1. Killzone 2 door de ogen van een onervaren FPS-player

Killzone 2 door de ogen van een onervaren FPS-player

Ooit was er een tijd dat ik af en toe wel eens een first person shooter speelde. Tijden vergaan, zo ook de kwaliteit van mijn computer, en aangezien ik met een pookje echt niet kan schieten (al zal het wel moeten wennen), kwam het er nooit meer van. Nu kennen waarschijnlijk de meesten op deze site het topic over Killzone 2 wel. Dan weten ze ook wel hoe lovend er hier over de game wordt gesproken en dit zorgde ervoor dat ik toch wel nieuwsgierig werd. Ik zette mijn angst voor genre op de console aan de kant en downloadde de demo. Grote grutten, dat was me toch een ervaring…

Het begon al met het eerste filmpje. Je vliegt met het team in één of ander voertuig richting het strijdgewoel en ondertussen razen de raketten lukraak door de hemel. Mocht er een piloot aan boord zijn, dan zou hij vast zeggen dat we last hadden van ‘lichte turbulentie’ en dat we ons vooral nergens zorgen over hoefden te maken. Ik vond het in ieder geval al een wonder dat de hoofdpersoon niet al na enkele seconden aan het overgeven was.

Eenmaal aan land stond het beeld gelukkig stil. Even tijd om op adem te komen, met nadruk op even, want het team gebaarde me al snel om verder te gaan. Met die knop moet je schieten en verder zul je je vast wel redden. Wankelend zette ik een paar stappen vooruit, maar toen ik me om wilde draaien om de omgeving een beetje te bezichtigen, ging dat toch wel langzaam. Had ik soms een klap op m’n kop gehad tijdens de landing of beweegt iedereen zich zo traag? Er was geen tijd voor antwoorden op vragen, want gelijk om het hoekje stonden een paar Helghast ons op te wachten. Richten. Traag. We zijn bijna bij z’n borst. Ben ik nou nog niet neergeschoten? Doelwit in vizier. Opluchting. Bambambam. De eerste man is neer!

Er was echter geen tijd voor een vreugdedansje. Sev, volgens mij noemde een teamgenoot me zo, moest weer verder. Er moest een brug opgeblazen worden en iemand riep iets over een rakettenwerper. Aangezien niemand aanstalten maakte om die taak op zich te nemen, keek ik even of ik toevallig zo’n ding bij me had. Nee, jammer, niet dus. Ach, dan nog maar een paar Helghast naar de andere wereld helpen. Het schieten (en dan vooral het tempo) begon nu langzamerhand toch al te wennen. Ondertussen bleef iemand maar roepen dat de brug opgeblazen moest worden. Ik wilde het écht graag doen, hoe vet zou dat immers zijn, maar ik wist niet waar dat ding lag. Na een schijnbaar eindeloze stroom zwarte mannetjes en enkele retourtjes naar de hemel later, stuitte ik per ongeluk op een neergeschoten maat van me. Heel toevallig lag de rakettenwerper ernaast. Uiteraard blies ik daarna de brug op en daarna was het wauw. Hoezo prachtige vuuranimaties.

Nee nee, niet staan genieten, gewoon weer doorgaan! De strijd wacht niet omdat iemand zich staat te vergapen aan het visueel spektakel. Dat bracht me op het volgende idee: de strijd draait helemaal niet om mij. Overal waren soldaten aan het vechten en of ik er nou bij was of niet, ze deden wat ze moesten doen. Dit was ik niet gewend (de ego-tripper die ik ben) en het versterkte het ‘oorlog-gevoel’. In die paar minuten had ik nog veel meer geleerd. Het schieten begon nu echt lekker te werken, wat vooral kwam door de ontdekking dat je de schietknop niet te lang achter elkaar ingedrukt moet houden. De terugslag was namelijk nogal sterk, hmpf, ga eens spierballen kweken Sev.

Tenslotte was er dan toch nog een moment waar ik echt in actie moest komen. Ik ging samen met een partner één of ander gebouw in en dan kan het natuurlijk niets anders dan mis gaan. Binnen waren er inderdaad een stel Helghast, maar ik en m’n nieuwe beste vriend hielden dapper stand. Natuurlijk ging hij voorop en bleef ik een beetje achter om dekking te geven, al zal het wel de bedoeling zijn geweest dat het andersom zou gaan. Ik ben geen angsthaas, zeker niet, ik ben meer zo iemand waar je op kunt bouwen, weet je wel.

Toen kwam er een moment waar ik altijd zo’n hekel aan heb in first person shooters. M’n makker was al vooruit gelopen en ik zou hem net achterna gaan. Op dat moment komt er opeens een Helghast om de hoek rennen en dat is het begin van het einde. Een dikke lading van één of ander hormoon (zo midden in de nacht kan ik er even niet opkomen wat het is, mijn excuses, je krijgt het in benarde situaties) raast door mijn lichaam en zorgt voor verschillende reacties. Mijn linker duim vertoont vluchtgedrag en duwt de stick naar links om weer terug te lopen. Mijn rechter wijsvinger vertoont echter vechtgedrag en denkt ‘Oh jee Helghast! Schieten!’. Hierna komt pas de gedachte op dat er ook nog een knop is voor close-combat en doet de linker wijsvinger ook nog even z’n ding. Het resultaat: Sev sproeit een salvo in de muur, breekt zijn knokkels er vervolgens tegen en wordt vermoord door de Helghast. O ja, adrenaline was het.

Killzone 2. Een game waarbij ik totaal overtuigd ben van diens kwaliteit, maar waarbij wel weer is gebleken dat een FPS op de console niets voor mij is.

Dit artikel delen

Over de auteur