1. Rit der illusies

Rit der illusies

Aangezien ik thuis enig kind ben, speel ik mijn games meestal alleen. Gelukkig zijn er altijd vrienden met wie ik af kan spreken eens wat te doen. Gamen is immers – naast gewoon leuk – ook een sociale bezigheid. Afgelopen zaterdag was het de beurt van Martin om een middagje vermaak te verzorgen (ieder van ons vierkoppige vriendengroepje is om de beurt gastheer). Hij heeft een Playstation 2, Playstation 3, Nintendo DS en een computer, alsook een gigantisch huis met bijbehorend zwembad. Meer dan genoeg te doen, dus. Ik en de twee andere leden van de vriendenclub, Lambert en Pieter (over de laatste heb je misschien wel eens gelezen) vermaakten ons dan ook goed. Na verschillende potjes Call of Duty, Tom & Jerry en Donald Duck’s Quack Attack en een melig uurtje zwemmen was het tijd om te vertrekken.

Vanwege het mooie weer was de fiets onze vervoerskeus geweest. Duf en moe als ik echter was, zag ik nogal tegen de achttien kilometer lange tocht op. Moeizaam plofte ik op mijn zadel, draaide me in een slangachtige houding om Martin aan te kunnen kijken terwijl ik hem gedag zei en dwong mijn benen de trappers in beweging te zetten. Lambert en Pieter volgden en praatten de volgende tien minuten over niets anders dan wat er in de afgelopen drie uur was gebeurd. Ik volgde dit slappe gelul met een half oor en antwoordde af en toe “Ja, echt hè?” om niet al te afwezig te lijken. Ik werd plotseling opgeschrikt door een rood stoplicht en kon nog net voorkomen dat ik de blonde fietsende jongedame vóór ons ramde. Dat zou ik oprecht jammer gevonden hebben, want de achterkant van deze jongedame was zeker niet onaardig om te zien. Ik keek even naar de gezichtsuitdrukkingen van de twee jongens, die, zodra ze mijn blik hadden gezien, duidelijk maar geluidloos lieten merken dat zij hetzelfde dachten. Toen we een paar honderd meter verder waren en de blondine uit zicht was, riepen ze beiden: “Sowee, die had een lekker kontje!” Ik antwoordde bevestigend. “Maar wel jammer dat we het gezicht niet goed hebben gezien”, voegde ik eraan toe. “Het gezicht? Wat boeit dat nou weer?” was de reactie. “Maar”, zei ik verbaasd “je kunt toch niet alleen aan iemands kont zien of ze mooi is of niet? Er zijn genoeg vrouwen met een heerlijk achterwerk maar een afgrijselijk gezicht.” De jongens wilden er echter niets van weten. Als je een lekkere kont ziet, dan is dat al mooi genoeg, zo luidde de redenering. “En tieten ook”, wist Lambert er nog bij te vertellen. Ik heb de rest van de weg vergeefs geprobeerd ze te overtuigen van hun ongelijk.

Het is namelijk zo, dat iedere vrouw zich door middel van de hedendaagse klederdracht kan omtoveren tot ‘lekker wijf’ – althans, van achteren. Vrouwelijke broeken zijn tegenwoordig namelijk dusdanig strak dat iedere door cellulitis geteisterde vethomp bijeengesnoerd kan worden om er als een strakke derrière uit te zien. Dit is voor de man een prettige illusie, maar dat is het hem nu juist: het is een illusie. En misschien willen mannen wel voor het lapje gehouden worden, maar wanneer ernaar gevraagd wordt, moet je eerlijk tegenover je mannelijke gesprekspartners kunnen blijven.

Dat deden mijn gesprekspartners dus niet. Sterker nog, ze gingen vrolijk door met het praten over het vrouwelijk schoon. Verschillende dames die voorbijkwamen werden onderworpen aan een inspectie. Hun achterkant werd steeds volgens hetzelfde principe bekeken en beoordeeld op strakheid. Toch viel mij dit op; als er een lelijk hoofd zichtbaar was, bleef de lovende opmerking uit. Als het gezicht niet in beeld kwam, maar de kont wel, dan werd de vrouw ook een opmerking waardig bevonden. Blijkbaar boeide het gezicht toch wel wat? Op een gegeven moment zag ik een dame van rond de vijftig fietsen, die zich schijnbaar in de cijfertjes van haar leeftijd had vergist. In plaats van 51 waande zij zich 15 en ze had zichzelf daarom in jeugdige (lees: strakke en weinigverhullende) kleding gestoken. Ik was de enige van mijn groepje die dat doorhad. Juist op het moment dat ze opzij keek – daarbij haar gerimpelde gezicht met pruimmondje tonend – kreeg ik haar in de gaten. De jongens waren echter met iets anders bezig en merkten haar pas wat later op, toen haar gezicht niet meer in beeld was.

Een geweldig idee schoot mij plotseling te binnen. “Kijk daar eens, Pieter!”, begon ik te fluisteren, “die heeft een strakgetrokken kont!” Hij reageerde zoals ik had verwacht: “Nee, Erik. Dat is een lekkere kont, niet strakgetrokken. De rest mag er zo te zien ook wel wezen”. Hij likte met een overdreven tonggebaar zijn lippen af en stootte Lambert aan om het nieuws te vertellen. Toen we haar dicht genaderd waren, deed ik alsof ik overtuigd was. “Volgens mij heb je toch gelijk. Het ligt helemaal niet zo aan de broek”. De jongens slaakten een zucht van overwinning: “He, he! Hij begrijpt het eindelijk!” Daarna versnelde ik mijn tempo, zodat we de vrouw in zouden halen. Toen dat eindelijk gebeurde, bleef ik zo strak mogelijk voor me uitkijken – ondertussen vanuit mijn ooghoeken glurend of de jongens het gerimpelde gezicht wel zouden zien –, en wachtte de reactie af. Het bleef stil. Met een spottend overwinningslachje en opgetrokken wenkbrauwen keek ik de jongens één voor één aan. “Nou?”, vroeg ik achteloos. Maar ze bleven zwijgen. Het was de beste stilte die ik ooit gehoord heb.

Dit artikel delen

Over de auteur