1. De knuffelfactor

De knuffelfactor

Het toekennen van menselijke kenmerken: denken, voelen, bewustzijn, en motivering aan niet-menselijke wezens (antropomorfisme) doen we allemaal. Als voorbeeld: Als je vindt dat een boom je vriend is, dan is dit antropomorfisme. Zo ook als je denkt dat het weer samenspant om het op jou te laten regenen. Katten en honden zijn ook vaak de dupe van antropomorfisme: vaak trekken mensen honden kleertjes aan en zeggen bijvoorbeeld: mijn hond begrijpt alles wat ik zeg.

De meeste mensen vallen met goede bedoelingen maar uit ontwetendheid ten prooi aan antropomorfisme. Dit leidt er vaak toe dat dieren een leven moeten leiden dat niet overeen komt met de natuurlijke leefwijzen van het dier. Wij mensen houden er blijkbaar van om alle dieren om ons heen als een soort mensjes te beschouwen en ze als zodanig te behandelen.

Dergelijke antropomorfische emoties worden sterker naarmate de knuffelfactor van het niet menselijke wezen stijgt. Zo is het doodslaan van vlinder zielig, iets wat je simpelweg niet doet! Het doodslaan van een mug zien veel mensen echter als rechtvaardig. Een Jack Russell met een roze jasje is schattig maar ik ben nog nooit een terrarium tegen het lijf gelopen waarin modebewuste Gecko’s tegen het raam kleven. Een Bosmuis in het houthok is schattig maar voor de Bruine Rat wordt zo snel mogelijk gif gestrooid. Dat die schattige Bosmuis hier ook aan sterft is bijzaak. Frans schrijver en filosoof Voltaire beschrijft antropomorfische gevoelens wellicht het best: “Liever door één mooie leeuw opgegeten dan door duizend ratten”.

Het Wereld Natuur Fonds is zich er volledig van bewust dat de mens de hierboven beschreven knuffelfactor maar moeilijk kan onderdrukken. De website van het Wereld Natuur Fonds staat dan ook vol met wollige Panda’s, schattige baby Olifantjes, jonge mensapen met grote ogen en slapende Tijgertjes. Er wordt echter maar weinig aandacht gegeven aan de Knoflookpad, Blauwzwarte houtbij, Grote modderkruiper of de Brandts vleermuis. Die zul je nooit in een Giro 555 campagne tegenkomen. Want als je ’s avonds op de bank zit dan is het beeld van een ‘enge’ Blauwzwarte houtbij minder romantisch dan die lieve Panda die op zijn dikke gat een bamboe stok naar binnen werkt.

De Panda is het symbool van het Wereld Natuur Fonds. Panda’s hebben met hun stompe kop met de door de zwarte vlekken groter lijkende ogen en hun zwartwitte vacht een uiterlijk dat sterk aan menselijke emoties appelleert. Ondanks het feit dat het dieet van deze beer zich limiteert tot bamboe behoort het taxomisch gezien tot de orde van de roofdieren (carnivora). Panda’s zijn dan ook niet geheel ongevaarlijk. Het uitsterven van een soort is vaak een droevig verhaal maar de Panda vraagt erom.

Reden 1: Welke carnivoor eet er in hemelsnaam bamboe? Voor de Panda is het moeilijk om de plantaardige cellen af te breken, waardoor het 9 tot 14 kg aan bamboe moet eten Hij doet daar ongeveer 10 tot 12 uur per dag over. (De Bruine beer heeft voldoende aan een Konijn per 2 dagen). Klinkt niet erg effectief.

Reden 2: Reuzenpanda’s leven het grootste deel van het jaar alleen. In de paartijd zoeken ze elkaar op. Het vrouwtje heeft een draagtijd van vijf maanden waarna er een jong van slechts 85-150 gram wordt gebaard. Tevens is er meestal maar één jong. Ze zoogt haar jong een halfjaar en blijft bij hem tot hij drie jaar oud is. Dat betekent dat een Panda in haar leven maximaal 3 jongen op de wereld kan zetten. Gezien het feit dat het sterftecijfer van Panda’s in het eerste jaar boven de 60% ligt, vraag ik me niet af waarom het dier (naast menselijke factoren) uitsterft.

De soort wordt momenteel kunstmatig in leven gehouden, dit komt neer op gecontroleerd uitsterven. Ik geef de Panda niet langer dan 50 jaar in het wild en daarna wellicht nog 60 jaar in gevangenschap. Een schattig uiterlijk zorgt wellicht voor meer steun uit een onverwachte hoek maar het zorgt er niet voor dat evolutie de soort in haalt.

Lees alles rustig terug op mijn eigen weblog

Dit artikel delen

Over de auteur