1. World 2 - level -1

World 2 - level -1

Excuseer voor de lange afwezigheid. Ik was te druk bezig met wegkwijnen achter WoW, schelden op de wereld en proberen iets nuttigs te doen in mijn leven en falen en...en....uh. Oh ja, mijn pc legde het loodje. Genoeg excuses? Oh ja? Ja. Mooi.

Wacht, wat? Ze wil...de complete koninklijke familie om laten brengen? Door ons?

Nerveus begint Rhia op de tafel te tikken. "Heb je...enig idee wat je van ons vraagt, meisje?" Lilina glimlacht. "Ik vraag jullie om de complete heersende klasse van dit land onder de zoden te stoppen. Ik was toch duidelijk?" Rhia zucht. "Waarna jij de nieuwe heerser wordt...is dat wat je van plan bent?" "Dat is correct. Je zult het gehele land er een plezier mee doen...mevrouw." De twee staren elkaar aan. "Waarom...ben je van plan je bloedverwanten te vermoorden? Waarom is het een plezier voor dit land? Ik heb recht op die vraag als je ons zoiets voorstelt." Lilina lacht. "Gebruik je minimale kennis, huurling. Mijn broer, de eerstgeborene, is compleet achterlijk. Hij is lui, dom, heeft een groot gebrek aan gezond verstand en is nog nooit het paleis uit geweest. Ik heb mijn hele leven moeten leven met de kennis dat hij, puur om zijn leeftijd, de troon over zou nemen."

"En ik? Ik...ik wordt dit jaar, nu ik zestien ben, uitgehuwelijkt aan een machtige edelman. Een edelman met een hoop geadopteerde kinderen...en laat me je vertellen, hij adopteert ze niet omdat hij voor ze wil zorgen. Nee, hij houdt van kinderen...hij houdt heel veel van hun...jonge...voorkomen. Snappen jullie wat ik bedoel? Ik zou de rest van mijn leven als...speeltje voor die oude smeerlap moet dienen, terwijl die randdebiel op de troon zit en het land ten gronde richt. Mijn hele familie, echter, is het ermee eens dat het zo moet lopen. Ergo...ze zijn SCHULDIG!" sist ze besluitend. "Als mijn broer de troon bestijgt, gaat jullie land naar de knoppen. Help mij, en ik geef jullie een hoge positie in mijn nieuwe rijk. Jullie zijn het machtigste huurlingenleger in het land, en gecombineerd met mijn eigen troepen en wat geld in de handen van de juiste personen is het paleis bestormen allesbehalve een onmogelijke taak. De keus, mevrouw, lijkt me simpel."

Rhia zit met trillende handen aan de tafel na Lilina Maxrulia's laatste zin. "Oh, kom op, je vraagt ons..." begin ik, maar Rhia sist naar me en wenkt de anderen mee. Eenmaal buiten loopt ze het bos in tot ze op een plek is waar anderen ons niet kunnen horen. "Rhia, dat mens...ik vertrouw haar voor geen cent." zeg ik haar. "Inderdaad, je debiele broer heeft het deze keer bij het juiste eind. Dat wicht verwacht van ons dat we onze koning, prinsesjes en prinsen, alles en iedereen in ons pad afslachten! Dat is niet onze taak! We zijn geen bandieten!" brult Myts, die eikel. "Ik ben het met ze eens. Ze is zestien, maar ze jaagt me meer de schrik aan dan welke grote gespierde bandiet dan ook." zegt Lytur. "Kop dicht!" snauwt Rhia ons dan af.

"Snappen jullie het niet? Ze geeft ons geen keuze. Haar legermacht, haar troepen, herinner je nog dat ze het daar over had? Ze staan hier, overal om ons heen. We zijn omsingeld. Lilina stuurt ze op ons af zodra we nee zeggen. En zelfs al zouden we ze verslaan, dan gaat ze gewoon naar haar vader toe en wijst ze erop dat we koninklijke troepen hebben aangevallen, waarna we het hele land achter ons aan krijgen. We kunnen geen kant op! Immers...ons echte doel in haar plannen, de reden dat ze naar ons toe kwam...is om als zondebokken te dienen. Zouden we de strijd verliezen, dan krijgen wij de schuld en gaat zij vrijuit." We weten alle drie niet wat we moeten zeggen. "M-maar..." piept Myts. "...d-dan moeten we wel..." "Ja." knikt Rhia. "We...we zijn geen huurlingen in deze operatie. Vanaf nu, vanaf het punt waarop we deze heks binnenlieten...zijn we gijzelaars geworden. We moeten het aannemen, en winnen, want elke andere optie betekent onze dood."

Redelijk zwaarmoedig keerden we terug naar de tent, waar ze met een grote grijns op haar gezicht ons antwoord aanhoorde. "Alles zoals gepland." hoorde je haar denken.

En daarom, om die reden, staat ons leger, in de stromende regen, nu op een berg boven het koninklijke paleis, klaar om de slachtpartij te beginnen. Het duivelse wicht met het goudblonde haar rijdt naast ons met een hoorn. "Nu is de tijd! Ken geen genade!" brult ze.

"Aanvallen!"

Dit artikel delen

Over de auteur