1. Muuuuch bigger!

Muuuuch bigger!

”In Canada everything is muuuuuch bigger!” Een uitspraak van een Canadees die we in 2004 al op het vliegveld tegenkwamen, om al na ongeveer twee minuten zijn gelijk te moeten bewijzen. Ik moest namelijk naar de WC en in plaats van een normaal ‘urinoir’ waren er alleen maar zit-WC’s… en wat voor WC’s! Aan de omvang van de rand te zien was het Canadees volkje een volkje van veel, heel veel eten, want al ging ik er op zitten viel ik er bijna doorheen.

Toen we gingen ontbijten na een mager avondmaaltje en een nachtrust van enorme proporties (lees: twee uurtjes en daarna om vier uur ’s nachts te gaan kaarten) konden we ons geluk niet op dat het Canadese ontbijt zich kon meten met het Engelse. Want we hadden een mager avondmaal, omdat het voor ons gevoel toen ’s ochtends was (elf uur tijdsverschil) en bij het ontbijt dus ’s avonds. Reden genoeg om een tweede portie kaasomeletten met gebakken aardappeltjes, toast en worstjes te bestellen.

Bovenstaande laat ook weer goed zien wat voor soort gevoel Canada je geeft, een gevoel dat je altijd wel honger hebt en het nooit te laat is voor een cheeseburger of ander voedsel die door Sonja Bakker hoog is aangeschreven. We hadden zelfs dagen dat we ontbeten met het gebruikelijke (omeletten, toast en gebakken aardappeltjes), lunchten met cheeseburgers en driepersoons schalen lasagne (Hooray, Cat’s Creek!) opaten. Wat ook nog eens opvalt is dat de Canadezen zich totaal niet schamen voor hun… eh… horizontale omvang. Je moet namelijk daar niet raar opkijken als je hangjongeren ziet die samen de Titanic kunnen laten zinken, waar je al helemaal niet op moet letten zijn Canadezen die met moeite een door een deur heen gaan, anders lig je vijf weken lang slap.

Ook moet je opletten als je naar Canada gaat dat je genoeg broeken meeneemt met vering en shirtjes die niet al te strak zitten, het staat namelijk zo raar als je op knappen staat in te strakke kleding op Schiphol. Ikzelf woog voor de vakantie maar 40 kilo, na vijf weken Canada woog ik 47 kilo, reken maar uit.

De grootte in Canada rekent zich alleen niet uit in de omvang van de mensen zelf of de hoeveelheid eten (1+1 = 2), maar ook in de omvang van de omgevingen. Het is bijna episch om op de Columbian Icefields te staan met kilometers om je heen dat alleen maar bestaat uit ijs, ijs en nog eens ijs. Terwijl je daar op staat kan je ook nog eens uitkijken over de immense bossen, meren en eenzame dorpjes in de Rockies. Zo zul je veel moeite moeten doen om in het ene Indiaanse dorpje aan een normaal brood te komen en moet je met handen en voeten aan de gang om te vragen waar een camping te vinden is. Terwijl je twintig kilometer hemelsbreed later een stad zoals Whisper (ssst!) tegen te komen.

De verscheidenheid van dit soort tegenstellingen is niet minimaal te noemen, zo zijn wij in vijf weken door Canada getrokken te hebben het volgende tegengekomen: Oceanen, bergketens, woestijnen, ijsvelden, bossen, prairies en een fauna van hier tot Vancouver. Zeventien beren, twaalf Orca’s, acht walvissen, duizenden arenden, tientallen Elken (kom ik zo op terug), enkele wasberen, wilde zeehonden en rond de 120 dolfijnen die meezwommen met de Ferry.

Van de Elken ben ik echter niet zo gecharmeerd. We waren namelijk op een ‘wilde’ camping, dus midden in de natuur waar ‘wildlife’ geen uitzondering was, en mijn broer en ik wilden gaan voetballen op een groot grasveld. Daar waren ook Elken, inclusief jonkies, en mijn broer ging al weg. Ik moet mijn koppigheid ging echter naar de hertachtige beesten toe en kwam iets te dichtbij. Een moeder met een kleintje keek mijn namelijk heel langzaam aan, ging heel rustig opstaan en met een slakkenpas kwam ze in mijn richting, foute boel ging er door mij heen en ik ging er vandoor, maar dat beest ging ineens met een noodgang achter mij aan en stopte gelukkig toen ik door een hek heen was… drie millimeter van de kop verwijderd. Ik ging het toen aan mijn familie vertellen en mijn zus, koppig als ze is, geloofde me niet en ging er ook naar toe… op slippers en een kort rokje. Ik hoef jullie waarschijnlijk niet te vertellen wat er gebeurde, maar ik heb nog nooit iemand zo snel een rokje omhoog zien doen, slippers uit zien trekken en een sprint zien trekken.

Na vijf weken in 2004 en vorig ook nog eens vier weken vorig jaar naar Canada te zijn geweest kan ik met een gerust hart zeggen dat die man op het vliegveld het niet beter gezegd kon hebben.

Dit artikel delen

Over de auteur