1. Brother, where art thou?

Brother, where art thou?

Terwijl ik met mijn boodschappentasje naar de plaatselijke buurtsuper liep en genoot van de lentezon, zou ik iets meemaken wat mijn leven zou veranderen. Wie zou kunnen denken dat iets normaals als een wandeling naar een supermarkt kan veranderen in iets wat je tot aan je graf mee zult dragen. Ik niet in ieder geval en voor het dramatische effect las ik hier even een flashbackje in.

Ik was namelijk onderweg naar de supermarkt omdat thuis mijn vriendin nogal verdrietig op de bank zat. Ik wilde haar opvrolijken met een speciaal gemaakt diner, romantische kaarsen erbij (zo ben ik), Marvin Gaye op de achtergrond en dan genieten van elkaars aanwezigheid en de aardappeltjes met snijbonen. Uiteraard alles met liefde bereid. De reden dat mijn vriendin verdrietig was kwam doordat ze twee kleine katjes had geadopteerd…een zwarte met witte snoet, en een lapjeskat met een enorme krijs en nog grotere klimcapaciteiten. Het bleek, en dit was haar nooit verteld door haar ouders, dat ze allergisch is voor katten…ik kan haar blik nog voor me zien toen we bij de huisarts kwamen, die toevallig ook haar vader is en hij dit moest bekennen. De tranen liepen over haar wangen en deze keer niet van de katjes.

We wisten eigenlijk dat we van de katten af moesten komen en daarom plaatsten we een advertentie in het plaatselijke sufferdje…Niet veel later werd gereageerd en een boer met dochtertje kwamen de katten ophalen. Alhoewel de kerel aardig leek, keek ik met zorg naar het dochtertje. Met een zuurpruimengezicht murmelde ze dat ze een rood katje wilde en toen de boer het kind een katje aanreikte verkocht ze het beestje, heel stiekem, een klap onder het nom ‘oeps’. Mijn vriendin zag het ook, kon zich sterk houden tot ze uit de kamer was, en terwijl ik met de boer de geldzaken regelde, hoorde ik haar snikken in de keuken. Mijn hart brak…

Onderweg naar de supermarkt zag ik een man zitten, broek verfomfaaid, trui met gaten, een rommelige baard en een niet aangename alcohollucht kwamen van hem af. Terwijl ik hem negeerde en hem voorbij liep riep hij opeens mij naam…ijswater liep door mijn aderen…ik kende die stem. Het was de stem van mijn broer, die volgens mijn ouders een luizenleven in Brazilië aan het leiden zou zijn met de handel in rubberbomen. Hoe kon dit?

Ik keek hem recht aan en toen kwam alles er uit als een waterval. Hij had gelogen, hij had alles vergokt, hij was terug hiernaartoe gekomen om zijn oude leventje op te pikken, maar de belastingdienst had beslag laten leggen op zijn spullen, mijn ouders hadden de deur voor zijn neus dichtgegooid, hij had niets meer. Hij had nog een tijdje op een boerderij illegaal gewerkt, maar was daar ontslagen nadat hij de dochter des huizes een klap had verkocht omdat ze hem een eikel had genoemd. Het hele verhaal duurde meer dan een half uur, maar tijdens het relaas heb ik mijn adem steeds ingehouden. Afkeurende blikken van buren, vrienden haast, die voorbij kwamen deerde mij niet. Het contact tussen mij en mijn broer was nooit hecht geweest en van zijn overzeese avonturen had ik slechts gehoord dankzij mijn ouders, dus dit was een speciaal moment wat ik moest en zou koesteren…en dat deed ik ook.

Eenmaal klaar met zijn verhaal legde ik mijn hand op zijn schouder en zei: sta op en loop broeder, loop met mij mee en geniet van de deugden van het leven, want ik ben er voor je. Terwijl we allebei in een gelukzalige staat verkeerden, liepen we naar de super en kochten we aardappeltjes en snijbonen – weer in prijs verhoogd trouwens – en gingen naar mijn huis toe, klaar om de wereld te veroveren, klaar om mijn vriendin op te vrolijken en klaar om met een nieuw begin een nieuw bestaan op te bouwen.

Dit artikel delen

Over de auteur