1. Een vreemde klantmanager

Een vreemde klantmanager

Een wat oudere weblog van mijn eigen site:

Ik ken geen gevallen in de afgelopen decennia waarin orthodox-katholieken dan wel joden de neutraliteit van een staat wilden aantasten. Ondanks het feit dat ook zij te allen tijde de strenge regels van hun religie willen nakomen. Toch is mij geen geval bekend van een joods-orthodoxe jongen die als griffier van een rechtbank eist een keppeltje te mogen dragen. Ik ken ook geen non die in haar uniform solliciteerde naar een publieke functie als klantmanager bij de gemeente. Orthodoxe moslims doen dat wel, natuurlijk met behulp van linkse multiculturalisten, of CDA-politici in de lijn van Piet Hein Donner.

Terwijl iedereen weet dat er niet voor niets speciale kleding voor rechterlijke magistraten is uitgevonden. Desondanks heeft de Commissie Gelijke Behandeling jaren geleden besloten dat een moslima met een hoofddoek als griffier bij de rechtbank mag werken. Daarmee werden fundamentalisten aangemoedigd om hun orthodoxe leefwijze op te dringen aan de neutrale verschijning van de staat. En dat is geen uitzondering geworden.

Mohammed Faizel Ali Enait, een salafistisch uitziende moslim, werd door de gemeente Rotterdam bij een sollicitatie afgewezen, omdat hij weigerde vrouwen een hand te geven. Hij had gesolliciteerd naar een functie waarbij hij regelmatig in contact zou komen met burgers. De Commissie Gelijke Behandeling stelde de klager in het gelijk indien hij iedereen, dus ook de mannen zou weigeren een hand te geven.

Hoe zou een Afghaans-Nederlandse burger die het Taliban-regime heeft meegemaakt hierop reageren? In het gunstigste geval gaat hij onmiddellijk onderduiken, zoals hij in het verleden deed. In het slechtste geval komen al zijn trauma’s bovendrijven, maar dat interesseert de commissie niet. Moslims die anderen wel een hand geven, werden door de commissie de facto als slechte moslim neergezet, want de commissie constateerde dat een moslim wordt verboden om vrouwen een hand te geven. Nu heeft de Rotterdamse rechtbank de klager in het ongelijk gesteld. En zeer terecht. De rechter heeft op basis van ons arbeidsrecht en jurisprudentie geoordeeld. Een pacifist kan toch ook niet gaan solliciteren bij een ME-peloton.

Voor het uitoefenen van een beroep kan een overtuiging, ideologie, uiterlijke verschijning of bepaalde religieuze houding een belemmering zijn. Dus, de aard van de werkzaamheden is bepalend voor de vraag of er sprake is van discriminatie. Overigens vind ik dat de klager ook op basis van zijn kleding kon worden afgewezen: met carnavalskleding kun je geen klantmanager zijn bij een overheidsinstantie.

Dit artikel delen

Over de auteur