1. Those Summerdays... - Deel III

Those Summerdays... - Deel III

Deel nummer drie, lees hier wat er voorafging. Hope you enjoy it.

Hopeloos hurk ik naast Dodgi neer, die door de hitte niet eens meer het enthiousiasme heeft om op te springen en enkel ligt te hijgen. Zijn bruine, smerige vacht glimt in de blakende zon, zijn lichaam tegen een stenenmuurtje gedrukt om nog een beetje schaduw op te vangen. Hoe zou het met mijn eigen hond zijn in Nederland, zou het daar ook zo warm zijn? Vast niet, geen enkele zomer in Nederland was zo heet als die in Servië. Dromerig staar ik voor me uit, terwijl ik Dodgi zijn hart tekeer voel gaan. Het was een lieve hond, niet veel meer dan dat. Geen speciaal gevoel of zoiets. Een krakend geluid verstoort mijn dagdromen, het is de deur van het oude schuurtje. Deda komt in moeizame pas van de helling afgelopen, met een voddige zakdoek wist hij het zweet van zijn voorhoofd. Hij legt zijn hand met een klap op mijn schouder, maakt een soort salut-gebaar met zijn hand, glimlacht en loopt het erf af. Op zijn hoede telt hij de paar muntjes in zijn hand, waarna hij er met snelle pas vandoor gaat. Als een kind die geld heeft gestolen van zijn moeder, Deda ging vast en zeker sigaretten halen bij het kioskje om de hoek. Ik besloot hem te volgen, dus stond ik langzaam op, strekte mijn armen en liep evenals Deda de stoffige straat op.

Samen liepen we de vele, ouderwetse huisjes voorbij. Deda vertelde mij hoe hij hier vroeger als kind al speelde, ruzie maakte met oudere jongens en moest rennen voor zijn leven, toen hij voor de eerste keer een afspraakje had met mijn oud-oma. Normaal vond ik dat soort verhalen niet interessant, maar Deda vertelde geweldig en humoristisch bovendien. Met een brede grijns, grote ogen en wilde handgebaren ging hij helemaal op in zijn verhaal. Hij vertelde dat de moeder van mijn oud-oma met een mes achter hem aan heeft gezeten en elke keer dat zijn drie tanden tellende mond weer sprak, moest ik lachen. Het liet me mijn zieke gevoel en de ondraaglijke hitte even vergeten, dat was fijn. Het kioskje was niets meer dan een stoffig, houten kraampje. De man die in het hete hokje zat, begroette ons uitbundig. Ik vermoedde dat Deda en hij elkaar goed kenden. Een uitgebreid gesprek volgde, waar ik niet aan meedeed. Ik keek in het rond, schopte wat steentjes weg en bestudeerde het uitgedroogde gras naast het kioskje. Eindelijk pakte de man, wie zijn hand bijna groter was dan het doosje zelf, de sigaretten en overhandigde hij deze. Deda graaide in zijn gescheurde broekzak, toverde een paar munten tevoorschijn en liet deze op de houten kassa vallen. De kiosk-beheerder stond er echter op dat hij de sigaretten gratis mee zou nemen, maar Deda wilde perse betalen. Na een korte woordenwisseling betaalde Deda toch en was ik opgelucht dat we eindelijk konden gaan. Net toen ik me wilde omdraaien, om Deda te volgen, fluisterde de man me iets toe: 'Psst, neem deze maar mee, gratis van mij.'. Hij hield een ijskoud flesje cola in zijn hand. Normaal was ik op dit soort momenten beleefd geweest, maar ik had dorst en geen zin om hier lang en uitgebreid over te doen. Ik pakte het flesje aan, bedankte vriendelijk en sprintte naar Deda toe, waarna we weer naar huis liepen.

Eindelijk was daar een beetje verkoeling, wolken vulden de hemelsblauwe lucht en bedekten de zon. Aangenaam was het niet, de luchtvochtigheid steeg en het werd benauwd. Net als in Holland, benauwd zodra het een beetje warm wordt. Hier was dat vaak niet zo, waarschijnlijk omdat het klimaat hier wat schoner is. Ik vermoedde - hoopte vooral - dat het zou gaan regenen. Mijn hongerige gevoel kwam weer terug, dus besloot ik wat fruit te plukken van de pruimenbomen. Die waren prachtig rond deze tijd, groene bladeren en sappige, paarse pruimen met een lichtoranje tintje maakten de verleiding onweerstaanbaar. De perzikken waren heerlijk zoet, vooral dat sap van binnen. 'Smaakt het?', vroeg Zoki grinnikend. Hij bezweek eveneens door de hitte en plukte ook een paar pruimen uit de boom. Ik knikte lachend en complimenteerde hem voor het heerlijke fruit in zijn tuin. 'Ga je mee de bergen in, vanmiddag?', vroeg hij vriendelijk. Zoki was bezig met een groot project in de bergen, niet zijn project, maar hij had wel een belangrijke functie in dat alles. Hij schepte er vaak over op, wat alleen maar kenmerkte dat hij veel plezier heeft in zijn werk. Dat hebben lang niet alle mensen in dit land. Aangezien het in de bergen zo'n tien graden koeler is dan in de stad, besloot ik mee te gaan. Het was daar bovendien prachtig. Hij was duidelijk opgelucht met mijn antwoord, Zoki was nogal een onzeker mens. Of beter gezegd, verlegen. Zat waarschijnlijk in de familie, want ik was het lange tijd ook. Nu gaat het beter.

Zijn, met vuil bedekte, jeep stond al klaar. Met een beetje moeite kreeg ik de deur open, waarna een sterke mintgeur mijn neus binnendrong. Gelukkig hing die luchtverfrisser daar, anders was het niet best geweest. De motor startte met veel lawaai, stof blies op aan alle kanten en de uitlaat knalde een paar keer. In snelle vaart reden we de straat uit, een hele mist van stofwolken achterlatend...

2BCONTINUED.

Dit artikel delen

Over de auteur

Mad