1. Een gezellig tochtje door een niet nader genoemde supermarktketen met het blauwe logo

Een gezellig tochtje door een niet nader genoemde supermarktketen met het blauwe logo

Jahoor, het was weer zover. Elk jaar moet ik er weer aan geloven. Die paar dagen voor Kerst moeten we weer druk aan het winkelen op zoek naar geschikte spulletjes voor het kerstdiner. Zelf vind ik dat nooit zo moeilijk. Gourmetschaal, vleesjes in die pannen en bakken maar. Maar dan zijn er nog sausjes, salades, fruit en ga zo maar door. Om een lang verhaal kort te maken: op naar die supermarkt met het blauwe logo.

Eenmaal aangekomen op de parkeerplaats (waar we na lang zoeken een plaatsje hebben gevonden tussen twee veels te grote auto's, waar ik maar net mijn deur open krijg, onder begeleiding van een luid instructies roepende moeder) word ik dan maar om een karretje gestuurd. Een ondankbare taak, vind ik zelf altijd, want het is daar altijd verdomde druk en aangezien mijn broertje veel te klein is en mijn moeder altijd al meteen de winkel in duikt is ondergetekende dus aangewezen om zo'n kutding te gaan halen.

Deze keer heb ik geluk, er komt net iemand haar karretje terugbrengen, dus met een glimlach en een muntje van vijftig cent heb ik een karretje. Goh, dat begint goed. Dàcht ik.

Na een man zijn tegengekomen die hèt levende bewijs is voor de stelling dat mensen van apen afstammen lopen we de winkel in. Ah, de groentenafdeling is het eerst aan de beurt. Jahoor, mijn broertje gaat alweer op sjouw, op zoek naar champignons. “Ik wil champignons hebben, dan kan ik gevulde champignons maken voor het kerstdiner!” Da’s goed, ga je gang, maar ik ga niet mee. Daar ging broertje. Een minuutje later lopen we langs de champignons. Broertje weg. We lachen er maar om, en lopen verder langs het lijstje.

De sauzen! Aldaar aangekomen zie ik een vet… dik… Mollige medewerkster van de supermarkt met het blauwe logo, die whisky-cocktail saus in een vakje aan het zetten is. Ik loop er rustig voorbij met mijn karretje. Ineens laat ze drie flesjes met dat spul op de grond vallen… Ineens switcht mijn zicht naar slow-motion. Ik zie de drie flesjes vallen, ik zie de medewerkster kijken met een gezicht van: “Oh shit, niet weer.” Ineens wordt het beeld weer normaal, zie ik de drie flessen uit mekaar spatten. Lekker. Een broek vol oranje spetters. Ik reageer: “Oh. Kan gebeuren toch!” Maar wat ik eigenlijk bedoelde:

“Stommesnolwatdoejenoudatwasm’nbestebroeknoukoopjewelmooieennieuwevoormeofikgastennistrappen!”

Ze kijkt me aan met een smoelwerk! Jongens, daar krijg je gewoon complexen van. Ik kijk niet terug en loop gewoon door. Mijn moeder staat een eindje verderop zich een breuk te lachen. Dankjewel, dat kon er ook nog wel bij.

Ineens komt broertje aanlopen. “Mam! De champignons zijn op!” *kijkt in de kar* “Aah, jullie zijn gemeen!” *kijkt naar mijn broek* “Thom, wat is er met je broek gebeurd?” Ik mompel iets van: “…langverhaalwhiskysaus” en loop weer verder. Gelukkig, heel dat lijstje is afgewerkt. Snel naar de kassa. “Jongens, we pakken deze!” Roept mijn moeder vanaf een kassa waar zo ongeveer de hele supermarkt staat met allemaal het hele assortiment vijf keer in die karretjes gestouwd. Ik probeer nog naar een andere te rennen, maar dat was tevergeefs.

Na een kleine tien minuten te hebben gewacht bij die kutkassa is er een Duitse vrouw aan de beurt. Ze rekent af, waarbij de kassière (die eruit ziet alsof ze hier al heel, heel lang werkt) vraagt: “Heeft u een bonuskaart?” “Was?” “BO-NUS-KAART.” “Nein.” Zucht… Je hebt van die mensen…

Later, als we de stad uitrijden, hoor ik mijn broertje door het krat rommelen. “Mam! Mam, we zijn de gourmetschotel vergeten!”

De rest hoorde ik niet meer, ik was al gillend naar een bushalte gerend…

Dit verhaal berust op waarheid maar is lichtelijk overdreven door mijzelf. Mensen die het niet met dingen eens zijn, zich beledigd voelen om iets wat ik zei of personen uit mijn verhaal kennen: verneuk de boel niet met vage discussies en vraag het gewoon op mijn profiel.

Dit artikel delen

Over de auteur