en nergens mee bezighoudt, dan is die mens helemaal niet vrij. Dan kan die nooit vrij zijn en heeft dus geen enkele reden om zichzelf in te houden (want geen eigen verantwoordelijkheid) en de volgende zondvloed wast ons allemaal weg. De oorspronkelijke schrijvers of de later her- en overschrijvers zullen deze vicieuze cirkel direct hebben herkent en lieten god zelf de oplossing geven. God komt namelijk tot de conclusie dat hij de mens vrij moet laten in zijn handelen en gaat een Verbond met de mens aan.

"En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven. Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid."

(Genesis 9: regel 2 en 3. Uit: Statenvertaling - Oude Testament. 2005)

Hiermee is god vrijgemaakt van natuurrampen én van het menselijk handelen (het oordeel over de ziel blijft in de handen van god), soortgelijk aan wat Satre en andere denkers dat na de Tweede Wereldoorlog opnieuw moesten gaan doen.

De dwingende geloofspositie die Huibers inneemt is dan in directe tegenstelling tot wat dat verhaal van Noach ons te vertellen heeft. God dwingt absoluut niet tot geloven van het een of het ander, dat is de mens zijn eigen vrijheid en die vrijheid zij ons gegeven. Het kan niet anders, want dan breekt god zijn eigen Woord (Verbond). En god is een man van zijn woord, want hoe dacht je ie dat de Schepping voor elkaar heeft gekregen? (hint: via taal en numerologie, tenminste in de uitgewerkte versie die het Jodendom gebruikt ipv de zeer, zeer korte samenvatting die Christenen gebruiken).

Ironischer kan het haast niet zijn.

Dit artikel delen

Over de auteur